weekboek

Kampioen zijn is plezant

Senior writer

De bigtechbedrijven profiteren in coronatijden van het mattheuseffect - wie veel heeft, krijgt nog meer - en ontwikkelen zich tot indrukwekkende winstmachines. Maar zijn ze ook de meest winstmakende bedrijven aller tijden?

De Olympische Spelen in Tokio zijn halfweg. Maar het is in New York, op Wall Street, dat afgelopen week records gebroken werden. Gebroken? Verpletterd! Verpulverd! Deze woorden werden bovengehaald om de omzet- en winstprestaties te beschrijven van Alphabet-Google, Apple, Facebook, Amazon en Microsoft. Van big tech. Samen realiseerden ze in het kwartaal van april tot juni een winst van bijna 75 miljard dollar. Apple behaalde goud, met een kwartaalwinst van 21,7 miljard dollar. Alphabet-Google won zilver met een score van 18,5 miljard dollar, een verdrievoudiging in vergelijking met hetzelfde kwartaal vorig jaar.

Ziedaar, in financiële termen, de winnaars van de coronapandemie. Die veroorzaakte een zware economische crisis. Maar big tech had er weinig last van. Bedrijven gesloten door de lockdowns, consumenten die gedwongen in hun huis blijven? Tal van ondernemingen in verschillende sectoren leden er zwaar onder. Maar het leverde de kampioenen van de digitale economie extra business op. En niet weinig. Thuiswerk, online winkelen en online ontspanning dreven de vraag naar hun digitale diensten op.

Het ergste van de economische coronacrisis is voorbij. Maar de golf waarop big tech surft, is nog niet stilgevallen. De coronacrisis zet de digitalisering van de economie in een hogere versnelling. Thuiswerk en online winkelen zijn een blijver. Ondernemingen en handelaars die er nog niet zo hard mee bezig waren, moeten een versnelling hoger schakelen.

De overheden schuiven de verdere digitalisering ook vooruit als een prioriteit. In het ambitieuze infrastructuurplan van de Amerikaanse president Joe Biden is een stevig bedrag voorzien voor de uitbreiding van breedbandnetwerken en andere digitaliseringsprojecten. Ook in het Europees herstelplan is de digitalisering een van de speerpunten. Satya Nadella, de topman van Microsoft, verwacht dat de techinvesteringen, nu goed voor 5 procent van het bruto binnenlands product (bbp), verdubbelen.

De indrukwekkende omzet- en winstcijfers van de bigtechbedrijven komen voort uit het samenspel van drie factoren. Eén: met hun activiteiten haken ze in op een belangrijke structurele beweging, de digitale transformatie. Twee: ze kunnen opereren in een internationale economie waar de handelsbarrières grotendeels geslecht zijn en in een - onder meer door de digitalisering - geglobaliseerde wereld. Drie: ze profiteren van de netwerkeffecten die in de digitale wereld spelen en die leiden tot ‘the winner takes it all’.

Mark Cavendish

Naar aanleiding van de drie sprintzeges van wielrenner Mark Cavendish in de Ronde van Frankrijk dit jaar, waardoor hij zijn aantal ritoverwinningen opdreef tot 34 en daarmee het record van Eddy Merckx evenaarde, ontstond op de sociale media een discussie over wie de beste sprinter aller tijden is. Is het Cavendish? Of Robbie McEwen? Sean Kelly? Mario Cipollini? Freddy Maertens? Jef - Poeske - Scherens?

Het is moeilijk te zeggen. Ze waren actief in verschillende periodes, met ander materiaal, in andere omstandigheden. Op dezelfde manier is het lastig om de omzet- en winstprestaties van de bigtechbedrijven af te meten aan die van andere mastodont-ondernemingen in vroegere tijden. Zijn Google, Apple, Microsoft, Amazon en Facebook inderdaad nooit geziene winstmachines? Is Apple, met een beurskapitalisatie van zowat 2.400 miljard dollar, het waardevolste bedrijf ooit?

Er zijn in het verleden nog bedrijven geweest die een fenomenale groei hebben neergezet, straffe winstcijfers realiseerden en zich opwerkten tot mastodonten. Met zijn populaire en relatief betaalbare Model T baande de Amerikaanse autobouwer Ford Motor Company zich in het begin van vorige eeuw een weg naar de top. In 1918, voor het begin van de Eerste Wereldoorlog, was een op de twee auto’s die op de aardbol rondreden een Ford-T.

General Electric is nog zo’n icoon. Opgericht in 1879 is het nog altijd een van de grootste honderd bedrijven ter wereld, met meer dan 200.000 werknemers en een aanwezigheid in zowat 130 landen. Zijn hoogdagen zijn voorbij. Maar in zijn gloriejaren was General Electric, dat aan de basis van technologische vernieuwing ligt, een van de meest winstgevende bedrijven ter wereld. Het ontwikkelde de gloeilamp en de elektrische motor, en zorgde voor een doorbraak voor de industriële toepassing van de lasertechnologie. General Electric was een van de twaalf industriële bedrijven die deel uitmaakten van de Dow Jones-index, de sterindex van de Amerikaanse beurs, toen die in 1896 van start ging, en het bleef erin tot 2018. Eat that, Apple, Google, Microsoft en andere!

Standard Oil en AT&T kregen het uiteindelijk aan de stok met de concurrentie-autoriteiten en werden opgesplitst.

Een andere kanjer was het telefoniebedrijf AT&T, bijgenaamd Ma Bell, opgericht in 1878, dat in een groot stuk van de 20ste eeuw een monopolie had voor telecomdiensten in de VS en Canada. In 1982 braken de Amerikaanse concurrentie-autoriteiten het monopolie op en werd AT&T opgesplitst in zeven bedrijven.

Tweede Industriële Revolutie

En dan is er natuurlijk ook Standard Oil. John D. Rockefeller zag in de tweede helft van de 18de eeuw het potentieel van olie als energiebron en ontwikkelde een efficiënt raffinageproces. Met zijn bedrijf Standard Oil legde hij zich toe op de productie, raffinage en distributie van olieproducten. Mede door een actief overnamebeleid controleerde Standard Oil in 1880 zowat 90 procent van de wereldoliemarkt. Maar Rockefeller kreeg het aan de stok met de overheid, die in de dominante positie van Standard Oil een bedreiging zag voor de consumenten. In 1911 werd Standard Oil verplicht zichzelf op te delen in 33 afzonderlijke maatschappijen.

General Electric, AT&T, Ford en Standard Oil konden zich opwerken tot megabedrijven dankzij onder meer de grote schaal van de markt waarop ze opereerden - een land met veel natuurlijke rijkdommen, een snelgroeiende economie en geweldige opportuniteiten. Maar ook omdat ze surften op de golf van de Tweede Industriële Revolutie, gedreven door de elektrificatie, olie en de verbrandingsmotor, en telefonie. Zo heeft ieder tijdperk zijn kampioenen.

Ze met elkaar vergelijken is een heikele oefening. De Amerikaanse financiële website Howmuch.com deed een poging ertoe in 2019, toen de Saoedische oliemaatschappij Aramco naar de beurs trok.

890
miljard dollar
General Electric kreeg toen een waarde mee van 890 miljard dollar, Standard Oil van ‘meer dan 1.000 miljard’, in hedendaagse dollars.

General Electric kreeg toen een waarde mee van 890 miljard dollar, Standard Oil van ‘meer dan 1.000 miljard’, in hedendaagse dollars. Apple was het hoogst gewaardeerde bigtechbedrijf, met een waarde van 1.300 miljard dollar. Goed twee jaar later is de beurswaarde van Apple geklommen tot 2.400 miljard dollar, door de coronapandemie en het ongeziene stimuleringsbeleid van regeringen en centrale banken.

Maakt dat van Apple het waardevolste bedrijf ooit? Het levert het bigtechbedrijf een plaats op in de top vijf. De top drie wordt bezet door een maatschappij die zich in de 17de eeuw toelegde op de exploratie en exploitatie van de Nieuwe Wereld, de Britse South Sea Company (beurswaarde op hoogtepunt 4.500 miljard dollar), het Franse Compagnie du Mississippi, later herdoopt tot Company of the Indies (6.800 miljard dollar), en de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie (8.280 miljard dollar). Apple en de andere bigtechbedrijven hebben dus nog een eind te gaan. Als ze voordien niet gestopt worden door de concurrentiewaakhonden.

Lees verder