weekboek

Let op voor tafelschuimers aan de nucleaire dis

Senior writer

Engie kwam, zag en overwon op de Belgische elektriciteitsmarkt. Nu het vet van de soep is, schroeft het zijn activiteiten terug. Het is opletten dat het bedrijf niet de plaat poetst zonder de openstaande rekeningen te betalen.

Het laatste woord is erover nog niet gezegd in de regering. Maar de elektriciteitsproducent Engie Electrabel gaat ervan uit dat hij zijn kerncentrales in 2025 stillegt. Het bedrijf wil niet langer de gijzelaar zijn van het uitstelgedrag van de Belgische regering. Als de levensduur van enkele centrales verlengd dient te worden, moesten de procedures om de vereiste vergunningen te krijgen al zijn ingezet en de nodige investeringen ervoor gestart. ‘Het is niet meer haalbaar. We hebben deze bladzijde omgeslagen’, zei Electrabel-topman Thierry Saegeman deze week tijdens een hoorzitting in de Kamer.

Misschien keert Electrabel op zijn stappen terug, als de regering eind dit jaar beslist dat het aangewezen is enkele kerncentrales tien jaar langer open te houden. Maar op termijn is het toch einde verhaal voor de kerncentrales in ons land.

Voor de energiegroep betekent het stilleggen van de kerncentrales de stopzetting van een belangrijke activiteit. Voor de zowat 2.000 werknemers wenkt een onzekere toekomst. Maar niet meteen, want een heleboel van hen zal nog een flinke poos zoet zijn met de ontmanteling van de centrales.

Deze week ook zette Engie een belangrijke stap naar de ‘verzelfstandiging’ - versta: afsplitsing - van zijn dienstendivisie, die onder meer gebouwen beheert en elektrische installaties en machines onderhoudt. Een divisie met 74.000 werknemers, van wie 10.000 in België, en een omzet van 2 miljard euro. Door het einde van het nucleaire tijdperk in België en het feit dat de fossiele brandstoffen in het klimaatverdomhoekje zijn beland, trekt Engie volop de kaart van hernieuwbare energie. Het betekent dat de groep zichzelf moet heruitvinden. Voor de zoveelste keer.

De voorbije 30 jaar heeft Engie al heel wat gedaanteverwisselingen ondergaan, gedwongen door veranderingen in de economische en financiële omgeving waarin het actief was. Eind jaren 80 heette het bedrijf Compagnie Financière de Suez en was het een portefeuillemaatschappij met (minderheids)belangen in voornamelijk grote Franse bedrijven, waar het als onderdeel van het kernaandeelhouderschap - ‘le noyau dur’ - de verankering en de stabiliteit mee verzekerde.

In 1988 kwam de Compagnie Financière de Suez als witte ridder de Generale Maatschappij redden uit de klauwen van de Italiaanse bedrijfsenteraar Carlo de Benedetti. Maar al gauw bleek dat de Generale en België een paard van Troje hadden binnengehaald. De portefeuillemaatschappij vormde zich om tot een holding, Groupe Suez, met controleparticipaties in een beperkt aantal welgekozen ondernemingen.

Het is een gemiste kans dat de nucleaire taks niet is gebruikt om de spaarpot te spekken voor de ontmanteling van de kerncentrales.

Dat holdingmodel verloor zijn glans door de liberalisering van de financiële markten, die snel een hoge vlucht namen. Toen transformeerde het bedrijf tot een nutsgroep door de fusie met de Franse watermaatschappij Lyonnaise des Eaux. De groep ontdeed zich van de meeste van haar belangen maar versterkte zich in de Belgische elektriciteitsbedrijven Electrabel en Tractebel. Suez Lyonnaise des Eaux legde zich toe op vier kernmetiers: elektriciteit, water, afvalverwerking en communicatie (telecom, internet, media).

Door de fusie met Gaz de France werd de elektriciteitsdivisie uitgebreid tot een ruimere energiedivisie. GDF Suez werd de nieuwe naam, later Engie.

Maar vier ballen tegelijk in de lucht houden bleek moeilijk. In de communicatieactiviteiten kon de groep geen vuist maken, die doofden uit. De water- en afvaldivisie werd verzelfstandigd in Suez Environnement, later omgedoopt tot Suez, dat dit jaar overgenomen werd door het Franse Veolia. Nu worden ook de dienstenactiviteiten in het uitstalraam gezet. Engie wil zich toeleggen op hernieuwbare energie en op zijn (gas)netwerken.

Dat had allemaal ook een impact op de Belgische activiteiten. In ons land moest de groep een stap terugzetten op de elektriciteitsmarkt. Door de vrijmaking ervan verloor Electrabel marktaandelen als elektriciteitsleverancier. Bovendien werd het uit de gemengde intercommunales gebonjourd, waardoor Electrabel een punt moest zetten achter zijn distributieactiviteiten. En binnen afzienbare tijd gaan dus de kerncentrales dicht.

De rol van Engie Electrabel op de Belgische elektriciteitsmarkt is daarmee niet uitgespeeld. De groep baat gascentrales uit, exploiteert zonneparken, investeert in windturbines, in biomassacentrales en in waterkracht. Maar ze heeft niet meer de dominante positie van weleer.

De strijd tegen de klimaatverandering brengt grote uitdagingen én opportuniteiten op het vlak van hernieuwbare energie met zich mee. Het is niet gek dat Engie en zijn Belgische filiaal Electrabel daarop inzetten.

Nucleaire erfenis

Maar Electrabel en Engie kunnen de erfenis van hun verleden niet zomaar van zich afschudden. Het stilleggen van de kerncentrales is één zaak, de ontmanteling ervan en het opruimen van het nucleaire materiaal een andere. De klus kan 20 jaar duren, er hangt een prijskaartje aan van naar schatting 18 miljard euro. Bij kernenergie gaat de baat voor de kost uit.

Electrabel en zijn Franse moedermaatschappij moeten de kosten dragen. Dat is evident. Maar hoe kan dat worden afgedwongen? De beste waarborg is dat Engie en Electrabel in België belangrijke en rendabele activiteiten blijven ontwikkelen, zodat de overheid over drukkingsmiddelen beschikt om hen hun engagementen te doen nakomen. Gezien de vele transformaties die de twee bedrijven de voorbije decennia hebben ondergaan en de komende decennia ongetwijfeld nog zullen ondergaan, lijkt die vorm van waarborg niet bijzonder stevig.

Er is een spaarpotje aangelegd voor de ontmantelingskosten. In het speciaal daarvoor bestemde fonds Synatom zit 14 miljard euro. Maar hoe veilig is dat geld in het geval van een financiële crisis? Het wordt nu voor een groot stuk uitgeleend aan Electrabel zelf. Daarop rust dus een debiteurenrisico.

Meerdere regeringen hebben de voorbije jaren bovendien herhaaldelijk met gretige ogen naar de Synatom-spaarpot gekeken om de staatskas te stijven. Zover is het gelukkig nooit gekomen, anders was het geld al opgesoupeerd aan andere dingen.

Bovendien eist de overheid sinds 2008 een nucleaire taks van Electrabel, om de winsten af te romen die het bedrijf puurt uit de centrales die boekhoudkundig zijn afgeschreven. Het zou verstandig zijn geweest als ze die niet als courante inkomsten in de begroting had opgenomen en had uitgegeven, maar opzij had gezet om de toekomstige ontmanteling te helpen bekostigen. Dat zou enkele miljarden extra opgeleverd hebben voor dat spaarpotje. Het is een gemiste kans. Sparen zit niet in het DNA van onze overheid.

Over die erfenis moeten dringend afspraken worden gemaakt. Met spijkerharde garanties, voor het geval Engie en Electrabel er als tafelschuimers vanonder muizen, onbetaalde rekeningen achterlatend.

Lees verder