weekboek

Genève aan de Zenne

Redacteur Politiek

Een Zwitserland aan de Noordzee. CD&V-voorzitter Joachim Coens projecteerde het deze week als zijn gedroomde staatsvorm. De ideeën voor een volgende staatshervorming spoelen al weken aan, maar maken nog niet veel deining.

Om nu al te voorspellen dat de verkiezingen van 2024 over het voortbestaan van België zullen gaan, kan er in drie jaar tijd nog te veel gebeuren. Maar feit is dat op alle fronten het debat wordt voorbereid.

In het Vlaams Parlement is weken geleden een werkgroep Institutionele Zaken van start gegaan onder leiding van voorzitter Liesbeth Homans (N-VA). In het Paleis der Natie wordt een nieuwe commissie in het leven geroepen waarin Kamerleden én senatoren - jawel - samen de vorige staatshervormingen zullen evalueren. De federale regering heeft het licht op groen gezet voor een dialoogplatform over de toekomst van het Belgische federalisme. En in alle partijen zijn werkgroepen gevormd om de standpunten klaar te stomen.

Vooral de PS wil niet opnieuw ‘demandeur de rien’ zijn. Paul Magnette gaat proactief voor een België met vier gewesten - Vlaanderen, Wallonië, Brussel en de Duitstalige regio - en zonder gemeenschappen. Dat moet vooral het Franstalige kluwen vereenvoudigen. Onder de negen ministers van Volksgezondheid, die de voorbije coronamaanden de absurditeit van de staatsindeling illustreerden, was er uiteindelijk slechts één excellentie voor Vlaanderen (Wouter Beke, CD&V) en één voor de federale overheid (Frank Vandenbroucke, Vooruit).

Eén gedachte kunnen we beter snel laten varen: dat het ooit niet complex zal zijn om dit land te besturen.

In werkelijkheid wil de PS vooral een oplossing voor de financieringswet van 2015, die vanaf 2025 de kraan begint dicht te draaien voor de zwakst presterende gewesten. Die bepaling werd in het Vlinderakkoord van 2011 afgedwongen door... Wouter Beke.

De N-VA heeft haar plan - confederalisme - al sinds 2014 klaar en hoopt dat tien jaar later eindelijk uit de diepvries te kunnen halen. Kamerlid Sander Loones, een van de architecten, probeert intussen het potje warm te houden met zijn #barsteninbelgië-filmpjes op Facebook en Twitter, maar veel volk komt daar voorlopig niet naar kijken.

Of het moet Joachim Coens zijn. Met zijn pleidooi voor een soort Zwitserland aan de Noordzee, waarbij een onzijdig federaal niveau alleen nog doet wat te groot is voor de gemeenten en de gemeenschappen, komt de voorzitter van CD&V aardig in de buurt van het confederalisme zonder het zo te moeten noemen.

Al blijven er belangrijke verschillen. Zwitserland heeft een hiërarchie in de besluitvorming, iets wat een gewezen scherpslijper als Yves Leterme (CD&V) al jaren het ontbrekende dak op het Belgische huis noemt. Voor de N-VA is dat een no-go, maar het ironische is natuurlijk dat Jan Jambon zich in de strijd tegen corona al een jaar neerlegt bij de federale overmacht in het overlegcomité.

Gordiaanse knoop

Maar zoals gezegd: sinds de PS vorig najaar uit de kast kwam, is het een bescheiden ‘va et vient’ van ideeën en initiatieven, die erg weinig deining maken. Heeft corona het besef algemeen gemaakt dat de voorbije staatshervormingen ons land alleen complexer hebben gemaakt? En dat een land zichzelf de dieperik inrijdt als elke verkiezing uitmondt in twee jaar non- governo en het minoriseren van een van beide taalgroepen? Of smoort de pandemie voorlopig elk ander debat? Op de terrassen ging het de voorbije weken alleszins meer over plexi dan over complexiteit.

Heeft corona het besef algemeen gemaakt dat de voorbije staatshervormingen ons land alleen complexer hebben gemaakt?

Slechts één keer kwam tot nu toe de klassieke kaakslagretoriek naar boven: toen minister van Institutionele Hervormingen Annelies Verlinden (CD&V) over een 2+2-model begon, waarin Brussel en het Duitstalige gebied subregio’s zouden zijn van Vlaanderen en Wallonië.

Het hoeft geen betoog dat de gordiaanse knoop zoals altijd in Brussel ligt, of het Genève aan de Zenne om in de terminologie van Coens te blijven. CD&V wil net als de N-VA niet dat de banden tussen Brussel en de Vlaamse Gemeenschap worden doorgeknipt. De liberalen, Vooruit en de groenen zijn wel mee in de gedachte van een volwaardig Brussels Gewest, zij het met garanties voor cultuur en onderwijs. Het compromis houdt nog meer complexiteit in. De vraag is dus of men zich niet beter concentreert op tastbare thema’s als gezondheidszorg, arbeidsmarkt en fiscaliteit.

Sowieso kunnen we één gedachte beter snel laten varen: dat het ooit niet complex zal zijn om dit land te besturen. De perfect legitieme eis van Brussel om een stadstol in te voeren zou in gelijk welke staatsvorm tot spanningen leiden, of het nu een unitair België, een confederatie of een onafhankelijk Vlaanderen is. Finaal komt het altijd weer neer op entiteiten en diensten laten samenwerken, en dus de wil of onwil om vooruit te komen.

Lees verder