weekboek

Dure brandstof, onrustige Wetstraat

Redacteur Politiek

De uit de pan swingende gasprijzen herinneren eraan hoe scheef de energiebelastingen zitten. Maar ze tonen ironisch genoeg ook dat we het best nog even wachten om ze recht te trekken.

Als een autoloze maandag. Zo voelde hij aan, die septemberdag in 2000, nadat toenmalig minister van Financiën Didier Reynders (MR) op een zondagse tv-show had gezegd dat hij de accijnzen op de fors gestegen dieselprijzen niet wilde verlagen. Tweeduizend boze truckchauffeurs, die dat weekend al met een trage rondrit op de Brusselse ring hadden geprotesteerd, schoten daarop in een colère en versperden de snelwegen.

De blokkade duurde een week. In het West-Vlaamse Izegem reed een uitzinnige Franse truckchauffeur bij een wegversperring een protesterende Belgische collega omver. Hetzelfde overkwam in Wommelgem een rijkswachter die bij een blokkade het verkeer regelde. Bij brouwerij Duvel langs de A12 vreesden ze hun bier niet meer in de cafès, drankencentrales en supermarkten te krijgen.

De transporteurs kregen een ‘compensatiepakket’ van 100 miljoen euro, dat toen als ‘4 miljard Belgische frank’ nog spectaculairder klonk. Maar in de Wetstraat was niemand de beelden van een leeg Brussel en volle autosnelwegen vergeten. Vier jaar later, na de start van de regering-Verhofstadt II, kregen de transporteurs wat ze echt wilden: de professionele diesel, een permanente korting op de brandstof- accijnzen.

De maatregel paste in wat toen Kyoto- maatregelen werden genoemd, naar het allereerste verdrag dat de uitstoot van broeikasgassen en de opwarming van de aarde moest tegengaan. Diesel mocht daarom niet meer te goedkoop worden: als de prijs daalde, hield de Belgische regering-Verhofstadt hem sinds 2004 hoog dankzij extra belastingen, ook het cliquet- systeem genoemd.

De winter dreigt koud of duur te worden, maar daarna zijn er goede kansen dat de gasprijs weer daalt naar vroegere niveaus.

Monsieur Cliquet

Later kwam er een ‘omgekeerde cliquet’: als de prijs te snel steeg, temperde de regering die stijging door de accijnzen te laten dalen. Het systeem werd zo complex dat de enige expert op het kabinet-Reynders die het nog helemaal snapte door zijn collega- cabinetards aan bezoekers werd voor- gesteld als monsieur Cliquet. Maar de transporteurs, de taxi’s en de busbedrijven kregen een uitzondering.

Partijvoorzitter Georges Louis-Bouchez haalde de MR-uitvinding de voorbije week vanonder het stof om deze winter de dure gasprijzen te kunnen temperen. Voor een modaal gezin stijgt de gasfactuur dit jaar naar 1.600 euro. Ook federaal minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) is dat idee genegen en wil aan de prijs morrelen door accijnzen te verlagen.

Het toont opnieuw hoe in het energiebeleid met één pijl meerdere doelen moeten worden geraakt: energie moet veilig, duurzaam en goedkoop zijn, en het licht mag niet uitvallen. Daarom zijn er respectievelijk zorgen over kernenergie, steun voor groene energie, cliquetsystemen en aanverwanten, en de lastige voorbereiding om na een kernuitstap extra gascentrales te bouwen.

Een van de misvattingen over de energiemarkt is daarom dat er op den duur nog zoiets bestaat als de energiemarkt. Het is namelijk geen plaats waar vraag en aanbod elkaar van nature vinden. Het is een plaats waar overheidskrachten van alle kanten tegelijk op de prijs inbeuken.

In oktober vorig meldde de Europese Commissie dat alle EU-landen samen in 2018 159 miljard euro spendeerden aan energiesubsidies. Dat is meer dan het bruto binnenlands product van Hongarije.

Al die EU-landen samen trokken 52 miljard euro uit om gezinnen en bedrijven te helpen energie te kopen, wat de vraag doet toenemen en de prijs omhoog duwt. Tegelijk gaven diezelfde overheden 85 miljard euro uit om de industrie te helpen energie te produceren, wat het aanbod doet toe- nemen en de prijs weer omlaag duwt.

Opgesplitst per soort energie ging 50 miljard euro naar fossiele energie, zoals olie en gas. Tegelijk ging 73 miljard euro naar hernieuwbare energie, die de fossiele energie moet vervangen.

In België bedroegen die bijsturingen meer dan 400 euro per jaar per inwoner, wat de helft meer is dan tien jaar eerder. Er wordt vaak terecht geklaagd dat de energiefactuur is uitgegroeid tot een tweede belastingbrief, maar er wordt dan ook voluit politiek bedreven via die energiefactuur.

Windmolens en stookolie

Het dure gas heeft die discussie de voorbije week blootgelegd. Want net omdat het energiebeleid zo felbevochten wordt, is het uitgegroeid tot een weerspiegeling van lobbykracht, en veel minder tot een doordachte blauwdruk van wat het zou moeten zijn.

Zo is het een aberratie dat de bijdragen, heffingen en taksen op elektriciteit veel hoger zijn dan die op gas. We willen net dat alles elektrisch wordt: van de industrie tot de auto’s op de snelweg. In het licht van een doordacht beleid rond duurzaamheid houdt het geen steek dat de kosten van windmolens en isolatie verhaald worden op de elektriciteitsfactuur en niet op gas of stookolie.

Alleen staan tussen droom en daad opnieuw weemoed en praktische bezwaren in de weg: vooral armere gezinnen stoken nog met stookolie of steenkool. En om het helemaal Belgisch te maken: die gezinnen wonen overwegend in Wallonië.

Hetzelfde geldt voor de kortingen op brandstof. De herinnering aan de auto- luwe week van september 2000 leert hoe politiek explosief het is te raken aan de kosten van de transportsector. Hetzelfde gaat op voor wie de discussie opent over ‘rode diesel’, de goedkopere brandstof die landbouwers mogen gebruiken zodra ze van de openbare weg hun akkers op rijden.

De uitweg uit dat raadsel ligt wellicht in de timing. Er is op zich geen tekort aan gas, alleen zijn er vandaag tijdelijke problemen met de aanvoer uit Noorwegen en Rusland. De winter dreigt koud of duur te worden, maar daarna zijn er goede kansen dat de gasprijs weer daalt naar vroegere niveaus.

Het belastingprobleem daarentegen blijft wel spelen. Daarom zou het geen slecht idee zijn de groene taxshift voor te bereiden en eindelijk de belastingen te leggen op de energiebronnen waar ze thuishoren. Ondertussen kunnen de allergrootste prijsschommelingen misschien gecompenseerd worden via lagere accijnzen, om politieke rust af te kopen.

Het denkwerk over een groene taxshift zou nu moeten starten. De invoering ervan zou dan moeten beginnen als de prijzen op de wereldmarkt gedaald zijn, in de hoop dat er ooit een moment aanbreekt waarop klimaat en koopkracht even verzoenbaar zijn.

Want voor die kwade truckchauffeurs die Brussel destijds ongewild een autoluwe week gaven, hebben we twintig jaar later een andere naam: gele hesjes.

Lees verder