weekboek

In de bres voor onze banken

Senior writer

Na een harde les in de bankencrisis van 2008 zijn de regering en de toezichthouder in ons land terughoudend om de banken te laten meemarcheren in grote Europese verhalen. Noem het economisch nationalisme. Maar het is ook voorzichtig beleid.

De Nederlandse bankgroep ING heeft vrijdag met Steven van Rijswijk een nieuwe CEO gekregen. Hij volgt Ralph Hamers op die naar de Zwitserse financiële reus UBS verkast. Hamers laat bij ING onafgewerkte werven af, zoals de bouw van een eengemaakt digitaal platform voor Nederland en België. Zoals dat gaat met bouwprojecten kreeg het af te rekenen met technische problemen, vertrekkende werfleiders en strenge eisen van de regelgever.

ING wijst vooral de Nationale Bank van België (NBB) met de vinger. Die zou als toezichthouder op ING België obstakels hebben opgeworpen. In een commentaarstuk deze week beschuldigt Het Financieele Dagblad de NBB ervan moderniseringsprojecten te saboteren en het concurrentievermogen van ING te schaden. 'Lokale toezichthouders moeten niet alle veranderingen tegenhouden tot de Europese bankenunie volledig is afgewerkt', klinkt het in de krant, die de NBB 'primitieve angsten' toeschrijft.

Pot en ketel

Het is als de pot die de ketel verwijt dat hij zwart is. Toen in 2008 Fortis, op dat moment de grootste financiële groep in de Benelux, kapseisde, torpedeerden de Nederlanders een gezamenlijke Belgisch-Nederlands-Luxemburgse reddingsactie, waardoor Fortis Bank België in Franse handen terechtkwam. Voordien hadden de Nederlandse regering en De Nederlandsche Bank ook al hun stinkende best gedaan de overname van ABN Amro en de integratie ervan in Fortis te bemoeilijken. België bakt ze nu een koekje van eigen deeg. En dat smaakt hen niet lekker.

Het kan de bankentoezichthouder in België niet worden verweten lessen te hebben getrokken uit die traumatische ervaring. Met Fortis en Dexia had België de hoofdkwartieren van twee grote grensoverschrijdende Europese bankgroepen. Ons land had zo bouwstenen geleverd voor een echt Europese banksector. Maar toen vanuit de VS de bankencrisis aangerold kwam, bleek Europa niet thuis te geven en stond het kleine België er alleen voor om die 'Europese' banken te redden.

De greep van buitenlandse groepen op onze banken kan niet zomaar ongedaan worden gemaakt.

België beseft dat het naïef is geweest. We hebben toegestaan dat grote banken en verzekeringsgroepen opgingen in internationale allianties, in de overtuiging een bijdrage te leveren aan het Europese project. We hebben daarmee echter zeggenschap uit handen gegeven en onze economische belangen te gemakkelijk opgeofferd. De internationale groepen gebruikten het spaargeld van de Belgen, ingezameld door hun Belgische filialen, om risicovolle activiteiten te financieren in het buitenland – onder meer bij Dexia was dat het geval. Dat bedreigde de stabiliteit van de Belgische banken en van het financieel systeem in ons land.

De greep van buitenlandse groepen op onze banken kan niet zomaar ongedaan worden gemaakt. Maar de overheid en de Nationale Bank als toezichthouder hebben wel de middelen om de Belgische belangen beter te bewaken, zodat we een stevige financiële sector hebben in onze economie. Dat de buitenlandse groepen met die regels en bemoeienissen niet happy zijn, het zij zo. Het is een vorm van economisch nationalisme. We hoeven ons daarvoor niet te laten kapittelen, andere Europese landen gaan daar veel verder in.

Terecht wordt geëist dat een Belgische bank, zelfs als die een filiaal van een buitenlandse groep is, een eigen raad van bestuur heeft met enkele onafhankelijke bestuurders. Er zijn beperkingen opgelegd aan het gebruik van de Belgische filialen als financieringsbron voor activiteiten elders in de groep. De dividendenstroom vanuit België naar de buitenlandse moedergroep wordt in het oog gehouden. De Belgische regering liet onlangs van zich horen toen BNP Paribas bij het begin van de coronacrisis bijna 2 miljard euro dividenden van zijn filiaal BNP Paribas Fortis naar Parijs wilde laten stromen.

Hakken in het zand

In internationale bankgroepen moeten geldstromen in principe vrij kunnen circuleren. Dat is een van de efficiëntiewinsten die uit het internationaal opereren gepuurd kunnen worden. Spaaroverschotten in België kunnen elders in de groep rendabeler worden ingezet. Het heeft weinig zin winsten in het Belgische filiaal te laten, als dat Belgische filiaal een voldoende sterk eigen vermogen heeft en niet meteen een kapitaalbehoefte heeft. En de aandeelhouder heeft recht op een dividend. Maar hoe zeker is dat het geld, funding of kapitaal, in geval van nood opnieuw naar hier terugkomt als het eenmaal vertrokken is?

Andrea Enria, het hoofd van het Europese bankentoezicht bij de Europese Centrale Bank, pleit voor meer grensoverschrijdende fusies en overnames, om tot een echte Europese bankenmarkt te komen. België is in Europa een van de landen die hun hakken in het zand zetten. Blindelings erop vertrouwen dat de Europese bankunie helemaal wordt afgewerkt en vervolgens ook functioneert, zou naïef zijn. Het is beter de kat uit de boom te kijken voor de nationale beschermingsmaatregelen af te bouwen.

Banken moeten een voorzichtig beleid voeren. Van de nationale bankentoezichthouder mag hetzelfde worden verwacht. Dat heeft niks met primitieve angsten te maken.

Lees verder