weekboek

Democratieën op zoek naar een meerderheid

Senior writer

De deelstaatverkiezingen in Thüringen maakten komaf met het beeld van stabiliteit in de Duitse politiek. De twee grootste machtspartijen kregen een oplawaai en leden een historische nederlaag. Zowel uiterst links als extreemrechts haalde een overwinning. Door Thüringen schuift Duitsland mee aan de grote tafel van de Europese landen waar de democratie op zoek moet naar een meerderheid.

Als het over moeilijke coalitievormingen gaat, heeft België een reputatie. Met de 541 dagen die nodig waren om de regering-Di Rupo eind 2011 op de been te brengen, hebben we een wereldrecord vast. De vorming van de huidige federale regering dreigt ook een werk van lange adem te worden. De coalitiegesprekken moeten nog beginnen. Het blijft voorlopig bij ‘aftasten’. Dat komt in belangrijke mate omdat de traditionele partijen, zeker in Vlaanderen, veel van hun macht en kiezers hebben verloren.

Ook in landen waar traditioneel grote ‘volkspartijen’ de politiek domineerden en centrumrechts en centrumlinks afwisselend aan de macht kwamen, is die vanzelfsprekendheid stilaan een reliek uit het politieke verleden aan het worden.

De brexitsaga in het Verenigd Koninkrijk maakt dat op een pijnlijke manier duidelijk. Een sterk verdeeld Brits parlement, waar de Conservatieven geen meerderheid meer hebben, blokkeerde keer op keer voorstellen over een brexitakkoord met Europa. Sinds januari laat het Lagerhuis duidelijk weten wat het niet wil. Het probleem is dat er geen meerderheid is om te laten weten wat de afgevaardigden dan wel willen. De huidige Britse premier Boris Johnson gokt erop dat hij de vervroegde verkiezingen van 12 december kan winnen met de belofte het akkoord met Europa af te ronden. Het is niet zeker dat zijn opzet lukt en de tory’s nu wel een meerderheid zullen halen. De Labour-partij ligt ver achter in de peilingen, maar die zijn notoir onbetrouwbaar. Bovendien is het de vraag wat de Brexit-partij van de populistische woelwater Nigel Farage doet. En of er een sterk Remain-front komt, aangevoerd door de Liberaal-Democraten en de Schotse nationalisten. Het kan dat ook de Britten op 13 december ontwaken met een verdeeld parlement dat een regeringsvorming niet evident maakt.

Spanje

In Spanje is het klassieke patroon sinds 2015 doorbroken. De conservatieve Partido Popular (PP) won toen de verkiezingen, maar zonder volstrekte meerderheid. Toenmalig premier Mariano Rajoy slaagde er niet in een werkbare coalitie te vormen, zodat de Spanjaarden uiteindelijk een half jaar later nog maar eens naar de stembus trokken. Even kon de PP dan rekenen op de gedoogsteun van het liberale Ciudadanos. Het verstandshuwelijk hield evenwel niet stand en in 2018 nam de socialistische PSOE het roer over. Premier Pedro Sánchez kreeg evenmin een werkbare meerderheid op de been en struikelde eerder dit jaar over de begroting. De verkiezingen van april 2019 losten de onbestuurbaarheid van Spanje niet op. Sánchez moest daarom opnieuw verkiezingen uitschrijven op 10 november.

Noch de PP noch de PSOE is sterk genoeg om alleen of met kleinere partners een regering op de been te brengen. Toch is een zogenaamde ‘grote coalitie’ tussen de twee ondenkbaar. Dat was al zo voor Rajoy en Sánchez stelde gisteren nog eens dat een grote coalitie ‘ondenkbaar’ is. Het lijkt erop dat de twee partijen die sinds de dood van dictator Francisco Franco het land afwisselend hebben bestuurd, geen afstand willen doen van die oude machtspositie. Toch zijn ze niet meer dominant. Op links is er het radicaal-linkse Unidas Podemos bijgekomen, op rechts Ciudadanos en het extreemrechtse VOX.

Waar de brexit in het Verenigd Koninkrijk een dominerende factor is in de politiek, is de Catalaanse kwestie dat in Spanje. Sinds het onafhankelijkheidsreferendum in Catalonië op 1 oktober 2017 worstelt de centrale regering in Madrid met het probleem. De recente veroordeling van twaalf politici die opkwamen voor de Catalaanse zaak heeft de gemoederen verhit. Meer dan de klassieke thema’s lijkt Catalonië de Spaanse politiek te (her)verdelen.

Het model van de klassieke volkspartijen die de politiek in een land domineren, heeft zijn beste tijd gehad.

De zoektocht naar meerderheden geldt voor bijna alle Europese landen, op enkele uitzonderingen na. Van in Scandinavië tot in Zuid-Europa zijn de coalities wankel of is een werkbare meerderheid niet voorhanden. In Portugal haalde de socialistische premier António Costa op 13 oktober een klinkende overwinning, maar geen volstrekte meerderheid. Net als de voorbije vier jaar gaat hij besturen met een minderheidskabinet.

Sinds de Tweede Wereldoorlog, en mede door die oorlog, groeide Duitsland uit tot een van de stabielste democratieën in West-Europa. Beurtelings kwamen de christendemocraten (CDU/CSU) en de sociaaldemocraten (SPD) aan de macht, eerst in Bonn, later in Berlijn.

Maar die stabiliteit is steeds meer schijn. Kanselier Angela Merkel is bezig aan haar vierde en laatste ambtstermijn. Drie van de vier termijnen deed ze het met een ‘grote coalitie’ (GroKo) met de SPD. Waar tot in de jaren 90 de twee grote volkspartijen samen goed waren voor 70 tot 80 procent van de stemmen, is dat nu zeker niet meer het geval. De GroKo haalt in geen enkele peiling nog de helft van de stemmen, wat betekent dat de kiezers de traditionele machtspartijen steeds meer de rug toekeren. Aan de linkerzijde staat de radicaal-linkse Die Linke en aan de uiterst rechtse kant is Alternative für Deutschland (AfD) aan een sterke opmars bezig.

Thüringen

Vorige zondag werd dat beeld in Thüringen bevestigd. Die Linke won de stembusslag en werd de grootste partij in de deelstaat, een primeur voor Duitsland. Tegelijkertijd stoomde AfD door en werd het de tweede politieke kracht, voor de CDU. De SPD verschrompelde en zakte onder 10 procent. Thüringen werd al bestuurd door een rood-rood-groene coalitie, maar de winst van Die Linke compenseerde niet het verlies bij de coalitiepartners SPD en de groenen. De coalitie voortzetten is dus moeilijk, een alternatieve rechtse coalitie is mogelijk als de CDU, de liberale FPD en AfD de krachten bundelen. Maar die optie ligt erg moeilijk.

De uitslag in Thüringen verhoogt de druk op de regering in Berlijn. Veel analisten vermoeden dat Merkel haar coalitie niet kan samenhouden tot de verkiezingen van 2021. Ook hier wenken vervroegde verkiezingen.

Het model van de klassieke volkspartijen die de politiek in een land domineren, heeft zijn beste tijd gehad. Dat model domineerde de Europese politiek sinds de Tweede Wereldoorlog. De huidige kiezer, vooral de verontwaardigde kiezer die zich door de traditionele politiek in de steek gelaten voelt, is bereid zijn stem te laten horen en voelen. Dat blijkt uit analyses van de verkiezingsuitslagen. In Duitsland haalt AfD stemmen weg bij andere klassieke partijen, maar de partij kan ook kiezers aantrekken die voordien niet eens de moeite deden om te gaan stemmen. De mobiliserende kracht van de extreme partijen is op dit moment groter dan die van de traditionele formaties.

De opkomst van de populistische partijen - een containerbegrip, het is misschien beter te spreken over radicale of extremistische partijen - heeft veel oorzaken. De financiële crisis en de migratiecrisis hebben het vertrouwen in de politiek geen goed gedaan. Bovendien is het politieke midden steeds drukker bevolkt geraakt en waren de ideologische verschillen tussen de grote centrumpartijen steeds minder duidelijk. Die vaagheid kost kiezers en maakt de zoektocht naar een werkbare meerderheid steeds moeilijker.

Lees verder