weekboek

Politiek houdt CEO's overheidsbedrijven in een greep

Stefaan Michielsen

De CEO’s van de overheidsbedrijven in ons land moeten zich vaak voelen als poppetjes aan een touwtje: als de politici aan het koordje trekken, moeten ze dansen.

Wie de job van CEO bij een overheidsbedrijf aanvaardt, weet dat hij er een hoop bemoeizuchtige schoonmoeders en schoonvaders bij krijgt. Elke verkozen of verkiesbare politicus meent immers dat hij in naam van de overheidsaandeelhouder kan spreken over wat het bedrijf wel en niet moet doen. De overheid heeft als aandeelhouder inspraak via de vennootschapsorganen die daarvoor bedoeld zijn, in de eerste plaats de raad van bestuur, die wordt volgestouwd met partijpolitieke apparatsjiks. Maar dat volstaat blijkbaar niet.

Een overheidsbedrijf is gemeen goed. Voor sommigen betekent dit dat iedereen er zijn zeg over mag doen.

Een overheidsonderneming is gemeen goed. Sommigen leiden daaruit af dat iedereen zijn zeg erover moet kunnen doen. Maar dat maakt het besturen van het bedrijf natuurlijk bijzonder moeilijk. Haast onmogelijk zelfs. Zet de topmanager die aan het hoofd van het overheidsbedrijf is geplaatst een stap naar links, dan klinkt er politiek gejoel. Zet hij een stap naar rechts, ook. Zet hij geen stappen, dan gebeurt hetzelfde.

Marsorders

Een externe manager die aangetrokken wordt om een familiebedrijf te leiden moet ook rekening houden met wat de leden van de familie vinden. En die familie kan uit verschillende clans bestaan die er niet allemaal dezelfde zienswijze op nahouden. Maar een overheidsbedrijf managen is toch nog een tikje lastiger, onder meer omdat de politieke meerderheden kunnen wisselen en de marsorders die de CEO vanuit de Wetstraat krijgt dan plots kunnen veranderen.

Sophie Dutordoir moet als CEO van de spoorwegmaatschappij NMBS een vlotter treinverkeer verzekeren, liefst tegen een minder hoge kostprijs voor de belastingbetaler. Als ze dan bijvoorbeeld voorstelt om tijdens de spitsuren fietsen te weren op de trein, omdat die mogelijk de plaatsen innemen van passagiers, spreken politici daar hun veto tegen uit. Niet in de raad van bestuur van de NMBS of in het parlement, maar in de media. En dan moet Dutordoir bakzeil halen. Sommige politici vinden dat er gratis wifi moet zijn op de trein. Als Dutordoir oppert dat dat te duur en geen prioriteit is, krijgt ze de wind van voren. Voor de betwetende politici zijn zulke details belangrijker dan de kernopdracht van de spooronderneming. Probeer zo als CEO maar eens een bedrijf te leiden.

Verweer

Om dat toch enigszins mogelijk te maken en de inspraak van de overheidsaandeelhouder min of meer georganiseerd te doen verlopen, zijn regels van deugdelijk bestuur afgesproken. Maar die bestaan alleen op papier. De CEO van de NMBS, een bedrijf dat voor 100 procent in handen is van de overheid en alleen kan draaien op miljardensubsidies, heeft nauwelijks verweer tegen politieke inmenging.

Marc Raisière, de topman van Belfius, zit in een iets comfortabeler positie. De bank is wel voor 100 procent in handen van de staat, maar is strikt gezien geen overheidsbedrijf. Het is een bank als alle andere, onderworpen aan dezelfde regels, die moet concurreren met andere banken. Dat biedt een stevig argument om verregaande overheidsbemoeienis af te wijzen, wat maakt dat Raisière zich heel wat kan veroorloven. ‘In een land als Frankrijk was hij allang gewipt’, zegt een goedgeplaatste waarnemer uit de financiële sector. Raisière durft regelmatig neen te zeggen tegen ministers. Als die bijvoorbeeld vragen aan Belfius om via een dading de vergoeding van de Arco-coöperanten op zich te nemen. Of als die erop aandringen - zoals CD&V-vicepremier Kris Peeters - dat de banken zich in een charter ertoe verbinden om financiële zaken te doen met Antwerpse diamantbedrijven. Raisière zei njet.

De ECB ziet erop toe dat de regering Belfius niet voor politieke doeleinden misbruikt.

Hij kan dat omdat de regeringspartijen niet altijd op dezelfde golflengte zitten over Belfius. Maar ook en vooral omdat hij beschermd is door de Europese Centrale Bank (ECB). Belfius is een bank die belangrijk is voor het financieel systeem in ons land en de ECB waakt erover dat de overheid ze niet voor politieke doelstellingen misbruikt. De Belgische regering heeft niet eens veel speelruimte bij de benoeming van de bestuurders en de topman van de bank. Toen de MR, de partij van premier Charles Michel, in 2015 Pascal Lizin, directielid bij de farmagroep GSK België, in de raad van bestuur van Belfius wou benoemen, botste dat op een njet van de ECB. ‘Onvoldoende kwalificaties voor de job’, luidde het oordeel. Lizin werd later wel benoemd tot voorzitter van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM), het vehikel dat onder meer het overheidsbelang in Belfius beheert.

Privileges

Deze week toonde ook ProximusCEO Dominique Leroy aan dat ze niet naar het pijpen danst van de regering, haar meerderheidsaandeelhouder. Toen Michel eiste dat ze haar huiswerk zou overdoen voor het herstructureringsplan dat 1.900 jobs schrapt, weigerde ze dat vriendelijk maar beslist. Als beursgenoteerd bedrijf gelden bij de telecomgigant strenge regels over behoorlijk bestuur die de invloed van de meerderheidsaandeelhouder inperken en het management een vrij ruime mate van autonomie geven. De regering-Michel schafte overigens zelf, op voorstel van toenmalig minister van Telecom Alexander De Croo (Open VLD), eind 2015 een aantal privileges die de overheid nog had in de beursgenoteerde overheidsbedrijven af, met het oog op een eventuele verdere privatisering van Proximus en Bpost.

Nu pas realiseren de politici zich dat hun handen gebonden zijn, terwijl ze jeuken om in te grijpen. Ook al is de overheid nog voor meer dan de helft eigenaar van Proximus en Bpost, de brute primauteit van wat de politici denken en willen geldt in de twee bedrijven niet meer.

Lees verder