weekboek

Kiezen voor restauratie of voor (ver)nieuwbouw?

Senior writer

Als de coronastorm is uitgewoed, hebben bedrijven twee opties: terugkeren naar hun vertrouwde activiteiten en routines of nieuwe paden bewandelen. De beleidsmakers staan met hun relanceplan voor een gelijkaardige keuze.

A ls de berg niet tot Mohammed wil komen, dan moet Mohammed naar de berg gaan. De paters van Westvleteren, de brouwers van het veelgesmaakte gelijknamige trappistenbier, zullen hun product voortaan ook aan huis leveren.

De coronacrisis heeft het ook hen lastiger gemaakt. Door het verbod op niet-essentiële verplaatsingen dat in 2020 een poos gold, zagen ze minder kopers opdagen in hun abdijwinkel, de enige plek waar bierliefhebbers zich dat gerstenat konden aanschaffen. De bierverkoop is voor de paters een belangrijke bron van inkomsten. Daarom openen ze een tweede verkoopkanaal.

Het is een voorbeeld van hoe de coronacrisis bedrijven doet afstappen van vastgeroeste routines. Geconfronteerd met moeilijkheden gaan ze op zoek naar oplossingen. En die zijn divers: het ontwikkelen van een nieuwe distributiemethode - vaak online -, het veranderen van het productaanbod, het opzoeken van nieuwe markten.

Het ene bedrijf is daarin creatiever en innovatiever dan het andere, of durft grotere stappen te zetten. De taxidermist Animaux Spéciaux uit Leuven ontdekte Instagram als een etalage die ook buitenlandse kopers deed binnenstappen. De schoonmaakgroep XLG zette in op desinfectietunnels en coronagerelateerde diensten voor bedrijven. Het Kempische Eye-Opener, dat decors voor bedrijfsfeesten en evenementen bouwt, ontwikkelde op maat gebouwde speelhuisjes en mag nu een grote speelhoek bouwen voor een winkelcentrum in Koeweit. Garanties op succes zijn er niet. Het gebeurt met vallen en opstaan.

Dode takken

De mogelijkheden om zichzelf te heruitvinden zijn niet voor elke ondernemer even uitgebreid. Een sterrenchef die zijn restaurant moet sluiten, kan zich toeleggen op afhaalmaaltijden. Of hij kan de tijd dat hij niet achter zijn fornuis staat gebruiken om een kookboek te schrijven, in de hoop dat het een bestseller wordt. Maar voor een cafébaas is het niet evident uit een ander vaatje te tappen. Een kapper kan een website openen waarin hij in een video tegen betaling toont hoe zijn klanten zelf hun haar kunnen knippen of dat door een huisgenoot laten doen. Maar daardoor maakt hij zichzelf overbodig. Op de langere termijn is dat geen briljant idee.

Politici roepen om verandering. Maar voor de bedrijven verdedigen ze het grote status quo.

De vraag is wat blijft als de coronacrisis is uitgewoed. Behouden de paters van Westvleteren hun onlineverkoopkanaal? Dat zal hen voor een grote uitdaging stellen, want de vraag naar hun bier is veel groter dan het aanbod. Is de markt voor desinfectietunnels en andere coronagerelateerde diensten en producten dan nog voldoende groot voor XLG? Houdt Eye-Opener het bij de speelhuisjes of keert het terug naar de decorbouw?

En blijven bedrijven en zelfstandigen overeind als de overheid de steunmaatregelen terugschroeft en de banken stoppen overbruggingskredieten te geven? Een stuk van hun kapitaalreserves is weggevreten. Welke impact heeft dat op hun investeringsplannen en ontwikkeling?

Het is geen economisch drama als in sommige sectoren stevig aan de boom wordt geschud zodat de dode takken eruit vallen. Dat creëert ruimte voor nieuwe bedrijven die misschien innovatiever en toekomstgerichter zijn.

‘Een economie kan af en toe baat hebben bij een sanering. De zombiebedrijven zullen eruit gaan. Is dat erg? Natuurlijk komen er faillissementen, maar hadden we niet te veel cafés en restaurants in België? Waren ze allemaal rendabel of overleefden ze op zwart geld?’ Marc Raisière, CEO van Belfius, kreeg deze week enkele politici over zich heen voor die uitspraak in het Franstalige weekblad Trends-Tendances. Het was de vertaling van een interview dat een week eerder in het Nederlandstalige zusterblad Trends was verschenen. Toen was daar niemand over gestruikeld.

Sinds de bankencrisis van 2008 zijn de bankiers hun spreekrecht over maatschappelijke en economische kwesties kwijt. Dat geldt nog meer voor de bankiers die aan het hoofd staan van een bank die de overheid als enige aandeelhouder heeft. Ze moeten zich hoeden voor elke uitspraak die politici niet bevalt, of het is boel.

Banbliksems

Natuurlijk heeft Raisière op dat punt gelijk. Alleen mag hij zoiets niet zeggen. ‘De kracht van verandering.’ ‘Het kan anders.’ ‘Au coeur du changement.’ Verandering staat centraal in de slogans van heel wat politieke partijen. Maar als een bedrijf veranderingen plant en maatregelen neemt om zich toekomstbestendiger te maken en daarom jobs schrapt, krijgt het politieke banbliksems over zich heen.

De Waalse regering zei deze week ‘verbijsterd’ te zijn over de aankondiging van het koerierbedrijf FedEx dat het in Luik bijna 700 banen schrapt. Dat is een gevolg van de integratie van de in 2016 overgenomen concurrent TNT. Het doel is om de activiteiten efficiënter te organiseren. De radicaal-linkse PVDA eist dat alle jobs er behouden blijven. Voor de meeste politici telt in een bedrijf enkel het aantal arbeidsplaatsen. Wat daar afbreuk aan doet, wijzen ze af. Ze kijken niet naar het bredere plaatje. Wat bedrijven betreft zijn de meeste politieke partijen voor het grote status quo, en de partijen die zich progressief noemen nog het meest.

Dat kan ook een invloed hebben op de oriëntering van het relancebeleid dat de economie weer op de sporen moet zetten na de coronacrisis. Komt de klemtoon op de restauratie van het economische weefsel te liggen, op het beschermen van bestaande bedrijven en jobs? Of wordt dat gezien als een uitgelezen kans om de economie te vernieuwen en een nieuwe dynamiek te geven?

Uit een Britse studie, waar economen van de Bank of England aan meewerkten, bleek deze week dat de coronacrisis een negatieve impact heeft op de productiviteit van de bedrijven. Dat komt omdat de coronamaatregelen hen opzadelen met een hoop extra kosten en hindernissen. De negatieve impact wordt op het globale economisch niveau voor een stuk goedgemaakt omdat een aantal van de minst productieve ondernemingen de handdoek in de ring gooide.

De zombiebedrijven opdoeken kan ook in België tot een hogere economische productiviteit leiden. Dat vereist dat men durft ondernemingen failliet te laten gaan - met een vangnet voor de werknemers die daardoor hun job verliezen.

Een hardnekkige kwaal van de Belgische economie is de vertragende productiviteitsgroei. Het relanceplan kan die weer opkrikken. Op voorwaarde dat ingezet wordt op projecten die daar een hefboom voor bieden. Dat moet een belangrijk criterium zijn. Maar politieke beleidsmakers hebben het vaak lastig om te denken op en te handelen voor de lange termijn. De verleiding is groot voor het vluchtige gewin op de korte termijn te kiezen, in plaats van voor maatregelen die grotere en duurzamere baten opleveren, zij het pas op de langere termijn.

Die keuzes die de Belgische overheden in hun nationaal relanceplan maken, bepalen mee de toekomst van onze economie. Europa, dat het plan mee financiert, legt voorwaarden op en wil zijn zeg hebben in welke projecten worden geselecteerd. Dat zou enige waarborg moeten bieden dat deze kans niet wordt verprutst.

Lees verder