weekboek

Subsidieoorlog maakt onschuldige slachtoffers

Senior writer

Duitse fabrikanten van scharen en messen, Franse kaas- en wijnmakers en Spaanse olijfboeren betalen de prijs van de subsidieoorlog die Europa en de VS uitvechten rond hun vliegtuigbouwers Airbus en Boeing.

‘Europa en de VS beginnen onderhandelingen over de afschaffing van de subsidies voor de vliegtuigbouwers Airbus en Boeing. Daarmee is het potentieel grootste handelsconflict tussen de twee regio’s voorlopig van de baan’, luidde de aanhef van een artikel in De Tijd op 12 januari 2005. In de krant deze week: ‘Europa en de VS stoppen geruzie over Boeing en Airbus vijf jaar in de ijskast.’ De trouwe lezer had allicht een déjà vu.

Het was een van de resultaten van het bezoek van de Amerikaanse president Joe Biden aan de Europese Commissie in Brussel deze week. De VS en Europa spraken af een werkgroep op te richten die een oplossing zoekt voor het subsidieconflict. Voorlopig worden de invoerheffingen, waarmee de twee handelsblokken elkaar om de oren sloegen, ongedaan gemaakt.

De VS en Europa spraken af een werkgroep op te richten die een oplossing zoekt voor het subsidieconflict.

Het betreft extra Amerikaanse heffingen op de invoer uit Europa van vooral zuivelproducten, wijn, sterke drank en machines met een waarde van 7,5 miljard dollar. Europa riposteerde met heffingen op vliegtuigonderdelen, tabak, sterke dranken, fruitsap, noten en suikermelasse, samen een pakket met een invoerwaarde van 4 miljard dollar.

Knijpen waar dat het meeste pijn doet, is het principe om de invoerproducten te kiezen waarop extra heffingen worden toegepast. Het doel is met de vergeldingsmaatregelen de getroffen producenten te gebruiken als een hefboom om de beleidsmakers in het andere kamp tot toegevingen te bewegen. Ook een handelsoorlog is vaak een vuile oorlog.

Notenboer

De heffingen kosten de Europese exporteurs naar de VS zowat 2,2 miljard dollar per jaar, de Amerikaanse exporteurs naar Europa 1,1 miljard dollar. Ze zijn de onschuldige slachtoffers van de subsidieoorlog. De notenboer in Georgia, de olijfoliemaker in Andalusië en de wijnmaker in de Médoc betalen de prijs van de subsidies aan het Europese Airbus en het Amerikaanse Boeing.

2,2
Miljard dollar
De heffingen kosten de Europese exporteurs naar de VS zowat 2,2 miljard dollar per jaar.

De vliegtuigindustrie is bijna in elk land een activiteit die van staatsbelang wordt geacht. Ook in België. De Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) ondersteunt luchtvaartbedrijven in ons land als Sabca, Sonaca, Sabena Aerospace en Safran Aero Boosters. Het argument van de werkgelegenheid speelt natuurlijk. Maar het zijn ook hoogtechnologische bedrijven die heel wat investeren in onderzoek en ontwikkeling, met overloopeffecten naar andere ondernemingen. Dat is de verantwoording om ze subsidies toe te stoppen.

Bij Airbus en Boeing, de twee constructeurs van grote toestellen voor de burgerluchtvaart en duopolisten, spelen nog andere argumenten. Het zijn belangrijke exportmachines. De toestellen die ze produceren, zijn nuttige handelswaar in internationale deals met een geopolitiek luik. Het is ook een zaak van strategische onafhankelijkheid. Europa zou kwetsbaar zijn als zijn luchtvaartmaatschappijen alleen met vliegtuigen van Amerikaanse makelij kunnen opereren. Voor de VS geldt omgekeerd hetzelfde.

Dat is ook de reden waarom China, dat zich ontpopt als een wereldmacht, in 2008 de vliegtuigconstructeur COMAC oprichtte. Een staatsbedrijf dat toestellen bouwt voor de (middel)lange afstand.

De Chinese vliegtuigbouwer COMAC kan de derde hond zijn die heen loopt met het been waar Boeing en Airbus om vechten.

COMAC kan de derde hond zijn die heen loopt met het been waar Boeing en Airbus om vechten. Aangevuurd en financieel gevoed door Peking, dat zich weinig gelegen laat liggen aan internationale spelregels, kan het bedrijf uitgroeien tot een te duchten concurrent die een deel van de internationale markt verovert. Die dreiging brengt Boeing en Airbus dichter bij elkaar en heeft mee geleid tot het staakt-het-vuren in de subsidieoorlog.

Het bestand maakt voorlopig een einde aan een conflict dat minstens sinds 2004 woedt en uitgevochten wordt voor de Wereldhandelsorganisatie. De VS en Europa beschuldigen elkaar ervan hun vliegtuigbouwers op allerlei manieren subsidies toe te stoppen die leiden tot internationale concurrentievervalsing.

Airbus krijgt steun van vooral Frankrijk, Duitsland en Spanje in de vorm van gunstige leningen voor de ontwikkeling van nieuwe toestellen. Die beperken het financieel risico voor Airbus van een toestel dat de verwachtingen niet inlost - denk aan de grote problemen die Boeing had met zijn nieuwe toestel 737 Max. Dat is de VS een doorn in het oog. Europa wijst erop dat Boeing subsidies ontvangt via defensie- en ruimtevaartprogramma’s.

Zolang Boeing heer en meester was in het luchtruim en Airbus alleen een sympathieke uitdager die vooral op de eigen Europese thuismarkt succes had, deden de VS er niet moeilijk over. Maar dat veranderde toen Airbus Boeing van de troon stootte en wereldwijd meer vliegtuigen begon te verkopen.

Gelijktijdig oversteken

Het conflict over de subsidies duurt al 17 jaar. Het is een bizarre oorlog. Het opbod met subsidies kost de overheden veel geld, maar levert noch Boeing noch Airbus een concurrentievoordeel op. De Wereldhandelsorganisatie kan als vredesmacht weinig doen. Ze kan oneerlijke handelspraktijken niet bestraffen, maar zet wel het licht op groen voor vergeldingsacties die onschuldige slachtoffers treffen, bedrijven buiten de luchtvaartsector die met het luchtvaartconflict niets van doen hebben.

Ondanks het staakt-het-vuren, dat in principe geldt voor vijf jaar, ziet het er niet naar uit dat het conflict snel van de baan zal zijn. Het wederzijdse wantrouwen is groot

Ondanks het staakt-het-vuren, dat in principe geldt voor vijf jaar, ziet het er niet naar uit dat het conflict snel van de baan zal zijn. Het wederzijdse wantrouwen is groot. Europa en de VS moeten het eens worden over welke steunmaatregelen kunnen en welke niet, hoe die steun berekend wordt en hoe de subsidies in samenspraak afgebouwd kunnen worden. Dat vergt een gelijktijdig oversteken, zoals bij een spionnenruil. Een werkgroep wordt opgericht waarin zowel de Europese commissaris voor Handel als zijn Amerikaanse tegenpool zullen zetelen. Het is een begin.

Het gevaar voor raketten heen en weer die collaterale schade veroorzaken, is niet helemaal geweken. De andere bedrijven en sectoren, die even uit hun schuilplaats kunnen kruipen, moeten er rekening mee houden dat de vijandelijkheden kunnen hervatten. Dat kan veranderen als China zo machtig wordt dat de VS en Europa tot het besef komen dat ze moeten samenspannen in plaats van met elkaar te rivaliseren. Maar de Chinese opmars houdt dan weer andere gevaren in, voor alle bedrijven in Europa en de VS.

Lees verder