weekboek

Een kus van de juf en een bank vooruit

Senior writer

Belfius staat er weer helemaal, tien jaar nadat het door de Belgische regering uit de ineenstortende Dexia-groep gered is. De bank koestert nu zelfs de ambitie om weer internationaal te gaan.

Knock-out geslagen worden en weer overeind krabbelen. Het kan, ook in de banksector. Belfius is er een voorbeeld van. Weliswaar door de overheid mee overeind gehouden. Precies tien jaar geleden dreigde de bank, die toen nog Dexia Bank België heette, mee te worden getrokken in de val van de Dexia-groep. De Belgische regering gooide een reddingsboei. Dexia Bank België, snel omgedoopt tot Belfius, maakte vervolgens enkele moeilijke jaren door. Maar kijk waar de bank nu staat. Ze speelt weer helemaal mee met de grote jongens. Ze is hip.

Drie maanden geleden pakte Belfius uit met Re=Bel, een beleggingsapp die mikt op jonge beleggers. Deze week volgde het mobiele bankplatform Banx, een joint venture met de telecomgroep Proximus, dat ook vooral mikt op jongeren. Het roept herinneringen op aan Axion, het jongerenmerk waarmee het Gemeentekrediet, de voorganger van Dexia Bank België en Belfius, in de jaren 90 scoorde bij jongeren. Andere banken zouden terughoudend zijn om scheep te gaan met een overheidsbedrijf. Maar omdat het zelf in staatshanden zit, heeft Belfius geen moeite om over die barrière te stappen.

Het is voor een stuk vooral marketing - Belfius-CEO Marc Raisière was in een vroeger leven nog marketingdirecteur bij de Franse verzekeringsreus AXA Group. Maar het werkt. Belfius neemt initiatieven, straalt dynamiek uit. ‘We verliezen talentvolle medewerkers aan Belfius’, zegt een ervaren bankier van een andere Belgische grootbank. ‘Ze trekken naar daar omdat ze denken dat het dáár gebeurt.’ ‘Vanuit marketingstandpunt is Belfius goed bezig. En perceptie is belangrijk. Het is een wake-upcall voor ons eigen marketingteam’, erkende KBC-topman Johan Thijs onlangs.

Wie zit in het buitenland te wachten op de mobiele app van Belfius, een merk dat daar compleet onbekend is?

Het loopt niet altijd zo, maar de nationalisering van Dexia Bank België in 2011, waarvoor ze zowat 4 miljard euro uittrok, was voor de Belgische overheid uiteindelijk geen miskoop. Heeft ze er ook financieel een goede zaak mee gedaan? Zeker wel. Maar dat is van geen tel, want er zijn geen plannen (meer) om Belfius deels of geheel weer te privatiseren.

Meteen na de nationalisering, en na de slechte ervaringen met buitenlandse avonturen van de Dexia-groep, presenteerde Belfius zich als een door en door Belgische bank. De naamsverandering naar BELfius moest dat beklemtonen. ‘Belfius staat voor een lokaal verankerde bank, volledig in handen van de Belgische staat, die een reële toegevoegde waarde wil betekenen voor de samenleving hier’, klonk het.

Internationale ambities koesterde Belfius niet, niet op dat moment. Maar de beperking van het actieterrein tot België kwam op een moment dat ook de andere Belgische grootbanken zich, na de bankencrisis van 2008 en al dan niet op bevel van Europa, grotendeels terugplooiden op de eigen thuismarkt. Zelfs Luxemburg, voor de Belgische banken traditioneel een verlengstuk van hun thuismarkt - ‘we moeten onze klanten volgen’ - werd opgegeven. BNP Paribas Fortis werd het Belgische filiaal van een buitenlandse groep, ING België was dat al. KBC was de enige grootbank die nog een relatief belangrijke activiteit in het buitenland, in Centraal-Europa, behield.

Vier grote vissen in de kleine Belgische bokaal, en nog wat kleinere vissen, binnen- en buitenlandse, die daar ook in rondzwemmen: het werd erg druk op de Belgische bankenmarkt. Het beperkt de mogelijkheden om te groeien, het leidt tot scherpe concurrentie en drukt de winstmarges. Het bracht Luc Coene, toenmalige gouverneur van de Nationale Bank, tot de vaststelling dat er in België een grote bank te veel was. In die tijd keek iedereen vooral naar Belfius als de eend te veel in de bijt en het logische slachtoffer van een onvermijdelijke consolidatieronde. Nu wordt ING België eerder dat lot toebedeeld. De bank ligt niet meer op de bovenste plank bij het moederhuis in Nederland en een poos geleden deed het gerucht de ronde dat de Belgische ING-tak te koop stond en dat Belfius kandidaat was om hem over te nemen - wat toen resoluut ontkend werd.

Aan de leiband

De groeimogelijkheden voor de Belgische grootbanken zijn niet evident. Ze zouden hun marktaandeel kunnen vergroten door een van de kleinere spelers in te lijven. Er staan er enkele te koop. Maar waarom zouden ze een forse som neertellen voor een kantorennet dat door de sterke digitalisering in de banksector van een troef tot een last is verworden? Weer het geluk buiten de grenzen gaan beproeven, dan maar? Voor BNP Paribas Fortis en ING België lijkt die weg afgesloten, ze moeten aan de leiband lopen van de buitenlandse groep waar ze deel van uitmaken. KBC kan het wel. Hoewel, die groep is bezig haar exit uit Ierland af te ronden, waar ze 40 jaar actief was. Maar hoe zit het met Belfius?

Na tien jaar in het Belgische bankenruim te hebben rondgevlogen en alle hoekjes ervan te hebben verkend, begint het daar te kriebelen om weer eens buiten de landsgrenzen te piepen. Raisière ziet wel wat in het uitrollen van de Re=Bel- en Banx-platformen in het buitenland, zei hij vorige zaterdag in een interview in De Tijd. In maart had ook afscheidnemend bestuursvoorzitter Jos Clijsters al geopperd dat er voor Belfius groei-opportuniteiten zijn in de mobiele en digitale bankactiviteiten voor particulieren in het buitenland. ‘Je kan dat eenvoudig opzetten, je hebt slechts enkele vergunningen nodig en je sleept geen zware erfenis mee. Belfius staat daarin technologisch sterk, en scoort er hoog mee in internationale rankings.’ Dat werd zopas nog bevestigd in het jaarlijkse onderzoek van de consultant Sia Partners, dat de mobiele app van Belfius uitriep tot de op een na beste ter wereld - de eerste plaats was voor KBC Mobile.

Belfius - KBC ook - doet het daarmee beter dan de Litouwse en Duitse ‘neobanken’ Revolut en N26, die met hun mobiele betaalapps internationaal mikken op jongeren die de digitale wereld enthousiast omarmen. Maar wie zit in het buitenland te wachten op de mobiele app van Belfius, een merk dat daar compleet onbekend is? De concurrentie is er eveneens groot. Daar doorbreken vergt zware marketinginspanningen. Is het sop de kool wel waard?

Wonderen bestaan natuurlijk. En waarom zou een bank uit een land dat zichzelf een exportkampioen noemt zich niet aan export wagen? De ervaring, van Belgische banken in het buitenland en met buitenlandse banken in België en met internetbanken, leert echter dat dat geen wandeling in het park is. Banken die het proberen, komen vaak met een nat pak thuis.

Bij bankieren gaat het immers niet alleen om technologie, maar vooral om vertrouwen. En een bank die je vertrouwt en die nabij is, geef je meer vertrouwen dan een onbekende en verdere bank. Als het om hun geldzaken gaat, willen de meeste mensen toch graag enige zekerheid.

Dat is het grote obstakel waarop banken botsen die activiteiten in het buitenland willen ontplooien voor buitenlandse particuliere klanten. Er zijn tot dusver geen aanduidingen dat die horde digitaal gemakkelijker te nemen is.

Lees verder