weekboek

Een skelet in een museum

Senior writer

Ze zijn geëindigd als een skelet in een museum. Omdat ze niet aardden op een veranderende planeet. Het lot van de dinosaurussen houdt voor bedrijven een les in: wie zich niet aan de evoluerende wereld aanpast, dreigt te verdwijnen. De oliemaatschappijen zijn gewaarschuwd.

‘Olie wordt nooit meer goedkoop’, klonk het medio 2008 uit de monden van vele ‘specialisten’, toen de internationale olieprijs op 150 dollar per vat piekte. Door de energiehonger van de groeilanden zou de vraag naar olie stijgen, terwijl het ontdekken en ontginnen van nieuwe voorraden almaar moeilijker zou worden.

Maar het kan verkeren. Dit voorjaar kreeg in de VS wie olie wilde kopen er nog geld bovenop. Er was geen opslagcapaciteit om de opgepompte olie te stockeren. De coronacrisis legde grote delen van de economie stil en deed het olieverbruik drastisch dalen. Maar nu de economie weer op dreef komt, kost een vat nog altijd ‘maar’ 40 dollar. De voorbije jaren schommelde de prijs tussen 50 en 70 dollar. Ver onder de piek van 2008. Het gaat dus om meer dan een incidentele inzinking.

De oliehonger is minder sterk toegenomen dan wat analisten hadden voorspeld. De boom van schalieolie creëerde een extra aanbod. En enkele grote olieproducerende landen, Saoedi-Arabië op kop, begonnen een prijzenoorlog om hun marktaandelen te beschermen.

Ook in een sector die niet meer groeit, kunnen bedrijven floreren als ze creatief en innovatief zijn.

De langetermijntrend is bovendien niet oliegezind. Het internationale olieverbruik plafonneert, stelde de oliegroep BP maandag in haar gezaghebbende Energy Outlook. Olie, een fossiele brandstof, wordt mee verantwoordelijk geacht voor de broeikasgassenuitstoot, die aan de basis van de klimaatverandering ligt.

Olie zit in het verdomhoekje. Overal gebeuren inspanningen om olie als energiebron te vervangen door milieuvriendelijker alternatieven. De Vlaamse regering verbiedt vanaf 2021 de installatie van stookolieketels in nieuwbouwwoningen en bij grondige renovaties. De kans is groot dat in het nieuwe federale regeerakkoord ingeschreven wordt dat vanaf 2026 het gunstregime voor bedrijfswagens niet meer geldt voor voertuigen met een benzine- of dieselmotor.

Uit een ander vaatje

Ons land is geen voorloper met die initiatieven. Wereldwijd is een omslag naar elektrificatie aan de gang. Voor de oliemaatschappijen is dat een ongunstige ontwikkeling. Ze zullen uit een ander vaatje moeten tappen om hun rendabiliteit en verdere groei veilig te stellen.

Een oude kolenwasserij, een schachtbok, een half afgegraven terril. Dat is wat in Limburg overblijft van de eens florissante steenkoolindustrie. Steenkool was ook ooit een dominante energiebron, maar werd weggedrukt door energiebronnen die minder vervuilend waren, makkelijker te ontginnen en goedkoper. De teloorgang van de steenkoolindustrie was een zware dobber voor de regio’s waar het een belangrijke economische activiteit was. Én voor de ondernemingen die zich op de exploitatie van de mijnen hadden toegelegd.

Kempische Steenkolenmijnen, het bedrijf dat de Limburgse mijnsites overkoepelde, is van het toneel verdwenen. In Nederlands Limburg heroriënteerde het mijnbedrijf zich drastisch en vormde het zich eerst om tot een chemisch bedrijf, later tot een onderneming die zich toelegt op voeding, gezondheid en duurzaam leven. Enkel de naam, DSM, die staat voor Dutch State Mines, houdt nog een verwijzing naar zijn verleden in

De rol van de oliemaatschappijen is nog niet uitgespeeld. Maar op termijn staan ze voor een gelijkaardige uitdaging. Ze moeten zichzelf heruitvinden. De meeste zijn daarmee bezig. Ze schuiven op naar activiteiten met een hogere toegevoegde waarde, bijvoorbeeld chemie. Of ze zetten ook in op hernieuwbare energie, zoals zon en wind. Daar moeten ze echter vechten voor hun plaatsje, want het is een heel andere business.

Weggeduwd

Ook in een sector die niet meer groeit, kunnen bedrijven floreren, als ze innovatief en creatief zijn. Een tiental jaar geleden werd de dood van de kranten voorspeld. Ze zouden worden weggeduwd door digitale nieuwsplatforms. Een aantal kranten is inderdaad verdwenen. Maar andere hebben succesvol ingespeeld op de opportuniteiten van de nieuwe technologie, vanuit hun sterkte en ervaring.

Hetzelfde in de banksector. Digitale uitdagers slagen er niet zo makkelijk in de gevestigde banken van het toneel te spelen als die zelf een slimme digitale strategie ontwikkelen. Ze hebben een belangrijke troef die de uitdagers mankeren: kennis en ervaring van de business. Technologische achterstand valt makkelijker bij te benen.

De bedrijven, geconfronteerd met een wereld in verandering, moeten wel bereid zijn hun oude gewaden af te werpen en zich aan te passen. Dat is vaak pijnlijk. Maar het is noodzakelijk. Wie dat niet doet, wordt een dinosaurus: een beest dat vervreemdt van de nieuwe wereld waarin het uiteindelijk geen plaats meer heeft en dat eindigt als een skelet in een museum.

Lees verder