analyse

Te gek voor woorden

©BELGA

De openingszet van PS-kroonprins Paul Magnette om een linkse noodregering voor een jaar te installeren is blijkbaar te gek voor woorden. Daarom vinden de Vlaamse partijvoorzitters het niet de moeite om ten gronde te reageren. Maar wat moet er dan wel gebeuren?

‘Week 3. Soms zijn voorstellen zo compleet naast de kwestie, dat het gewoon geen zin heeft om er zelfs maar commentaar op te geven. #noodregering #minderheidsregeringlinks #minderheidsregeringrechts #gedoogsteunextreemlinks #gedoogsteunextreemrechts ...’, zo tweette Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten, nadat Magnette het aanbod op tafel had gelegd om een noodregering voor een jaar op de been te brengen. De minderheidsregering-Michel zou dan in lopende zaken de steun krijgen van de socialisten en de groenen om de noodzakelijke beslissingen te kunnen nemen.

Wat Magnette bezielde, is nog maar de vraag. Nog voor er een formule is getest, toetert hij over het scenario van een noodregering. Zo werkt het niet, reageerde CD&V-voorzitter Wouter Beke. ‘Een regering wordt aan tafel gevormd, niet door op radio en tv drie keer iets anders te verkondigen. Dat zou de PS zelf ook moeten beseffen’, zo hekelde Beke het bochtenwerk van de Parti Socialiste.

Het vormen van een noodregering is normaal gezien het eindpunt, als de politieke impasse compleet is. Magnette verwijst zelf naar de tijdelijke regering-Verhofstadt III, wat toen een laatste redmiddel was om het land voort te besturen, na de mislukte oranje-blauwe regeringsonderhandelingen in 2007-2008. Zoiets wordt niet luid in de media aangekondigd, maar achter de schermen discreet bedisseld. Redenen genoeg dus om Magnettes openingszet met enige achterdocht te bekijken.

Zijn sortie lijkt vooral te wijzen op de strijd in de PS, waar niet alle neuzen in dezelfde richting wijzen. Nadat Elio Di Rupo de deur op een kier had gezet voor de N-VA, als die haar communautaire eisen zou laten vallen, zag de PS-voorzitter zich genoodzaakt zichzelf op Twitter te corrigeren. Hij gooide de deur weer helemaal dicht voor de N-VA. Bij de PS wil men de droom van progressieve coalities niet loslaten. Geflirt met de N-VA is daarom uit den boze.

Neveneffect

De eerste opdracht bij de PS is Ecolo mee aan boord te krijgen. Net zoals na de verkiezingen van 2014 is Laurette Onkelinx (PS) in Brussel klaar om als eerste te schakelen. Ze heeft de meest progressieve coalitie met de PS, Ecolo en DéFI in de steigers staan. Het kan een domino-effect veroorzaken, zoals in 2014.

Toen schakelde Di Rupo in Wallonië naar een coalitie tussen de PS en het cdH, waarna N-VA-voorzitter Bart De Wever in Vlaanderen volgde met een centrumrechtse coalitie tussen de N-VA, CD&V en Open VLD. De move van de PS had een onverwacht neveneffect: ze was het duwtje in de rug van Charles Michel om federaal met zijn Mouvement Réformateur als enige Franstalige partij mee te stappen in een centrumrechtse coalitie.

Als een federale regering uitblijft, zit er niets anders op dan het land vanuit de deelstaten te besturen.

L’histoire se répète. Opnieuw ziet het ernaar uit dat de PS in Franstalig België wil besturen zonder de MR, zelfs al dreigt het dan een halszaak te worden om nog een federale regering op de been te brengen. Want federaal zijn de liberalen nodig om paars-groen mogelijk te maken, wat zowat de enig denkbare federale constructie is, met eventueel de christendemocraten erbij.

Magnette & co. spelen met vuur als ze de liberalen eerst vernederen in Franstalig België om ze daarna nodig te hebben voor een federale regering. De MR heeft wel niet veel alternatieven en lijkt er vooral weer bij te willen zijn. Een Zweedse coalitie bis is niet mogelijk, omdat die niet aan genoeg zetels geraakt. Maar als de MR het spel hard speelt, en met de hulp van Open VLD eist dat ze er overal bij is, drijft ze de PS wel in de hoek.

Zonder de MR heeft de PS geen andere opties meer dan federaal weer rond de tafel te gaan zitten met de N-VA, die dan het confederalisme op tafel zal leggen. Dat kan het ongewenste neveneffect zijn van de PS-strategie anno 2019.

De Wever lijkt zich geen zorgen te maken. In Vlaanderen is de N-VA incontournabel, waardoor er geen druk is om snel te gaan. Hij heeft alle tijd om rondjes te draaien met Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken. Zo toont hij respect voor zijn weggelopen kiezers en laat hij het aan Rutten en Beke om het scenario van gedoogsteun door het Vlaams Belang af te serveren. Eigenlijk heeft De Wever al sinds zondagavond 26 mei de kaart in zijn achterzak zitten dat hij centrumrechts in Vlaanderen kan voortzetten, met de Bourgondische wisselmogelijkheid om CD&V in te ruilen voor de sp.a.

De Wever wil zo lang mogelijk wachten, om zich ervan te vergewissen dat zijn potentiële Vlaamse huwelijkspartners toch niet in de verleiding komen om federaal bedrog te plegen en mee te gaan dansen met Di Rupo. De kans dat Open VLD of CD&V federaal in een Vlaams minderheidsverhaal meestapt, is evenwel klein. Dat kan de traditionele partijen fataal worden. Als zij voor hun verantwoordelijkheid worden geplaatst, en dat mag nog wel worden verwacht, zullen ze erop wijzen dat niet zij aan zet zijn.

Confederaal

Op een dag zullen De Wever en Di Rupo elkaar in de ogen moeten zien om na te gaan hoe het verder moet met het land. Een afspiegelingscollege kan een manier zijn om rechts Vlaanderen en links Wallonië samen te brengen in een confederale regering. Dat confederalisme kan ook buiten de regering worden geregeld, door werk te maken van een grote staatshervorming. Die dan zal moeten gaan over het laatste taboe, de splitsing van de sociale zekerheid.

En dat dat kan, heeft Jean-Luc Dehaene al bewezen. De regering-Dehaene I begon in 1992, na de eerste Zwarte Zondag, als een noodregering, maar ze groeide uit tot een krachtdadige herstelregering, die onder meer het Globaal Plan heeft goedgekeurd. Tegelijk werd een vierde staatshervorming, de zogenaamde Sint-Michielsakkoorden, uitgewerkt en goedgekeurd, waarmee de omslag werd gemaakt naar een federale staat.

Het is afwachten of De Wever en Di Rupo hetzelfde in hun mars hebben als Dehaene en een doorbraak voor het land kunnen forceren. En willen ze dat nog wel? Op veel politieke hoofdkwartieren wordt er alvast rekening mee gehouden dat er nog wel wat tijd zal overgaan alvorens er een nieuwe federale regering is. Er wordt creatief gedacht aan manieren waarop het land ondertussen toch verder kan blijven draaien. Als een federale regering uitblijft, zit er niets anders op dan het land vanuit de deelstaten te besturen. Vlaanderen, Wallonië en Brussel zullen dan hun bevoegdheden maximaal moeten invullen en afspreken wat ze samen nog federaal gaan doen. Dat zou neerkomen op confederalisme in de praktijk, zonder dat daar een staatshervorming aan te pas komt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie