analyse

De economische zin en onzin van een WK voetbal

De Arena da Amazonia in het Braziliaanse Manaus. ©REUTERS

Grote sporttornooien vinden hoe langer hoe meer in niet-westerse landen plaats. Voor een opkomende economie is een WK voetbal ideaal om zich te profileren, maar heel veel valt er niet te winnen.

Zuid-Afrika, Brazilië, Rusland, Qatar. De landen die het WK voetbal mogen organiseren liggen in een boog rond de westerse geïndustrialiseerde wereld. Tel daarbij de steden die gastheer waren voor de voorbije edities van de Olympische winter- en zomerspelen, en het valt op hoe de mega-evenementen van de gemondialiseerde sportwereld in alle uithoeken van de wereld terechtkomen.

Het is geen nieuwe trend, maar wel een opvallend verschil met het verleden. Tot voor het jaar 2000 kwam het amper voor dat een WK of een Olympisch tornooi naar een land ging dat niet behoort tot de OESO, de club van rijke landen.

Sinds de eeuwwissel komen meer dan de helft van de kandidaturen voor zomerspelen van steden buiten de regio, en verkende de FIFA voor het WK voetbal tot dan onontgonnen windstreken, zoals achtereenvolgens Azië (2002), Afrika (2010), Oost-Europa (2018) en het Midden-Oosten (2022).

BRICS

Een specifieke groep landen haalt al geruime tijd opvallend succesvol organisatierechten binnen: de zogenaamde BRICS. Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika werden vorig decennium door de economische wereld in één club geduwd omdat de vijf groeitijgers de nieuwe pilaren van de wereldeconomie gingen vormen. (Het acroniem is intussen in onbruik geraakt nu ze niet echt meer collectief sterk presteren.)

Alle organiseerden ze de jongste tien jaar een megasporttornooi, en Brazilië en Rusland zelfs twee. India was gastheer voor de Commonwealth Games in 2010.

‘Deze landen hebben nood aan betere internationale pr, dus het is begrijpelijk dat politici gemotiveerd zijn om een groot evenement binnen te halen. Dat kan hun reputatie bijschaven’, zegt Thomas Peeters, een Belgische sporteconoom aan de universiteit van Rotterdam.

Maar is het ook economisch zinvol om in een sporttornooi te investeren in de wetenschap dat stadions miljarden kosten en de overkoepelende sportbond met de inkomsten gaat lopen?

230 miljoen euro
Kostprijs Arena da Amazonia
De Arena da Amazonia in het Braziliaanse Manaus kostte 230 miljoen euro, staat in het midden van de jungle en diende voor vier matchen van het WK 2014. Sindsdien rolde er geen bal meer.

‘In opkomende landen is er ruimte om nuttige investeringen te doen’, zegt Peeters.‘Maar er is altijd overkill, waardoor ze overblijven met stadions waarin een handvol keer wordt gesport en die daarna compleet overbodig zijn.’

Neem de Arena da Amazonia in het Braziliaanse Manaus: die kostte 230 miljoen euro, staat in het midden van de jungle en diende voor vier matchen van het WK 2014. Sindsdien rolde er geen bal meer. Mogelijk wordt er nu een gevangenis van gemaakt.

26 miljard euro

Over het huidige WK stelt de Russische overheid dat het voetbaltornooi van een maand tot 26 miljard euro kan opleveren voor de Russische economie op lange termijn in de vorm van uitgaven van bezoekers en verbeterde infrastructuur. Tegenover geschatte kosten van rond 12 miljard euro is dat een enorme opbrengst.

Maar geen econoom die dat gelooft. Moody’s haalde het Russische gecijfer al genadeloos onderuit. ‘De economische impact zal heel beperkt zijn’, zegt een recent rapport.

220.000
Extra bezoekers
Zuid-Afrika lokte 220.000 extra bezoekers van buiten zuidelijk Afrika naar het WK voetbal. Daarvoor moest het wel 13.000 dollar per persoon in stadions pompen.

Het enige echt meetbare economische effect van een sporttornooi zit in toerisme, zegt Peeters. ‘Van toerisme weten we dat het echt geld van buitenaf is.’

De sporteconoom is coauteur van een studie over het WK voetbal in Zuid-Afrika in 2010, het eerste op Afrikaanse bodem. Conclusie: het organiserende land lokte 220.000 extra bezoekers van buiten zuidelijk Afrika tijdens het tornooi. Daarvoor moest het wel 13.000 dollar per persoon in stadions pompen. Dezelfde studie voor Brazilië 2014 leverde een gelijkaardig resultaat op.

Open for business

Een tweede gunstig effect naast toerisme is een boost in het internationale profiel van een organiserend land of stad. Een sporttornooi aankunnen betekent evenveel als: wij zijn open for business.

De economen Andrew Rose en Mark Spiegel noemen dat het Olympic Effect. Een mega-evenement à la Olympische Spelen of WK voetbal zet een hefboom op de export en vergroot de handel met 20 procent.

Om zijn internationale imago op te krikken is het voor Rusland misschien beter om geen andere landen binnen te vallen.
Thomas Peeters
Sporteconoom aan de universiteit van Rotterdam

Opvallend: wie kandidaat is, maar de organisatie toch niet binnenhaalt, geniet hetzelfde effect, zonder de lasten te moeten dragen. Meer nog, landen die na een lange biedstrijd een WK mogen organiseren, lopen het risico om tegen ‘de vloek van de winnaar’ aan de botsen. De kans is groot dat ze zich te mooi hebben voorgesteld om in de kijker te lopen, en uiteindelijk met een nog grotere financiële kater zitten.

‘Of dat gunstige handelseffect ook voor Rusland zal spelen, valt af te wachten’, zegt Peeters. ‘De sancties die Rusland opgelegd kreeg na het inpalmen van de Krim wegen ongetwijfeld harder door. Om zijn internationale imago op te krikken is het voor Rusland dus misschien beter om geen andere landen binnen te vallen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect