nieuwsanalyse

Loonnorm is instrument van planeconomie

Vakbondsbetoging voor de hoofdzetel van de werkgeversorganisatie VBO in Brussel vorige maand. ©Photo News

Een wet die een loonnorm oplegt voor alle bedrijven past in een planeconomie, maar hoort niet in een economie die functioneert volgens de principes van de vrije markt.

‘De marktomgeving is lastig voor ons. De economische dynamiek in Europa verliest vaart. In Frankrijk en Italië is het politiek en sociaal klimaat woelig. De brexit, zacht of hard, dient onze sector een ferme klap toe. Er is een crisis in de autosector. En we hebben af te rekenen met concurrenten uit China die zich almaar agressiever opstellen. De voorbije jaren hebben al heel wat van mijn Belgische collega’s de handdoek in de ring gegooid. Wij moeten vechten om te overleven.’

Jean-François Gribomont, CEO van het textielbedrijf Utexbel, een producent van garen en stoffen, heeft het moeilijk met de eis van de vakbonden voor een beduidende loonstijging boven op de index. ‘Utexbel heeft geen financiële ruimte om hogere lonen te betalen. Een toename van de loonkosten zal ten koste van de werkgelegenheid gaan. Maar wij hebben als bedrijf ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid: Utexbel biedt werk aan honderden mensen in Ronse, een regio die kampt met een hoge werkloosheid.’

Keuze

De keuze gaat tussen loon of jobs. Als arbeid niet te duur is, zullen bedrijven gemakkelijker mensen in dienst nemen of houden. De regering-Michel, nu in lopende zaken, heeft de voorbije vier jaar sterk ingezet op jobcreatie. Ze nam maatregelen om de sociale lasten op de lonen te verlagen, en legde een matiging van de lonen op. Dat heeft gewerkt. Er zijn heel wat arbeidsplaatsen bijgekomen in de particuliere sector.

De loonwet is ook een compensatie voor de automatische indexering die de lonen in ons land gelijke tred doet houden met de inflatie.

België voert al sinds 1990 een beleid van loonmatiging. Door de koppeling van de Belgische frank aan de Duitse mark gaf ons land het instrument op om via een depreciatie van de munt het concurrentievermogen van de bedrijven te vrijwaren. Daardoor moest meer aandacht naar het beheersen van de kosten gaan. Er kwam een wet om de loonontwikkeling in bedwang te houden, die werd aangescherpt in 1996 en nog een keer in 2017 door de regering-Michel. Het principe is nu dat de lonen in ons land niet sneller mogen stijgen dan in de buurlanden - en de belangrijkste handelspartners - Frankrijk, Nederland en Duitsland, en dat de historische loonhandicap die België nog heeft of zou hebben, moet verdwijnen.

De loonwet is ook een compensatie voor de automatische indexering die de lonen in ons land gelijke tred doet houden met de inflatie - tenzij een indexsprong wordt opgelegd. Dat mechanisme bestaat in weinig andere landen. Volgens sommigen drijft het de lonen extra op, omdat het een loonprijsspiraal doet ontstaan. Hogere prijzen leiden tot hogere lonen, die op hun beurt prijsverhogingen veroorzaken. Omdat met de ene voet gas wordt gegeven, moet met de andere worden afgeremd om niet uit de bocht te vliegen.

Bricoleren

Volgens een formule in de wet wordt een marge berekend voor loonsverhogingen boven op de indexering: de loonnorm. Die bakent de ruimte af waarbinnen werkgevers en vakbonden mogen onderhandelen. De loonnorm geldt voor alle bedrijven in het land. De ondernemingen die hun werknemers een extraatje willen geven, kunnen sinds vorig jaar een winstpremie uitbetalen die sociaal en fiscaal ‘vriendelijk’ wordt behandeld. Dat geld komt uit de winst, voor bedrijven valt het dus niet in de kostenrubriek. Het is de manier waarop we in dit land de problemen aanpakken: door wat te bricoleren.

Voor een aantal bedrijven biedt de loonwet een welgekomen bescherming, voor andere is ze een uiting van een verregaande overheidsbemoeienis.

Leve de planeconomie? Elk bedrijf is verschillend, biedt een ander product of dienst aan, of is actief in een andere markt. Dat ze dan allemaal onderworpen aan dezelfde loonnorm zijn, is hoogst eigenaardig. Het ene bedrijf exporteert, het ander richt zich vooral op de binnenlandse markt. In sommige bedrijven zijn de lonen een belangrijke kostenpost, in andere veel minder. De ene onderneming verkoopt een nicheproduct en heeft een sterke macht om de prijzen te zetten, de andere zit in een erg concurrentiële markt. Voor een aantal bedrijven biedt de loonwet een welgekomen bescherming, voor andere is ze een uiting van een verregaande overheidsbemoeienis. Ook hoeft niet ieder bedrijf een internationaal concurrentievermogen te worden aangemeten. De Vlaamse uitvoer doet het uitstekend, leren de jubelberichten van de Vlaamse regering. En de lopende rekening van de Belgische betalingsbalans, die aangeeft of ons land er nog goed in slaagt goederen en diensten te verkopen in het buitenland, vertoont een licht overschot.

Populisme

Loonmatiging heeft zin als een instrument om de werkgelegenheid aan te moedigen. Vooral de laaggeschoolden hebben daar baat bij. Maar er zijn neveneffecten. De inschakeling van laaggeschoolden in het productieproces en het feit dat ondernemingen minder snel arbeid zullen vervangen door kapitaal, remt de productiviteitsstijgingen af. Volgens sommige economen is dat een van de redenen voor de tragere groei van de Belgische economie de jongste jaren. En een loonmatiging die wordt opgelegd terwijl de ondernemingen mooie winsten boeken, leidt tot het gevoel bij de werknemers dat zij niet mogen delen in de vruchten. Dat voedt het maatschappelijk ongenoegen en het populisme. De economische berekeningen op korte termijn houden daar geen rekening mee. Maar op langere termijn kan dat wel degelijk een belangrijke negatieve economische impact hebben.

De loonnorm moet de schade verzachten die een spilzuchtige overheid aanricht in de economie.

Het klopt dat arbeid in België duur is. Maar dat komt ook door de hoge fiscale en sociale lasten die de overheid daarop legt. Met wat hij netto overhoudt, is de gemiddelde werknemer in ons land in internationaal perspectief geen grootverdiener. De regering kan een aardige bijdrage leveren tot een verhoging van het concurrentievermogen van de bedrijven door de lasten op arbeid te verminderen. De regering-Michel heeft enkele stapjes op dat vlak gezet. Maar zolang de overheid niet bereid is haar uitgaven significant terug te schroeven, zullen die lasten hoog blijven. De spilzuchtige overheid is de reden waarom in België een loonnorm nodig is. Omdat de overheid niet wil besparen, is er geen ruimte om de werknemers beter te betalen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie