weekboek

Een film zonder happy end

Senior writer

Met de coronacrisis incasseren de bioscoopuitbaters een zware financiële klap. Maar dat filmstudio’s alles op de kaart van de streamingplatformen willen zetten, vormt op termijn voor de bioscopen een veel grotere bedreiging.

Op het dorpsplein verzamelt zich een kleine menigte die komt kijken naar het spektakel: het opblazen van het vervallen bioscoopgebouw. Het is de slotscène van de film ‘Cinema Paradiso’ uit 1989, een gelaagd verhaal dat zich afspeelt in en om een Siciliaanse dorpsbioscoop. Het is een film zonder happy end.

Herhalingen van Cinema Paradiso spelen in veel bioscoopzalen, overal ter wereld. ‘Einde verhaal voor Waregemse bioscoop Cinéstar’, stond deze week te lezen op de regiopagina’s van enkele Vlaamse kranten. De uitbater oordeelde dat de kosten voor de noodzakelijke investeringen in nieuwe zitjes en in digitale projectoren te hoog waren. De coronapandemie en de lockdown hebben de sluiting versneld.

In heel wat steden en gemeenten in ons land zijn nog sporen te vinden van een roemrijk cinemaverleden. Het opschrift ‘Rio’ aan de gevel van een woonhuis in het Kempense dorp Wechelderzande herinnert eraan dat dat ooit een bioscoopzaal was. De zalen Forum en Rex op de Leuvense Bondgenotenlaan werden in de jaren 80 omgevormd tot kledingwinkels. Ze hadden zwaar te lijden onder de concurrentie van Studio Filmtheaters, dat met zijn vernieuwend concept - kleinere zalen, ruimere programmering - meer in de smaak viel bij het studentenpubliek. De Studio’s zijn inmiddels ook van het toneel verdwenen, de zalen zijn afgebroken, er staat nu een studentenresidentie.

De vroegere bioscoop Wagram in de Maria-Christinastraat in Laken, dicht sinds de jaren 70. ©saskia vanderstichele

De cinema is dood, leve de cinema. In 1992 ging het Antwerpse imperium Rex van cinemaondernemer Georges Heylen failliet. Twee maanden later opende aan de stadsrand Metropolis, een complex met 24 zalen dat nu Kinepolis Antwerpen heet. De evoluties in de media- en ontspanningssector verplichtten de bioscoopsector ertoe zich aan te passen om te overleven. Voor sommigen viel het doek, maar er stonden ook nieuwe spelers op. Zoals Kinepolis.

De cinemasector beleefde zijn hoogdagen in de jaren 50 en 60, toen dankzij de technologische vooruitgang films konden worden gemaakt met klank en in kleur. Spektakelfilms als ‘De tien geboden’, ‘Ben Hur’ en ‘Spartacus’ trokken massa’s kijkers naar de zalen.

Avondje uit

Met de komst van het televisietoestel in nagenoeg elke huiskamer kreeg de cinemasector vanaf de jaren 60 en 70 een ferme concurrent. Hij moest zichzelf heruitvinden. Door uit te pakken met een sterker aanbod, door een betere kijkervaring te bieden. Door van het bioscoopbezoek een belevenis te maken. Een avondje uit is wat anders dan een avondje voor de buis.

Het kon de neergang niet stoppen. In 1960 telde België 1.506 bioscoopzalen, vandaag nog zo’n 475. Die krijgen jaarlijks samen zowat 19 miljoen bezoekers over de vloer. Opvallend is, blijkt uit een onderzoek naar het bioscoopbezoek, dat vooral de 15- tot 17-jarigen frequente bioscoopgangers zijn. Die hebben niet zoveel ontspanningsalternatieven: ze zijn te jong om met hun liefje of vrienden op café te gaan of om naar de discotheek te trekken.

Het oude bondgenootschap tussen de bioscopen en de filmstudio’s dreigt uiteen te spatten.

Voor de bioscoopsector komt het erop aan voortdurend te vernieuwen, want de concurrentie zit ook niet stil. Na de zwart-wit-tv kwam de kleuren-tv, de beeldschermen werden groter en beter, en met een beamer kan iedereen nu ook een thuisbioscoop creëren. Via de kabel kregen de tv-kijkers toegang tot een ruimer aanbod, de videorecorder eerst en de dvd-speler daarna maakten het mogelijk programma’s op te nemen - ook films die op tv werden uitgezonden. Bedrijven als Superclub zagen een gat in de markt met de verhuur van films op videobanden. Of ze waren te koop, als video of op dvd.

De bioscopen moesten op zoek naar andere troeven: Imax-schermen, films in 3D of nu de 4DX-technologie, waarbij de bioscoopganger op een bewegende zetel ook wind, mist en geuren over zich heen krijgt. De cinemazaal als attractie in een pretpark.

Kaskrakers

Al die toeters en bellen nemen niet weg dat de grootste troef van de bioscopen de inhoud is. De film. Cinematografische hoogstandjes die het best tot hun recht komen op een groot scherm. Dingen die het tv- of computerscherm niet op dezelfde manier kan brengen - denk aan ‘The Revenant’ uit 2015. Of films waar het spektakel van afspat. Zoals de ‘Harry Potter’-reeks, de ‘Lord of the Rings’-trilogie of de ‘James Bond’-films.

De bioscopen moeten het hebben van zulke kaskrakers. En de filmstudio’s hebben de bioscopen nodig als verdeelkanaal, om van films geldmachines te kunnen maken. Het bondgenootschap tussen de filmstudio’s en bioscopen en de innovaties die ze samen uitwerkten, hadden tot gevolg dat ze een vuist konden maken tegen de tv-wereld.

Een andere troef is dat films eerst vertoond worden in de bioscoop, voor ze aan een tweede leven beginnen op andere kanalen. De filmfanaat moet naar de bioscoop om zijn honger te stillen. En dat blijft zo, ook met de opkomst van de streamingplatformen. Nieuwe releases zijn daar niet meteen te zien, het is vooral oudere koek. Voorlopig.

De coronacrisis was een zware klap voor de bioscopen. Die zagen minder toeschouwers opdagen, uit vrees in de zaal een besmetting met het coronavirus op te lopen, of omdat de cinemazalen in de lockdownperiode dicht moesten blijven of maar een beperkt aantal filmgangers mochten verwelkomen. Dat deed een aantal filmstudio’s beslissen de release van potentiële blockbusters uit te stellen, uit vrees dat de films in lege zalen zouden draaien en ze daardoor inkomsten zouden mislopen. De nieuwste James Bond ‘No Time to Die’, die dit voorjaar had moeten uitkomen, wordt nu pas volgend jaar in de zalen gebracht.

Het bondgenootschap tussen bioscopen en filmstudio’s dreigt uiteen te spatten.

Voor de bioscoopuitbaters is dat een zware tegenvaller. Ze hebben publiekstrekkers nodig om hun winkel te doen draaien. Het Amerikaanse AMC en het Britse Cineworld, internationale bioscoopreuzen, zitten door de coronacrisis in de rats. Kinepolis zag zijn omzet halveren in de eerste jaarhelft. Sommige cinemagroepen flirten met het faillissement als de coronacrisis niet snel voorbij is.

En er is nog meer onheil op komst. Het bondgenootschap tussen bioscopen en filmstudio’s dreigt uiteen te spatten. De coronacrisis heeft filmstudio’s al doen beslissen sommige films eerst aan te bieden op een streamingplatform. In hun felle onderlinge concurrentiestrijd bieden die steeds vaker grote sommen om met kleppers te kunnen uitpakken. En de filmstudio’s kiezen dan eieren voor hun geld.

De filmgroepen steken zo een teen in het water. Maar het kan de voorbode zijn van een grote verandering. Disney, de groep die de filmstudio’s Pixar, Marvel, Lucasfilm en 21st Century Fox overkoepelt, besliste deze week voortaan veel sterker te zullen inzetten op zijn streamingdienst Disney+. Dat wordt het voorkeursplatform om nieuwe films te brengen. Als de bioscopen ook bij andere filmstudio’s pas op de tweede rij komen te staan, staan ze voor een existentieel probleem. Ze dreigen allemaal te eindigen als Cinema Paradiso.

Lees verder