weekboek

Op zoek naar de poen voor een goed pensioen

Senior writer

Het kan verkeren. Het geroemde Nederlandse pensioenmodel heeft een ferme deuk gekregen. De boosdoener is de ECB en haar lagerentebeleid. Sommigen van onze noorderburen prijzen nu zelfs de voordelen van het Belgische pensioensysteem.

Wie zijn auto stalt in de parkeergarage op de luchthaven van Zaventem, doet voortaan een duit in het zakje voor de huidige en toekomstige gepensioneerden in Nederland. Het Nederlandse pensioenfonds APG nam deze week een belang van 39 procent in Interparking, het bedrijf dat de parkeergarages op Zaventem uitbaat, en in andere Europese steden. APG rekent erop dat het met zijn investering een stabiel rendement op lange termijn kan realiseren ten voordele van de 4,6 miljoen Nederlanders voor wiens pensioen het garant staat. APG is het pensioenfonds van onder meer de overheids- en onderwijssector in Nederland.

Pensioenfondsen zoals APG vormen de belangrijkste pijler van het pensioenstelsel in Nederland. Dat werd deze week in een rapport van de adviesgroep Mercer als het beste ter wereld geprezen. Mercer vergeleek de pensioenstelsels van 37 landen op basis van toereikendheid, duurzaamheid en integriteit. België werd niet in het onderzoek opgenomen.

Beleggingsinkomsten van de pensioenfondsen zijn belangrijk om de Nederlandse pensioenuitkeringen te garanderen.

Toch is er ook in Nederland heel wat pensioenonrust. De vraag is of de pensioenfondsen hun engagementen tegenover de huidige en toekomstige gepensioneerden kunnen nakomen. De fondsen worden gestijfd met bijdragen van werknemers en hun werkgevers. Die gelden worden belegd. De betaalde premies financieren grosso modo een derde van de pensioenuitkeringen, twee derde komt van de beleggingswinsten die de fondsen boeken. Als die beleggingen minder renderen dan verwacht, is er een probleem.

Centraal in de Nederlandse pensioendiscussie staat de ‘rekenrente’. Dat is een schatting van het toekomstige beleggingsrendement. De Nederlandse overheid en de Nederlandsche Bank leggen de rekenrente vast. Hoe lager die ligt, hoe meer geld de pensioenfondsen nu geacht worden in kas te hebben om aan hun (toekomstige) verplichtingen te voldoen. Omdat de marktrente bijzonder laag is - het rendement op de Nederlandse staatsobligatie met een looptijd van tien jaar is negatief - rijst de vraag of de rekenrente verlaagd moet worden. Dat kan tot de vaststelling leiden dat sommige pensioenfondsen te weinig reserves hebben. En dan zijn er twee opties: de bijdragen verhogen of de uitkeringen verlagen - de pensioenen ‘korten’, zoals dat heet.

Van jong naar oud

Een aantal voormalige pensioenfondsbeheerders, topmanagers en academici riepen eerder deze maand in een brief aan de Tweede Kamer op de regels rond de rekenrente te versoepelen. Hun argumenten: de marktrente zal niet eeuwig laag blijven, de pensioenfondsen beleggen ook in aandelen en vastgoed - wat meer opbrengt - en de fondsen hebben voldoende reserves - samen 1.433 miljard euro - om aan hun toekomstige verplichtingen te voldoen. Daarop kwam meteen reactie van toezichthouders en pensioenwetenschappers. Die waarschuwden dat vasthouden aan een hogere rekenrente dreigt neer te komen op een verschuiving van geld van de jongeren naar de ouderen. Als op termijn blijkt dat het rendement op de beleggingen van de pensioenfondsen toch tegenvalt, zijn de jongeren daar de dupe van.

APG, met een vermogen van 529 miljard euro het grootste pensioenfonds in Nederland, gaat er prat op de voorbije 25 jaar een gemiddeld jaarrendement van 6,9 procent te hebben behaald op zijn beleggingen. Maar, zoals elke belegger hoort te weten, rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. In 2018 was het beleggingsrendement van APG negatief door een terugval van de aandelenmarkten.

In België is het wettelijk pensioen de belangrijkste pijler van het pensioensysteem. Het is een omslag- of repartitiesysteem: de pensioenuitkeringen worden rechtstreeks gefinancierd met de sociale bijdragen die werknemers en werkgevers betalen. De beroepsactieven betalen het pensioen van hun vroegere collega’s die met pensioen zijn gegaan. Er worden geen reserves mee aangelegd. Eventuele tekorten past de overheid uit de belastinginkomsten bij.

Vergrijzing

Dat systeem werkt goed als het aantal gepensioneerden in verhouding tot het aantal actieven niet te hoog is. Door de vergrijzing en de lage werkzaamheidsgraad wringt daar het schoentje. De jaarlijkse pensioenlasten bedragen in België 46 miljard euro, ze vertegenwoordigen 20 procent van de totale overheidsuitgaven. Tegelijk liggen de pensioenen hier over het algemeen aan de lage kant. Heel wat lager dan in Nederland.

Kwetsbaarheid voor de grillen van de financiële markten is de achilleshiel van het Nederlandse pensioensysteem.

Het Nederlandse pensioenstelsel, dat in hoofdzaak een kapitalisatiesysteem is, heet superieur te zijn. Het kreunt niet onder de lasten van de vergrijzing, de financiering gebeurt voor een belangrijk deel met winsten die op de financiële markten worden gehaald, en omdat de overheid de pensioenzorg grotendeels heeft geoutsourcet, legt dat een minder grote druk op de begroting. Door de aanzienlijke reserves die de pensioenfondsen hebben opgebouwd, hebben die zich ontwikkeld tot grote institutionele beleggers die infrastructuurwerken helpen te financieren en bijdragen om Nederlandse bedrijven in Nederland te verankeren.

De achilleshiel van het systeem is de kwetsbaarheid voor schokken op de financiële markten. Een beurskrach, of een zware en langdurige crisis op de vastgoedmarkt. Alles wat financiële activa significant in waarde doet dalen. Of een langdurige toestand van lage of zelfs negatieve rente die het kapitalisatiemechanisme doet stilvallen. Een repartitiesysteem is daar ongevoelig voor. Dat is waar Nederland nu mee wordt geconfronteerd. Het verklaart waarom de Nederlanders zoveel kritiek hebben op het goedkopegeldbeleid van de Europese Centrale Bank. Maar die heeft tot dusver weinig oor daarnaar.

Doorgeslagen

‘De mate waarin we ons pensioen kapitaalgedekt hebben gemaakt, is doorgeslagen’, zei de Nederlandse economieprofessor Arnoud Boot onlangs in de krant NRC. Hij en sommige van zijn collega’s wijzen nu op de voordelen van het omslagsysteem - het Belgische systeem. Het kan verkeren.

Zo’n systeem bestaat in Nederland ook, maar in beperkte vorm. Het AOW, het wettelijk basispensioen, wordt zo gefinancierd. Maar in het Nederlandse pensioensysteem is die eerste pijler maar van secundair belang. Als Nederland van zijn AOW een steviger pensioenpijler wil maken, zal daar een ferm kostenplaatje aanhangen. Voor de overheid. Of voor de werknemers in Nederland en voor de bedrijven. Het geld voor de pensioenen moet van ergens komen.

In België draait het pensioendebat vooral over de vraag vanaf wanneer men met pensioen kan.

In België draait het pensioendebat vooral over de vraag vanaf wanneer men met pensioen kan, minder over de financiering van het systeem. De meeste Belgen hebben er zich bij neergelegd dat ze maar een karig wettelijk pensioen zullen krijgen. Uit een enquête van de werkgeversorganisatie VBO bij jongeren van 17 tot 28 jaar bleek deze week dat de helft van hen denkt dat ze geen wettelijk pensioen meer zullen krijgen, omdat er geen geld meer voor is. Maar Belgen zijn plantrekkers. Ze zorgen dan maar zelf voor hun pensioen. Het verklaart onze spaarijver. En die maakt van de Belgische gezinnen de rijkste van Europa. Rijker dan de Nederlandse.

Lees verder