weekboek

Ruim de baan, gij vergane industriële glorie

Senior writer

In Luik gaat binnenkort de laatste overblijvende hoogoven, al tien jaar gedoofd, tegen de vlakte. De vergane industrieglorie moet plaatsmaken voor toekomstgerichte economische initiatieven.

Voor de spionkop van Standard is hij een vertrouwde metgezel, de hoogoven van Ougrée die 80 meter hoog oprijst aan de overzijde van de Maas tegenover het stadion van Sclessin. Ook de profwielrenners kennen hem. Hij lag op het parcours van Luik-Bastenaken-Luik toen de eindmeet van de wielerwedstrijd in Ans lag. Hoogoven HFB - dat is zijn naam - was de baken die aangaf dat daar de finale begon. Sinds 2019 laat het peloton hem links liggen en duikt het via een andere weg het Maasdal in op weg naar Luik. Het is over en out voor HFB. De Waalse regering gaf deze week de vergunning voor de ontmanteling van de hoogoven, die sinds 2011 is gedoofd, en de hele site errond. HFB was de laatste werkende hoogoven in het Luikse bekken.

Ougrée is een bakermat van de Luikse staalindustrie. De Fabrique de Fer d’Ougrée werd opgericht in 1809, op een plaats waar een kleine steenkoolmijn was, en groeide uit tot een van de grote Belgische staalbedrijven. In 1955 vormde het bedrijf met Cockerill de groep Cockerill-Ougrée. Na de fusie met de staalbedrijven uit Charleroi werd dat Cockerill-Sambre. Na een verkoop aan de Fransen Usinor, in een volgende stap Arcelor en vervolgens ArcelorMittal, na de overname in 2006 door de Indiase ondernemer Lakshmi Mittal. ArcelorMittal is nog altijd de eigenaar van de site.

Kloppend hart

HFB werd gebouwd in 1961 en was een van de grootste in Europa, met een dagproductie van 2.000 ton, later uitgebreid naar 5.000 ton. Het was het kloppende hart van de Luikse staalindustrie. In Ougrée werd ijzererts gesmolten tot vloeibaar ruwijzer. Dat werd in speciale treinwagons - torpedo’s - naar Chertal gevoerd, 20 kilometer verder, om er te worden bewerkt tot staal.

Staal, in zijn diverse vormen, wordt gebruikt in de bouw en in voorwerpen als auto’s, huishoudtoestellen, drankblikjes, en veel meer. Het is het resultaat van een complex productieproces dat begint in de hoogoven. Geïnteresseerd in een bezoekje? Exploration Team Waasland, een groepje van urban explorers, ging in 2019 op ontdekkingstocht op de verlaten site van Ougrée en maakte er een uitgebreide en fascinerende videoreportage over. Te bekijken op YouTube. Vaut le détour! Het maakt duidelijk waarom dit ‘zware’ industrie wordt genoemd.

Exploration Team Waasland

Het industrieel erfgoed wordt nu opgeruimd. Het moet naar de schroothoop. De staalindustrie is al een poos op haar retour. Bedes om enkele markante delen te behouden als getuigen van een roemrijk verleden, zijn niet aanhoord. De Luikenaars malen niet om historisch erfgoed, eerder al braken ze hun middeleeuwse kathedraal af, een van de grootste in Europa en een pronkstuk zoals de Notre-Dame in Parijs.

Maar aan een oude verwaarloosde industriesite van 34 hectare, door onkruid overwoekerd, heeft niemand iets. België heeft een acuut gebrek aan ruimte. De oude boel kan beter worden opgeruimd, zodat die plaats kan dienen om nieuwe activiteiten te ontplooien.

‘Op termijn kunnen hier nieuwe activiteiten worden verwelkomd, die jobs opleveren en nieuwe competenties. De reconversie van deze terreinen maakt integraal deel uit van de toekomstvisie van Wallonië’, klinkt het in een perscommuniqué van Waals minister van Economie en Innovatie Willy Borsus (MR).

Wat komt er in de plaats? Luxeappartementen met zicht op de Maas? Een shoppingcenter? Een logistieke hub? Een bedrijvencentrum voor start-ups? De ervaring leert, ook in Vlaanderen, dat het erg lastig is nieuwe industriële activiteiten aan te trekken op plaatsen waar een oude industrie de baan heeft geruimd. Denk aan de Boelwerf in Temse, aan de voormalige autofabriek van Opel in Antwerpen, die van Renault in Vilvoorde en de voormalige industriële zone langs de vaart in Leuven.

Hersencellen

De nieuwe economische activiteiten hebben andere locatievoorkeuren en andere ruimtebehoeften dan de oude industriële bedrijven. Hun kapitaal is geen uitgebreid machinepark, maar hersencellen. Op twee boogscheuten van HFB in Ougrée ligt de campus Sart-Tilman van de Luikse universiteit, in een groene en bosrijke omgeving. Hier zijn ook onderzoekslabo’s gevestigd, en het universitair ziekenhuis. In de buurt heeft het beursgenoteerde videotechnologiebedrijf EVS zijn hoofdkwartier in een hypermodern gebouw.

Luik neemt afscheid van zijn staalindustrie. Het is een langzaam en moeilijk proces. Staal is voor de regio het verleden. De economische toekomst ligt elders. Metaalverwerkende bedrijven als FN Herstal, Safran Aero Boosters en de engineeringgroep Cockerill (het vroegere CMI) evolueren naar technologiebedrijven. De luchthaven van Bierset is een boomende cargoluchthaven en een economische groeipool.

De veranderende wereld en economie vragen andere competenties.

In en rond Luik ligt ook een cluster van farma- en biotechbedrijven, met onder meer Mithra Pharmaceuticals, Hyloris, Imcyse, Diagenode, Eurogentec en Transis. Goed voor honderden jobs.

Niet meteen bedrijven die nood hebben aan de expertise en de ervaring van ex-staalarbeiders. De veranderende wereld en economie vragen andere competenties. En waar vraag is, volgt het aanbod. Dat heeft wat tijd nodig. De Luikenaars kunnen zich niet blijven vastklampen aan de nostalgie van HFB.

Lees verder