weekboek

Google eens: ‘Google, monopolie en misbruik’

Senior writer

De Amerikaanse justitie opende deze week voor het eerst in 22 jaar nog eens een monopoliezaak in de technologiesector. Google moet zich verantwoorden voor het oneigenlijke gebruik van zijn dominante marktpositie.

Van 1998. Zolang was het geleden dat justitie in de Verenigde Staten een techbedrijf zwaar in het vizier had. De twijfelachtige eer viel destijds Microsoft te beurt. De softwaregigant moest zich verantwoorden voor concurrentievervalsing. Hij leverde bij zijn softwarepakket ook zijn browser Internet Explorer. De zaak sleepte lang aan en uiteindelijk kwam een halfslachtig compromis uit de bus. Maar de jarenlange juridische strijd deed Microsoft terrein verliezen, en daar profiteerde onder meer de prille zoekmachine Google van. Nadien deed noch de Republikeinse president George W. Bush noch zijn Democratische opvolger Barack Obama iets aan de tomeloze groei van de hightechsector. Onder Obama werd even overwogen Google te vervolgen, maar dat plan werd afgeblazen.

Uitgerekend onder de Republikeinse president Donald Trump opent het Amerikaanse gerecht nog eens een monopoliezaak tegen een groot bedrijf. Google is gigantisch. Slechts 14 landen hebben een groter bruto binnenlands product dan de beurskapitalisatie van de internetgigant.

Als we Google zo laten doorgaan, zullen de Amerikanen nooit de voordelen van de ‘volgende Google’ ontdekken.
William Barr
Amerikaanse minister van Justitie

Google controleert zowat 90 procent van de onlinezoekmarkt in de VS. In Europa ligt dat percentage nog hoger. Om die positie te bereiken maakte het bedrijf gebruik van geheime, exclusieve deals met andere spelers in de markt. ‘Niemand kan de dominantie van Google op werkbare wijze uitdagen’, zei de Amerikaanse minister van Justitie William Barr. ‘Als we Google op deze concurrentievervalsende weg laten doorgaan, verliezen we de volgende golf van vernieuwers en zullen de Amerikanen nooit de voordelen van ‘de volgende Google’ kennen.’

De opmerkelijkste deal die Google afsloot, is ongetwijfeld die met Apple. Google betaalt Apple jaarlijks 8 miljard dollar om zijn zoekmachine standaard te maken in de Safari-browser van het Apple-besturingssysteem. Dat betekent dat de Android-toestellen en de Apple-gsm dezelfde zoekmachine hebben.

Alphabet Inc, de genoteerde moederholding van Google, betoogt dat het Amerikaanse onderzoek ‘zware gebreken’ vertoont. Tenzij de volgende president het onderzoek afblaast, zal ook deze zaak jaren aanslepen. En net als bij Microsoft met een vaag compromis eindigen. Maar de zaak kan Google wel terrein kosten.

Boetes

Onderzoek naar de marktpositie van Google is niet nieuw. In 2010 richtte de Europese Commissie haar pijlen op Google omdat de concurrentie klaagde dat het bedrijf misbruik maakte van zijn dominante positie op de zoekmarkt. In 2012 besloot Joaquín Almunia, de toenmalige EU-commissaris voor Concurrentiebeleid, geen formeel onderzoek te openen maar te onderhandelen met Google om de klachten weg te werken. Zijn opvolgster Margrethe Vestager pakte de zaak forser aan en diende in april 2016 een formele klacht in tegen het Android-systeem, het operationele systeem van Google op mobilofoons. In juli volgde een klacht tegen Adsense, de advertentiearm van Google. De kwestie mondde in 2017 uit in 2,4 miljard euro boete voor de advertentiemarkt en in 2018 in 4,3 miljard euro boete voor het misbruik van de dominante positie van Android. Google ging in beide zaken in beroep.

Ook in de VS liep Google al eens in het vizier van de autoriteiten. In 2011 opende de Federal Trade Commission (FTC), die waakt over de concurrentie, een onderzoek om na te gaan of de marktdominantie van het bedrijf niet te groot was. De zaak had betrekking op de advertentiemarkt. In 2007 had de FTC de overname van Doubleclick, een specialist in onlineadvertenties, door Google toegelaten. Drie jaar later mocht het AdMob overnemen, waardoor het bereik in de digitale advertentiemarkt stevig werd verhoogd. De FTC rekende erop dat Apple voldoende tegengewicht zou bieden. Tevergeefs. Apple sloot zijn advertentienetwerk enige tijd later. Na twee jaar onderzoek sloot de FTC de zaak in 2013 af zonder formele klacht.

De hamvraag nu is natuurlijk: maakt het Amerikaanse gerecht enige kans tegen Google?

De hamvraag nu is natuurlijk: maakt het Amerikaanse gerecht enige kans tegen Google? De met de kwestie belaste rechter, Amit Mehta, is nog aangesteld door Obama. Hij heeft ervaring in concurrentievervalsing. Niet lang na zijn aanstelling verbood hij een fusie van Sysco Corp. en US Foods. Hij maakte van de mogelijkheid gebruik fusies te verbieden als ze de concurrentie dreigen te verstoren. Mehta besliste vorig jaar ook dat Trump niet kon verhinderen dat zijn financiële gegevens werden vrijgegeven. Omdat er zo weinig zaken zijn op het vlak van concurrentie, is een kundige rechter een voordeel voor de overheid.

Elf Republikeinse staten hebben zich bij de klacht tegen Google aangesloten. De verwachting is dat na de presidentsverkiezingen nog meer staten volgen.

Ongemak

In het Congres heerst zowel bij Republikeinen als Democraten een groot ongemak over de monopolies van de hightechbedrijven. Ondanks de diepe politieke kloof tussen beide partijen verscheen onlangs een rapport van ruim 400 pagina’s over de digitale markt, de grote technologische platformen en hoe de markt nu werkt. Beide kampen willen iets veranderen. Er bestaat grote eensgezindheid dat Facebook en Google hun dominantie misbruiken, maar over de remedies verschillen ze van mening. De Republikeinen willen individuele bedrijven bijsturen, de Democraten willen sommige activiteiten van de internetmolochs afsplitsen.

De politieke onrust over de technologiesector is ook voelbaar bij de FTC. Twee dagen na de klacht tegen Google maakte de Amerikaanse zakenkrant The Wall Street Journal bekend dat ook een formele klacht tegen Facebook wordt overwogen, om dezelfde redenen als tegen Google: misbruik van marktdominantie om de concurrentie te hinderen. Monopolies zijn in de VS overigens niet verboden. Het gaat om het misbruik maken van een dominante positie die elke serieuze concurrentie verhindert.

De context van de klacht tegen Google is dus eerder gunstig, maar dat zal niet volstaan. Onderzoek naar concurrentievervalsing door een dominante marktpositie is een hachelijke zaak. Google stelt dat zijn diensten meestal gratis zijn en dat de consumenten erom vragen. Bovendien evolueert de technologie vaak zo snel dat de feiten achterhaald zijn op het moment van de gerechtelijke uitspraak.

Europa probeert nu omgekeerd te werk te gaan en regels uit te werken die verhinderen dat grote bedrijven een dominante positie verwerven. Dat is geen eenvoudige opdracht. De regels moeten eerlijke concurrentie garanderen, maar mogen de concurrentie niet lamleggen.

Door de Amerikaanse laksheid van de voorbije twintig jaar is het zeer moeilijk de grote spelers in te tomen. Het is zelfs onwaarschijnlijk dat de VS hun kampioenen offeren op het altaar van de eerlijke concurrentie. In de digitale wereld vindt, net als in de echte wereld, een serieus gevecht om dominantie plaats tussen de VS en China. Dat is te merken aan de Amerikaanse maatregelen tegen Chinese bedrijven als Huawei en TikTok. Die geopolitieke realiteit is voor de Amerikaanse bedrijven een belangrijke zekerheid.

Lees verder