analyse

Europa argwaant eigen kampioenen

De fusie tussen Siemens en Alstom zou een groep creëren van 16 miljard euro en 62.300 werknemers. ©BELGAIMAGE

Het strenge optreden van Europa tegen alles wat de vrije concurrentie kan belemmeren bemoeilijkt de creatie van Europese industriële kampioenen. Dat komt ons duur te staan in de internationale competitie. Want de VS en China spelen het spel anders.

De samenwerking tussen industriële groepen in verschillende Europese landen, aangemoedigd door de politieke beleidsmakers in Frankrijk en Duitsland en financieel gesteund met aardig wat belastinggeld, heeft de creatie mogelijk gemaakt van de Europese vliegtuigbouwer Airbus die verhindert dat het Amerikaanse Boeing het luchtruim voor zich alleen heeft. Het heeft wat moeite gekost, maar Airbus kan nu zijn voet naast die van Boeing zetten: de twee wedijveren om het marktleiderschap. Airbus, dat productievestigingen heeft in Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Spanje, realiseert een omzet van ongeveer 70 miljard euro en telt 130.000 werknemers. Vandaag zullen weinigen nog betwisten dat Airbus een geslaagd project is en een van de redenen waarom Europa nu een bloeiende lucht- en ruimtevaartindustrie heeft.

Het voorbeeld van Airbus inspireerde vorig jaar het Duitse Siemens en het Franse Alstom om hun krachten te bundelen voor de creatie van een Europese kampioen voor de spoorindustrie, om een vuist te kunnen maken tegen het Chinese CRRC, de grootste fabrikant van spoorwegmaterieel in de wereld. CRRC, dat gecontroleerd wordt door de Chinese overheid, probeert sinds kort een toegang te forceren tot de Europese markt en haalde al orders binnen in het Verenigd Koninkrijk en Tsjechië. De combinatie van de treinactiviteiten van Siemens en Alstom zou een groep doen ontstaan met een omzet van 16 miljard euro en 62.300 werknemers. Dat is aardig, maar wel nog maar half zo groot als het Chinese CRRC.

Klachten

Sporend naar hun fusie zijn Siemens en Alstom echter op een obstakel gebotst. Europees commissaris voor Mededinging Margrethe Vestager maakt bezwaar. Ze heeft geluisterd naar de klacht van onder meer Network Rail, de Britse spoornetbeheerder, dat door de fusie het aantal leveranciers van signalisatiesystemen vermindert en de prijzen bijgevolg dreigen te stijgen - ‘met enkele tientallen miljoenen pond’ - wat op de een of andere manier doorgerekend zal moeten worden aan de Britse treinreizigers. De Britten willen de Europese Unie dan wel zo vlug mogelijk de rug toekeren, maar intussen maken ze nog wel gebruik van hun aflopend lidmaatschap om de creatie van een Europese treinkampioen te torpederen.

Vestager maakt bezwaar tegen de fusie van de treinactiviteiten van Siemens met die van Alstom.

Siemens en Alstom moeten voor midden december antwoorden op de bezwaren van Vestager. Die heeft dan tot eind januari de tijd om een eindoordeel te vellen. De twee treinbouwers kunnen hun fusie redden door enkele activiteiten af te stoten. Er is sprake van een deel van de signalisatiebusiness of de divisie hogesnelheidstreinen van een van de twee. Of ze vinden dat een te groot offer en blazen hun fusie af.

Vestager zou daar niet rouwig om zijn. Ze vindt de bedreiging van het Chinese CRRC niet imminent. En ze is niet zo tuk op kampioenen. ‘Als je in elke sector verschillende bedrijven samenbundelt tot een Europese kampioen, bestaat de kans dat die de bal mis slaat en dat kan verstrekkende gevolgen hebben. Dat betekent namelijk dat duizenden jobs en de toekomst van een Europese industrietak afhangen van de beslissingen van één speler’, zei ze onlangs. Ze herhaalde haar geloof in de voordelen van concurrentie. Dat is begrijpelijk, want dat is haar opdracht als Europees commissaris.

Maar zou dat ook de visie zijn van Elzbieta Bienkowska, de Europese commissaris voor Industrie? Het is voor de Poolse moeilijk opboksen tegen Vestager. Ze heeft in de Commissie ook niet hetzelfde gewicht. En Vestager heeft al aangetoond dat ze nauwelijks vatbaar is voor politieke druk. De Duitse bondskanselier Merkel heeft de Europese Commissie al opgeroepen om de concurrentieregels niet in de weg te laten lopen van de creatie van Europese industriële zwaargewichten. ‘We hebben bedrijven nodig die sterk genoeg zijn om te kunnen rivaliseren met de Chinese giganten’, vindt ook de Franse minister van Economie Bruno Le Maire.

Het is opvallend dat Europa strikter waakt over de concurrentie dan de VS.

Het is in elk geval opvallend dat Europa de concurrentie strikter bewaakt dan de Verenigde Staten. Amerikaanse internetgiganten als Google, Facebook of Amazon krijgen in eigen land weinig tegenkanting van hun concurrentiewaakhond. Als ze al eens op de vingers worden getikt of een boete krijgen is dat in Europa, door de Europese Commissie. En in China, bestaat daar wel een concurrentiewaakhond? Met Chinese giganten de wereld veroveren is voor Peking een belangrijker prioriteit dan lagere prijzen voor de Chinese consumenten. CRRC is zelf ook het resultaat van een fusie van twee Chinese producenten van spoorwegmaterieel in 2015.

Kalf verdronken

De vraag is waar Europa het meeste baat bij heeft. Bij sterke concurrentie op de Europese interne markt die leidt tot lagere prijzen voor consumenten en andere afnemers? Of bij een sterke, in Europa verankerde, industrie die leidt tot een stevige economische dynamiek en werk verschaft aan duizenden of tienduizenden Europeanen?

Het is geen eenvoudige afweging. Maar ook de gevolgen op lange termijn moeten ingecalculeerd worden. Is Europa en zijn de Europese consumenten beter af als ze in hoge mate afhankelijk worden van Chinese bedrijven die, wanneer ze hun Europese concurrenten van de markt hebben geduwd, zich ook tot monopolisten kunnen ontpoppen? Als het kalf verdronken is, is het voor Europa te laat om te reageren en is de schade onherstelbaar.

Europa moet wat meer aan realpolitiek doen.

Europa moet wat meer aan realpolitik doen. Het moet zijn mooie principes af en toe opzij durven schuiven als het obstakels blijken om dingen te kunnen doen die op langere termijn voor Europa, zijn burgers en hun welvaart cruciaal zijn. Een Google in Europa? Onmogelijk, met de manier waarop de Europese Commissie een fetisj maakt van concurrentiebekommernissen. Maar geen nood, de Europeanen kunnen terecht bij het Amerikaanse Google en, binnenkort misschien, bij het Chinese Baidu. En bij gebrek aan Europese kampioenen kunnen de beleidsmakers hier dan naarstig op zoek gaan naar manieren om de winsten te belasten die de buitenlandse giganten op de Europese markt realiseren. Een armzalige politiek om wat kruimels te verzamelen die van de tafel vallen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie