Industriële parel met een oude, ferme kras

Asco-topman Christian Boas. ©Photo News

Met de verkoop van Asco aan een Amerikaanse groep verliest België een van zijn schaarse industriële bedrijven actief in de luchtvaart. Niet meteen een kroonjuweel, wel een parel. Maar eentje waarop een ferme kras zit, opgelopen in het verleden.

Met de overname van het Zaventemse bedrijf Asco door het Amerikaanse Spirit AeroSystems  verdwijnt weer een Belgische industriële parel in buitenlandse handen. Asco heeft zich de voorbije decennia opgewerkt tot een gespecialiseerde toeleverancier voor vliegtuigbouwers en behoort op dat terrein tot de internationale top 100.

Het maakt hoogwaardige onderdelen voor vleugels en landingsgestellen en telt Airbus, Boeing, Embraer, Bombardier en Lockheed Martin onder zijn klanten. In het raam van de industriële compensaties voor ons land voor de bestelling van nieuwe legerjets stellen de drie consortia die meedingen - het Franse Dassault met de Rafale, het Britse BAE met de Eurofighter en het Amerikaanse Lockheed Martin met de F-35 - opdrachten voor Asco in het vooruitzicht. Wie de aanbesteding ook binnenhaalt, het Zaventemse bedrijf zit altijd in het winnende kamp.

Belgisch succesverhaal

Waarom wordt Asco dan verkocht? Omdat de familiale aandeelhouders een opvolgingsprobleem hebben. En omdat de schaalvergroting in de vliegtuigindustrie de toeleverancier voor een grote uitdaging plaatst, zegt topman Christian Boas. De website DeRijksteBelgen rangschikt de Brusselse ondernemersfamilie Boas bij de rijkste 50 van het land.

Asco, in 1954 opgericht door Emile Boas, de grootvader van Christian, is een Belgisch industrieel succesverhaal. Het lanceerde zich pas in 1979 in de luchtvaartindustrie, toen het een opportuniteit zag in het Europese vliegtuigbouwproject Airbus. Samen met enkele andere Belgische bedrijven verenigde Asco zich in Belairbus om bestellingen in het raam van het Airbus-programma te kunnen binnenhalen.

Dat was, achteraf bekeken, een verstandige zet. Want de markt waarop Asco tot dan hoofdzakelijk actief was, die van de militaire voertuigen, zou de volgende jaren grondig veranderen door de eenmaking van de Europese markt, waardoor de nationale defensiebedrijven hun bescherming verloren, en door de ontspanning tussen Oost en West na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

Paul Vanden Boeynants

Asco begon in de jaren ’50 van vorige eeuw als een handel in wisselstukken voor auto’s. Door een contract voor het onderhoud van legertrucks werd het bedrijf gaandeweg een defensiecontractor.

Asco werd in eerste instantie groot dankzij opdrachten voor het Belgisch leger.

Onder de leiding van Roger Boas, de zoon van Emile en de vader van Christian, kende het bedrijf in de jaren 70 van vorige eeuw een fenomenale groei en kon het zijn winst vertienvoudigen. Dat was in belangrijke mate te danken aan de Brusselse politicus Paul Vanden Boeynants, die als minister van Defensie van 1972 tot 1979 zijn vriend Roger Boas rijkelijk bedeelde bij de toekenning van legercontracten.

Enkele dagen voor hij op 15 oktober 1979 verrassend ontslag nam als minister van Defensie, kende Vanden Boeyants Asco nog een contract toe van 23 miljard frank (570 miljoen euro) voor de levering van 1.189 pantservoertuigen aan het Belgische leger. Dat riep vragen op, want Asco kon op dat domein geen adelbrieven voorleggen.

Smeergeld

Al gauw doken insinuaties op dat smeergeld was betaald. Frank De Moor, journalist van het weekblad Knack, beet zich in het dossier vast en kwam regelmatig met stevig gedocumenteerde onthullingen. Knack hield er een twintigtal rechten van antwoorden aan over, voornamelijk van Vanden Boeynants. Een gerechtelijke onderzoek vond geen harde bewijzen van corruptie. Maar Roger Boas werd in 1992, jaren na de feiten, wel veroordeeld voor fiscale fraude en het niet correct boeken van geheime commissielonen in het pantserdossier. Hij kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf, een fikse boete en een verbod om nog bestuursfuncties uit te oefenen.

Paul Vanden Boeynants, die Asco mee groot hielp maken met enkele lucratieve Defensiecontracten. ©Photo News

Zijn naam dook ook op in andere onfrisse zaken. Hij zou betrokken zijn geweest bij illegale wapenhandel. En hij speelde indirect een rol in het schandaal rond Eurosystem Hospitalier, dat draaide rond de bouw door een Belgisch consortium van twee grote militaire ziekenhuizen in Saoedi-Arabië.

Het consortium had niet enkel prins Albert - de latere koning - voor zijn kar gespannen om dat contract in 1976 binnen te halen, het had ook luxecallgirls ingezet van een netwerk geleid door een vriendin - maîtresse volgens sommigen - van Roger Boas. Dat was de manier waarop toen zaken werden gedaan. In 1979 ging Eurosystem Hospitalier failliet. Toen bleek ook dat er van het contract van 36 miljard frank een kwart naar steekpenningen was gegaan. Wie die heeft opgestreken, is nooit duidelijk geworden. In het parlement kwam er veel kritiek op prins Albert. Het dossier is nooit helemaal uitgeklaard.

Roger Boas werd in 1995 door het hof van beroep in zijn eer hersteld. In 2004, twee jaar voor zijn overlijden, kreeg hij de onderscheiding van officier in de Orde van Leopold II ‘wegens bijzondere verdiensten aan het vaderland’.

Asco had zich intussen grotendeels teruggetrokken uit defensiesector en zich omgevormd tot een respectabele en gerespecteerde toeleverancier voor de vliegtuigindustrie. De verkoop van het bedrijf levert de familie Boas 542 miljoen euro op. Maar aan een deel van dat geld hangt nog altijd een geurtje.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud