weekboek

Klein Duimpje en de reus slaan de handen in elkaar

Senior writer

In de mobilisatie tegen de coronapandemie en de zoektocht naar een efficiënt vaccin slaan big pharma en jonge biotechbedrijven de handen in elkaar. Het kan een sterke alliantie zijn.

Je moet de vijand met zijn eigen wapens bekampen. De coronapandemie stopt niet aan de grenzen, ze woedt wereldwijd. Dat vraagt om een internationaal antwoord. In de zoektocht naar een Covid-19-vaccin zijn tal van internationale farma-allianties ontstaan. Verschillende expertises bijeenbrengen lijkt inderdaad de beste weg om snel een werkend vaccin te ontwikkelen dat op korte termijn op grote schaal geproduceerd en verdeeld kan worden.

De Amerikaanse farmagroep Pfizer en het Duitse biotechbedrijf BioNTech kondigden deze week aan dat de tests van hun vaccin erg bemoedigende resultaten hebben opgeleverd. Achter dat vaccin, dat voortbouwt op een griepvaccin waar Pfizer en BioNTech al een poos samen aan het werken waren, zit een sterk internationaal gekleurde equipe.

Dat de oprichters van BioNTech, Ugur Sahin en zijn echtgenote Özlem Türeci, van Turkse komaf zijn, is de voorbije dagen uitvoerig onder de aandacht gebracht. De geschiedenis herhaalt zich. Ook Pfizer werd in 1849 in New York opgericht door telgen uit een Duitse migrantenfamilie, Charles Pfizer en Charles Erhart. De vaccindivisie van Pfizer wordt momenteel geleid door Kathrin Jansen, die in Oost-Duitsland, achter de Muur, opgroeide. De CEO van Pfizer is Albert Bourla, een Griek.

En om het plaatje compleet te maken: de derde partner in het consortium is het Chinese Fosun Pharma. Dat investeerde in maart 135 miljoen dollar (115 miljoen euro) in BioNTech en is de partner is voor de ontwikkeling, het testen en de commercialisering van het vaccin in China. Dat vaccin is bij uitstek het resultaat van een intense internationale samenwerking die gefaciliteerd wordt door de globalisering van de economie.

Biotech- en farmabedrijven opereren op een wereldwijde markt. Om daar een stevige voet op te zetten, zijn schaal, omvang en financiële slagkracht nodig.

Een tweede vaststelling: het Covid- 19-vaccin van BioNTech - 1.000 medewerkers - en Pfizer - 85.000 medewerkers - is een samenspel van een jong biotechbedrijf en een vertegenwoordiger van big pharma. Het biotechbedrijf levert een essentieel stuk van de technologie, het grote farmabedrijf heeft de financiële middelen en de capaciteit om breed onderzoek te doen en heeft de expertise voor het opzetten van testprogramma’s, het kent de wegen en kanalen om sneller goedkeuring van de autoriteiten te krijgen en het beschikt over installaties voor productie op grote schaal van het vaccin. Pfizer investeert 2 miljard dollar in de ontwikkeling van het vaccin.

Klein Duimpje en de reus hebben de handen in elkaar geslagen om de strijd te voeren tegen de coronapandemie. De intelligente dreumes heeft zich op de schouder van de reus gezet en toont de weg. Dankzij de zevenmijlslaarzen van de reus kunnen ze snel grote stappen vooruitzetten. Het is een win-winsituatie voor het jonge biotechbedrijf en de grote farmagroep. Als ze erin slagen het cononavirus te verslaan, vaart bovendien de hele wereld er wel bij en krijg het sprookje een erg happy end.

Blazoen

Voor big pharma - er zijn andere farmareuzen die zich voluit in de race naar een vaccin hebben gestort - biedt dit een mogelijkheid om zijn blazoen op te poetsen. Om duidelijk te maken dat ze een essentiële speler zijn in de gezondheidssector, en om weer in de gratie te komen bij de beleidsmakers en de publieke opinie.

Big pharma had zich de voorbije jaren onpopulair gemaakt, door zijn belastingpraktijken, de torenhoge prijzen die het soms aanrekent voor geneesmiddelen, het uitblijven van grote farmadoorbraken, het stopzetten van het onderzoek naar remedies tegen aandoeningen als alzheimer en hun rol in de opioïdencrisis in de VS, waar heel wat mensen verslaafd raakten aan pijnstillers.

Door hun beste beentje voor te zetten in de zoektocht naar een vaccin of geneesmiddel tegen de coronabesmettingen kunnen de grote farmareuzen hun reputatie opkrikken. Dat kan positief uitdraaien voor hun business, als ze daardoor goodwill kweken bij de politieke beleidsmakers, de gezondheidsautoriteiten en de bevolking. Maar er kan ook een rechtstreekser gewin zijn: de markt voor covidvaccins en -medicijnen wordt geschat op 10 miljard dollar per jaar. Wie een blockbuster op die markt kan brengen, zit voor een hele poos financieel gebeiteld.

Dat big pharma de vruchten plukt van ontdekkingen die door jonge biotechbedrijven worden gedaan en medicijnen die daar zijn ontwikkeld, is stilaan een veralgemeend businessmodel geworden in de farmasector.

Onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen vergt miljardeninvesteringen waarvan niet zeker is of ze tot resultaten zullen leiden, en zelfs de farmareuzen kunnen niet op alle domeinen inzetten. Dus houden ze nauwgezet in de gaten wat in de vele jonge biotechbedrijven gebeurt. En als die zover zijn dat ze een succesvol product in de pijplijn hebben zitten, komen de grote jongens aandraven met een ferme zak geld om de technologie te mogen gebruiken of om het bedrijf simpelweg over te kopen. Voor big pharma is dat in veel gevallen de minder dure weg naar een nieuw succesrijk product.

Galapagos

Een illustratie van die aanpak was er deze week in eigen land, met de overname van de Leuvense start-up Handl Therapeutics, actief in gentherapie, door de biofarmagroep UCB. Bayer legde vorig maand 4 miljard dollar op tafel voor het Amerikaanse Asklepios BioPharmaceutical, ook gespecialiseerd in gentherapie, om op dat terrein een steviger positie te verwerven.

Het Franse Sanofi betaalde begin deze maand 2,5 keer de beurskoers voor de overname van het Nederlandse Kiadis dat immunotherapieën ontwikkelt voor bloedziektes. Sanofi lijfde in 2018 ook al het Gentse biotechbedrijf Ablynx in.

‘Wij hebben big pharma niet nodig’, zei Onno van de Stolpe, CEO van het Belgisch-Nederlandse biotechbedrijf Galapagos in 2017 in een interview met De Tijd. Maar in 2019 stemde Galapagos wel in met een miljardendeal met het Amerikaanse Gilead dat voor 1 miljard dollar een bijkomend belang nam in het biotechbedrijf en daarbovenop 3,45 miljard dollar neertelde voor een inzagerecht en exclusiviteit voor alle belangrijke medicijnen die Galapagos ontwikkelt. Galapagos gaf daarmee een deel van zijn onafhankelijkheid prijs. Het was de prijs die betaald moest worden om een volledig overnamebod af te wenden.

Als een biotechonderneming uitdraait op een overname door een grotere farmaspeler, wordt dat door de financiële stakeholders meestal gezien als een succes. Zij vertrekken dan met een flinke zak poen en dat is lang niet kwaad. De risico’s van het investeren in een biotechbedrijf zijn groot en de kans op mislukking is altijd aanwezig.

Biotech- en farmabedrijven opereren op een wereldwijde markt. Om daar een stevige voet op te zetten zijn schaal, omvang en financiële slagkracht nodig. Voor jonge bedrijven duurt het een hele poos voor ze die troeven verwerven. Weinige kunnen dat geduld opbrengen. En daarom verkiezen ze op een bepaald moment de expertise die ze hebben opgebouwd te verkopen.

Daar is niets mis mee. Zo komen financiële middelen vrij voor nieuwe plannen. Daarop drijft voor een stuk de dynamiek van de biotech- en farmasector. Die wereld is een gonzende bijenkorf die veel honing oplevert. Dat bewijst dat het model werkt.

Lees verder