weekboek

Tijdelijke werkloosheid: de andere zijde van de medaille

Senior writer

Tijdelijke werkloosheid is in België en elders een efficiënte steunmaatregel gebleken in de coronacrisis. Maar als ze te lang gehandhaafd wordt, zet ze een rem op de vernieuwing van het economisch weefsel.

De bal rolt weer. Voorlopig zonder toeschouwers in de voetbalstadions, maar daar kan de komende weken verandering in komen. Het verkeer op de snelwegen naar en rond Antwerpen en Brussel is opnieuw behoorlijk druk, de files zijn terug. Dinsdag zwaaien de schoolpoorten open. Het economisch en maatschappelijk leven, maanden verstoord door het coronavirus, komt weer op gang.

Het hoofd in het zand steken is een manier om moeilijke keuzes niet te maken.

Het is met de handrem op. Vrij reizen in Europa is niet mogelijk. Winkelen kan onder strikte voorwaarden. De kleinhandelaars klagen dat daardoor de uitgestelde koopjesperiode niet lekker loopt. Vrijdag gaat in Leuven ondanks corona de jaarlijkse kermis van start. De attracties staan opgesteld op twee pleinen, waar telkens maximaal 200 bezoekers toegelaten zijn. Het is beter dan niets, maar een vetpot voor de foorkramers wordt het niet.

De cultuur- en eventsector hangt nog in de touwen. Op een creatieve manier uiten de cultuurwerkers hun protest tegen de beperkingen die hen opgelegd worden. Dat levert een mooie foto op voor de krant. Veel verder reikt de impact niet. Met de protestvoorstellingen speelt de cultuursector voor lege zalen. Het voetbal, het wielrennen, die willen de beleidsmakers wel vrijwaren van te strikte maatregelen. Spelen zijn nuttig om het volk te sussen in deze lastige tijden. Maar cultuur is een ondergeschoven kind.

Herstel?

Gaat het een half jaar na het begin van de coronacrisis goed of slecht met de economie? De signalen zijn niet eenduidig. Na een sterke remonte in juli ging de conjunctuurbarometer van de Nationale Bank, een graadmeter voor het ondernemersvertrouwen, deze maand ietsje hoger. Een V-vormig herstel lijkt in de maak.

Een andere enquête van de Nationale Bank en de werkgeversorganisaties blaast warm en koud. De ondervraagde bedrijven geven aan dat hun omzet nog gemiddeld 13 procent lager ligt dan normaal - in juni was dat 17 procent. En ze verwachten dat ook in 2021 de omzet zowat 10 procent onder het gewone peil blijft.

De coronadonderwolken blijven langer hangen boven de economie dan dit voorjaar, toen ze kwamen aanrollen, was gedacht. Met steunmaatregelen hebben de overheden bedrijven en gezinnen proberen te beschermen tegen het financieel onheil van de coronacrisis, met redelijk succes. Nu rijst de vraag of die steun gehandhaafd moeten worden of integendeel kan worden afgebouwd. Die heeft immers een fors prijskaartje.

In Duitsland beslisten de regeringspartijen CDU, CSU en SPD deze week het regime van Kurzarbeit, tijdelijke werkloosheid, te verlengen tot eind 2021. Dat biedt bedrijven de mogelijkheid werknemers deels op non-actief te zetten waarbij ze de rekening mogen doorschuiven naar de overheid. De verlenging komt op vraag van de bedrijven en de vakbonden en de Duitse regering gaf vrij vlug toe. Volgend jaar zijn er parlementsverkiezingen, het is niet het moment om kiezers boos te maken.

Ook in Nederland is donderdag een akkoord bereikt om de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) te verlengen tot eind dit jaar. In België kondigde federaal minister van Werk Nathalie Muylle (CD&V) aan dat het gunstregime van tijdelijke werkloosheid wegens corona enkele maanden langer dan voorzien van kracht blijft, voor bedrijven in welbepaalde sectoren tenminste.

Pauzeknop

Tijdelijke werkloosheid is een van de redenen waarom de Belgische economie in 2008 en 2009 zonder veel blutsen en builen door de recessie door de bankencrisis is gesparteld. De pauzeknop wordt ingedrukt en dat helpt bedrijven en werknemers door de economische dip heen en maakt dat ze snel de draad kunnen oppikken als de storm voorbij is.

In deze coronacrisis is het instrument bovengehaald en kreeg het navolging in veel andere landen. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) hebben 50 miljoen werknemers ervan kunnen profiteren, tien keer zoveel als bij de financiële crisis van 2008-2009.

Het is een van de speerpunten van coronacrisisbestrijding. De maatregel kost de overheid behoorlijk veel, maar is eenvoudig en werkt snel. Hij verhindert dat bedrijven failliet gaan of tot drastische herstructureringen moeten overgaan, wat de werkloosheid de hoogte injaagt en inhakt op het consumentenvertrouwen. En het is een manier om de koopkracht van gezinnen te onderstutten en te vermijden dat de economie wordt geconfronteerd met een zware terugval van de vraag.

Dat tweede effect heeft niet helemaal gespeeld in deze crisis. De lockdown en andere maatregelen die het shoppen, reizen en restaurantbezoek bemoeilijkten en de schrik van de mensen voor besmetting waren obstakels voor consumenten om het geld te laten rollen. De koopkracht was er, maar werd geparkeerd op de spaarrekeningen.

Hoelang moet zo’n tijdelijke maatregel worden gehandhaafd? Het ziet ernaar uit dat de coronacrisis nog een hele poos voortettert en dat het voor sommige sectoren nooit meer wordt zoals voorheen. Heeft het dan zin bedrijven en hun werknemers nog te ondersteunen, in de wetenschap dat er op de langere termijn voor hen geen perspectief is?

De pijn van verandering

In Nederland wees het Centraal Planbureau er eerder deze maand op dat de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid verkeerde prikkels geeft, omdat hij werknemers ervan weerhoudt een job te zoeken in bedrijven of sectoren met rooskleurige toekomstkansen. De OESO stelde onlangs in een rapport dat de regimes van tijdelijke werkloosheid het best worden bijgestuurd, en afgestemd op het ondersteunen van werknemers in plaats van op het beschermen van arbeidsplaatsen die niet meer leefbaar zijn.

Dat deze coronacrisis geen structurele veranderingen in de economie veroorzaakt, is een illusie. Er komen veranderingen en dat is vaak een pijnlijk proces. Politieke beleidsmakers hebben moeite dat te accepteren, onder meer omdat ze vrezen dat hen die pijn wordt aangerekend in het stemhokje.

Ze hebben dus wel oren naar de bedrijfsleiders en vakbonden die smeken om steun. En dus helpen ze zombiebedrijven in stand te houden. Maar zo zetten ze een rem op de vernieuwing van het economisch weefsel die de economie een welgekomen groei-impuls kan geven.

Het hoofd in het zand steken is een manier om moeilijke keuzes niet te moeten maken.

Lees verder