weekboek

Verguisde voorraden zijn nu weer geliefd

Senior writer

De coronapandemie heeft de bedrijfsstrategie van precies-op-tijdleveringen en -productie beentje gelicht. Kampend met onderdelentekorten ontdekken ondernemingen opnieuw de waarde en het belang van voorraden.

De vrouw van de restaurantuitbater stapte op een middag gehaast de slagerij binnen. ‘Twee mooie runderbiefstukken, alsjeblieft. Onze klanten wachten.’ In het dorp werd het verhaal druk rondverteld. Want was dat geen teken dat de zaken in het onlangs door een stedeling geopende restaurant in een opgeknapte hoeve aan de rand van het Kempens dorp niet zo goed gingen? Op een doordeweekse middag werd in een landelijke Kempense gemeente zonder veel bedrijvigheid in de eerste helft van de jaren 70 nog niet zo veel buitenhuis getafeld. Om niet voortdurend etenswaren te moeten weggooien koos de restaurantuitbater ervoor de ingrediënten maar in huis te halen nadat de klanten hun keuze uit het menu hadden gemaakt. Hij paste, wellicht onbewust, het precies-op-tijdprincipe toe.

Dat principe - just-in-timeproductie of -leveringen - werd geperfectioneerd door de Japanse autobouwer Toyota en via managementliteratuur in de tweede helft van de jaren 70 naar de rest van de wereld geëxporteerd. Het was onderdeel van een aanpak om de productie efficiënter te maken en de kosten te drukken door de voorraden beperkt te houden. Voorraden van onderdelen om de wagens te produceren, voorraden van afgewerkte auto’s om aan de kopers te leveren.

Het wordt zoeken naar een evenwicht tussen een kostenbewuste manier van produceren en inkopen van onderdelen, en het verzekeren van de bevoorrading.

De introductie van de precies-op-tijdfilosofie in het productieproces ging samen met de groeiende vraag van consumenten naar een product op maat. Aan de hand van een uitgebreide catalogus kan een autokoper vandaag kiezen welke opties hij op zijn wagen wil. De informatisering maakte het voor de productiebedrijven mogelijk het voorraadbeheer te verfijnen en nauwgezet af te stemmen met toeleveranciers. Betrouwbare toeleveranciers zijn cruciaal voor de precies-op-tijdaanpak. En snel transport, over het water, het spoor, de weg of via de lucht, vormt het sluitstuk.

De overgang naar de precies-op-tijdaanpak werd door economen toegejuicht. De voorraden die bedrijven en hun toeleveranciers door de hele aanvoerketen aanhielden, bleken niet te werken als buffers om schommelingen in de vraag op te vangen - minder voorraad bij een hoge vraag, meer voorraad bij een lagere vraag - maar versterkten die schommelingen. Een bedrijf dat een grote vraag naar zijn producten zag, reageerde daarop door een hogere voorraad aan te leggen. En de toeleveranciers deden hetzelfde. Omgekeerd werd bij een lagere vraag minder voorraad aangehouden. Veranderingen in de vraag, of in de verwachte vraag, maakten de conjunctuurschommelingen groter in plaats van die af te toppen.

Kwetsbaar

Er zijn nog weinig bedrijven die grote voorraden aanhouden - tenzij uit speculatieve overwegingen. Het maakt ze kwetsbaar voor een verstoring in de aanvoer- of logistieke keten. Dat heeft de coronapandemie duidelijk gemaakt. Toen toe- leveringsbedrijven in China dichtgingen door de lockdown - en later ook toeleve-ringsbedrijven in andere delen van de wereld - verstoorde dat het productieproces in heel wat andere bedrijven. De ontregeling van het transport, vooral van het scheepvaartverkeer, leidde ook tot haperingen.

Die problemen laten zich nog voelen, ook al kruipt de economie uit het coronadal en nemen de bedrijven de draad weer op. Fietsproducenten kijken aan tegen lange levertijd voor frames en onderdelen als remmen en versnellingssystemen. De weefgetouwenfabrikant Picanol kampt met een tekort aan onderdelen. Producenten van automatische zonneweringen vinden geen besturingssystemen meer. En het tekort aan halfgeleiders speelt de autoproducenten stevig parten.

Taiwan kampt met een nieuwe uitbraak van het coronavirus, en dat kan een impact hebben op de productie in zijn chipsfabrieken, die een groot stuk van de wereld van halfgeleiders voorzien. De situatie zal dus wellicht niet zo snel verbeteren.

Harald Kroeger, topmanager bij Robert Bosch GmbH, de grootste leverancier van auto-onderdelen in Europa, zei deze week dat de autoproducenten meer geld op tafel zullen moeten leggen en zich moeten engageren om bepaalde hoeveelheden af te nemen. ‘Ze kunnen niet meer op het laatste moment beslissen bestellingen te plaatsen, afhankelijk van schommelingen in de vraag.’ Versta: ze kunnen niet meer zomaar de risico’s afschuiven naar hun toeleveranciers, ze moeten investeren in grotere voorraden. Ja, dat zal geld kosten. Ja, dat zal tot gevolg hebben dat auto’s een stukje duurder worden.

Toplui van de autobouwers Mercedes-Benz en van Porsche hebben al gezegd dat ze opnieuw grote voorraden van cruciale onderdelen aanleggen. Het is ironisch dat net de autosector, die destijds het voortouw nam met de precies-op-tijdleveringen, er nu als eerste deels weer van afstapt.

De coronacrisis heeft duidelijk gemaakt dat het systeem ook een achilleshiel heeft. Het wordt zoeken naar een nieuw evenwicht tussen een kostenefficiënte manier van produceren en inkopen van onderdelen, en het veilig stellen van de bevoorrading, ook bij onverwachte schokken.

Lees verder