weekboek

Fiscale ontwijking als winstmodel

Multinationals optimaliseren stelselmatig hun winst door die af te leiden naar fiscale paradijzen. Volgens de denktank OESO, die de cijfers bekendmaakte, dringt een hervorming van de vennootschapsbelasting zich op.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), een club van 37 veelal rijke landen, becijferde wat velen al lang vermoedden: multinationals optimaliseren hun winststromen zo dat ze er minder belasting op moeten betalen. De studie Corporate Tax Statistics verscheen deze week en bevat voor de eerste keer cijfers over waar die grote bedrijven hun winsten parkeren.

Volgens de OESO toont de studie aan dat er ‘een wanverhouding’ is tussen de plaats waar de winsten worden gerapporteerd en de plaats waar de economische activiteit plaatsvindt.

De cijfers werden op anonieme basis geaggregeerd. Bedrijven met een omzet die hoger ligt dan 750 miljoen dollar moeten sinds 2016 gedetailleerde cijfers inleveren en per land hun winsten rapporteren. De gepubliceerde resultaten gaan over 2016.

Een kwart van de inkomsten van de 4.000 onderzochte multinationals, goed voor 467 miljard dollar, belandt in landen van waaruit ze investeringen doen. Nochtans zit daar maar 4 procent van hun personeel en 11 procent van de materiële activa. Het gaat om wat de OESO ‘investeringshubs’ noemt, landen die geen of nauwelijks vennootschapsbelasting heffen.

Het gemiddelde bedrijfsinkomen per personeelslid in de investeringshubs ligt volgens het rapport op 1,4 miljoen dollar. In landen met een vennootschapsbelasting onder 20 procent bedroeg de mediaan 240.000 dollar, in landen met een nominale aanslagvoet boven 20 procent ging het om 370.000 dollar.

Volgens de OESO toont dat aan dat er ‘een wanverhouding’ is tussen de plaats waar de winsten worden gerapporteerd en de plaats waar de economische activiteit plaatsvindt. De organisatie vindt dat er een belastinghervorming moet komen.

Het onderzoek van de winststromen door de OESO past in een onderzoek op verzoek van de G20, de club van de twintig grootste economieën. Op termijn moet dat leiden tot een eerlijke belastingverdeling. De bedoeling is een internationale vennootschapsbelasting in te stellen tussen 12 en 15 procent om te voorkomen dat de fiscale paradijzen niet de belastinginkomsten van andere landen opslorpen.
Het OESO-onderzoek heeft wel enkele beperkingen. Landen als Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland hebben de gegevens voor 2016 niet bezorgd.

As van de ontwijking

De voorzichtige conclusies van de OESO bevestigen het werk dat de ngo Tax Justice Network (TJN) al jaren levert. De OESO gebruikt overigens de methodologie van de ngo om de rekeningen te analyseren.

Uit onderzoek blijkt dat het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Luxemburg en Nederland goed zijn voor 72 procent van alle misgelopen belasting op bedrijven.

Uit het onderzoek van TJN blijkt dat het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Luxemburg en Nederland goed zijn voor 72 procent van alle misgelopen belasting op bedrijven. Niet voor niets worden die landen ‘de as van de ontwijking’ genoemd.

De kosten van de ontwijking zijn hoog. Jaarlijks lopen de overheden wereldwijd 5 miljard dollar aan bedrijfsbelastingen mis door constructies op de Britse Maagdeneilanden. Zelf houdt het eiland daar 0,02 miljard dollar aan over. ‘Voor iedere dollar die de Maagdeneilanden konden binnenrijven bij multinationals verliest de wereld 314 dollar’, rekende TJN voor. Dichter bij huis vinden we een ander voorbeeld. Luxemburg kreeg 0,4 miljard dollar extra binnen en dat kostte de wereld 8 miljard dollar, of een verlies van haast 20 dollar voor iedere dollar die het Groothertogdom binnenreef.

Tijdens de coronapandemie hebben sommige Europese lidstaten steun voor bedrijven verbonden aan bepaalde voorwaarden. Wie in aanmerking wilde komen voor noodhulp mocht niet gebruikmaken van fiscale paradijzen. Maar die maatregel heeft slechts een beperkt effect. De zwarte lijst die Europa hanteert, is erg beperkt en geldt voor slechts 7 procent van de fiscale paradijzen. De enige belangrijke speler op die zwarte lijst zijn de Kaaimaneilanden.

De factuur van de coronacrisis loopt voor veel overheden snel op. De roep om een rechtvaardiger belastingsysteem zal dus toenemen, maar het is niet zeker dat de internationale consensus groot genoeg is.

Apple

Naast de studie over het ontwijkingsgedrag van multinationals loopt bij de OESO ook een discussie over het eerlijker belasten van de hightechbedrijven. Europese landen als Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Spanje willen sommige grote jongens uit de digitale wereld belastingen laten betalen op de plaats waar ze hun inkomsten vandaan halen. Dat is een delicate oefening in deze verscheurde wereld.

Omdat het vooral om Amerikaanse bedrijven gaat, staan de VS op hun achterste poten. Ze dreigen al met sancties tegen die landen die hun bedrijven extra belastingen zouden durven op te leggen. De onderhandelingen zijn voorlopig opgeschort, al probeert de OESO ze weer vlot te trekken.

De Europese Commissie probeert de techbedrijven intussen zelf aan te pakken met onderzoeken naar ongeoorloofde subsidies aan multinationals. In 2016 werd ons land al eens veroordeeld en moesten 35 bedrijven samen 700 miljoen euro betalen aan de Belgische fiscus omdat ze gebruikmaakten van overwinstrulings. Volgens dat systeem moesten multinationals geen belasting betalen op winsten die ze niet in België hebben gerealiseerd. Het Europees Hof van Justitie trok een streep door die veroordeling. Europees commissaris voor Mededinging Margrethe Vestager gaf niet op en heropende de zaak in 2019.

Het zijn de grote technologische platformen met hun digitale dienstverlening die het eenvoudigst hun winsten kunnen afleiden, daarbij geholpen door vaak erg gunstige fiscale rulings die de al erg lage belasting nog eens wegvagen.

Volgende week buigt het Europees Hof zich over de 13 miljard euro die de Ierse fiscus eist van de Amerikaanse techreus Apple wegens onrechtmatige belastingvoordelen. De uitspraken van het Hof staan niet op voorhand vast. De boete die de koffieketen Starbucks aan Nederland moest betalen, werd verworpen, terwijl die voor de autogroep FiatChrysler aan Luxemburg werd bevestigd.

De Apple-zaak is symbolisch omdat het om de hoogste boete gaat die ooit is opgelegd en omdat ze in volle discussie over de belasting van techbedrijven komt. Het zijn de grote technologische platformen met hun digitale dienstverlening die het eenvoudigst hun winsten kunnen afleiden, daarbij geholpen door vaak erg gunstige fiscale rulings die de al erg lage belasting nog eens wegvagen.

Of de coronapandemie de discussie over belastingontwijking of de digitaks in een versnelling brengt, valt te bezien. Omdat de VS op dit moment bijzonder agressief doen over alle mogelijke handelsakkoorden en met sancties dreigen tegen de rest van de wereld, is een overlegde oplossing bijzonder moeilijk.

Bovendien speelt binnen Europa een bikkelharde concurrentie en is het niet vanzelfsprekend dat Ierland of Nederland hun beleid tegenover multinationals zomaar verstrengen. De discussie zal wel onvermijdelijk oplaaien als de financiering van de Europese relance op tafel komt. Met een Ier aan het hoofd van de eurogroep zijn al de nodige voorzorgen genomen.

Lees verder