weekboek

Een gedurfde keuze voor basisindustrie

Senior writer

Het Duitse conglomeraat ThyssenKrupp offert zijn liftendivisie op om zijn staalactiviteiten te kunnen versterken. Een keuze voor het verleden in plaats van een voor de toekomst? Misschien is dat niet zo dom. Staal is een basisindustrie en de basis van veel andere industrieën.

AB InBev betaalt 200 miljoen euro voor Craft Brew Alliance, een artisanale brouwer in de VS. Voor de biergigant is dat een kleine deal. Hij past dezelfde strategie toe als de techreuzen: interessante kleine spelers in hun sector opkopen om te vermijden dat ze uitgroeien tot lastige uitdagers die aan hun omzet en marktaandeel knabbelen. If you can’t beat them, buy them. AB InBev is via grote gedurfde overnames de grootste biergroep ter wereld geworden. Maar dat expansiepad loopt stilaan dood. Om haar groeitempo te handhaven, kan de groep zich op andere markten begeven. Aanverwante of minder aanverwante: frisdranken, koffie, snacks... Voorlopig blijf de brouwer rond zijn brouwketel hangen.

Institutionele beleggers stellen het niet op prijs dat bedrijven met te veel verschillende dingen bezig zijn.

Afhankelijk zijn van één activiteit is een risico. Zit er op langere termijn nog wel groei in de biermarkt? Diversificatie kan een antwoord bieden. Maar grote institutionele beleggers houden er niet van als bedrijven met te veel verschillende dingen bezig zijn. Diversifiëren om het risico te spreiden, daar moeten de aandeelhouders zelf maar voor zorgen. De grote aandeelhouders van AB InBev doen dat. De Belgische familiale aandeelhouders via onder meer de investeringsmaatschappij Verlinvest, de Braziliaanse via de investeringsmaatschappij 3G Capital. Die waagde zich onder meer aan de hamburgerketen Burger King en aan de voedingsgroep Kraft-Heinz. Kwestie van wat eieren in andere manden te leggen. Met gemengd succes.

Biedingsdans

3G Capital springt nu mee in de biedingsdans voor Elevator Technology, de liftendivisie van het Duitse ThyssenKrupp. ThyssenKrupp, dat in de 19de eeuw groot werd als een producent van onder meer treinrails en vandaag nog altijd een mastodont is met een omzet van 43 miljard euro en 160.000 werknemers, is het spoor wat bijster. Te veel verschillende activiteiten (van staalproductie over duikboten tot auto-onderdelen, windturbines en liften en roltrappen) waar weinig of geen synergieën tussen bestaan, een reeks mislukte overnames, hoge schulden, een povere rendabiliteit, een halvering van de beurskoers de voorbije twee jaar, verkeerde managementkeuzes, opeenvolgende CEO-wissels... In september verloor de voormalige industrietrots zijn plekje in de DAX, de sterindex van de Duitse beurs.

De activistische investeringsfondsen Cevian Capital en Elliott Management hebben zich als lastige luizen in de pels van ThyssenKrupp vastgebeten. Ze sturen aan op een opsplitsing van het conglomeraat, omdat, claimen ze, de groep minder waard is dan de som van haar onderdelen. ThyssenKrupp is op de beurs 8,3 miljard euro waard. De verkoop van de liftendivisie kan 15 miljard euro of meer opleveren. Conglomeraten zijn uit de gratie van de beleggers gevallen. Siemens zoekt een nieuwe focus. In de VS splitste United Technologies zich vorig jaar op in drie delen, waarvan een de liftenbouwer Otis is. En General Electric stoot divisies af.

Familiejuwelen

De liften, roltrappen en trapliften zijn de rendabelste business van ThyssenKrupp. Dat net die in de etalage wordt gezet, is op eerste gezicht eigenaardig. De verkoop van de familiejuwelen is echter zowat de enige manier om genoeg geld in het laatje te krijgen om de andere divisies overeind te houden en de werkgelegenheid te beschermen.

Europees commissaris Vestager sprak een veto uit tegen de geplande bundeling van de staalactiviteiten van ThyssenKrupp met die van Tata Europe.

ThyssenKrupp heeft eerst een andere piste bewandeld: het samenvoegen van zijn staalactiviteiten met die van de Indiase staalgroep Tata in Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Europees commissaris voor Mededingingsbeleid Margrethe Vestager sprak daar eerder dit jaar haar veto tegen uit. ThyssenKrupp-Tata zou de tweede grootste staalgroep in Europa zijn, na ArcelorMittal, goed voor een kwart van de Europese productie. Het argument dat de krachtenbundeling nodig was om een vuist te kunnen maken tegen de Chinese staalgroepen die de wereld aan het veroveren zijn - British Steel kwam deze week in handen van de kleine Chinese staalproducent Jingye - maakte geen indruk op Vestager.

Noodgedwongen zoekt ThyssenKrupp nu een andere manier om de rendabiliteit van zijn staalactiviteiten op te krikken. Een mogelijkheid is de overname van Salzgitter, een andere Duitse staalgroep, of van Klöckner, een staalhandelaar. Dat kan gebeuren met de opbrengst van de verkoop van de liftendivisie.

Geopolitieke spanningen

Kiezen is verliezen. Maar is het opgeven van de liften en het vasthouden aan staal op langere termijn de evidente keuze? Vasthouden aan de traditionele activiteiten, met alle milieulasten die ermee gepaard gaan, in plaats van voluit te gaan voor de meer toekomstgerichte bedrijvigheid? Modieus is het zeker niet. Maar inzetten op een basisindustrie zoals staal, op een moment dat andere bedrijven en andere landen daar nog amper belangstelling voor hebben, is strategisch nog zo dom niet. Want basisindustrie is de basis van heel wat andere industrieën en die kan, als de economische globalisering wordt teruggedraaid en de geopolitieke spanningen oplopen, best iets waard zijn.

Lees verder