analyse

Rode Duivels zijn Spanje zonder franje

©BELGA

De Rode Duivels openen maandag tegen Panama hun WK. Wat leren de harde cijfers over onze titelkansen? Een doorlichting met de WK-tool van De Tijd.

Rode Duivel Dries Mertens duwde afgelopen week op de zere plek. Het Belgisch voetbal heeft in zijn ogen geen filosofie. ‘De ene loopt achteruit, terwijl de andere net druk vooruit zet, wat tot chaos en tegengoals leidt.’ Nederland maakte school met het aanvallende totaalvoetbal, Spanje met hoogcirculatie-‘tikitaka’, en Duitsland met de turbo-‘gegenpressing’ dat de tegenstander over het veld opjaagt. Nadat het Belgische voetbal begin jaren 2000 een dieptepunt had bereikt, ging de opleiding leentjebuur spelen bij de ‘best practices’ in het buitenland. Het grote rolmodel was Spanje, met de focus op passing en technisch voetbal. Bijna 20 jaar na de ‘grote omwenteling’ mikt de gouden generatie op de wereldtitel. Maar is er een Belgische filosofie te ontdekken in de harde cijfers? Hoe verhoudt België zich tot de traditionele grootmachten? Een analyse in vier grafieken. (klik op de slider voor de grafieken)

Data: De Tijd ism Kick&Rush Lab. tijd.be/wk2018

©Mediafin

Het WK in Rusland geldt als de allerlaatste kans voor de Belgische gouden generatie om een grote prijs te pakken. Uit de data blijkt opvallend genoeg dat de gemiddelde leeftijd van de Rode Duivels (27,6 jaar) nog altijd vrij laag is tegenover de andere 32 WK-landen. Negentien van de 32 zijn gemiddeld ouder.

Die lage gemiddelde leeftijd koppelen de Belgen wel aan een opmerkelijk hoog aantal gespeelde interlands. Slechts drie teams, Mexico, Panama en Costa Rica, tellen per speler gemiddeld meer interlands dan België (47). Bij Engeland - het team waarmee België voor de groepswinst strijdt - is dat een gemiddelde van 21 interlands voor een gemiddelde leeftijd van 26.

De verklaring is de verloren Belgische generatie. Midden jaren 2000 miste België topspelers tussen 25 en 30 jaar, waardoor die leeftijdsgroep is overgeslagen en de huidige generatie veel jonger dan gewoonlijk tot Rode Duivel is gebombardeerd. De basis van de huidige kern staat er al sinds 2008.

©Mediafin

De analyse van 1.000 wedstrijden leert dat de Rode Duivels qua speelstijl het dichtst aanleunen bij Spanje. België speelt net als La Roja dominant voetbal en geeft weinig kansen weg. Maar de relatief weinige kansen die de Rode Duivels weggeven, leiden vaker tot goals dan bij Spanje. De perceptie van defensieve kwetsbaarheid wordt in de data aangetoond met het save-percentage, waarbij het aantal tegengoals afgezet wordt tegen schoten door de tegenstander. België zit daar niet bij de toplanden, maar eerder op het niveau van Denemarken, Mexico, Zwitserland en Uruguay. Het Belgische shotpercentage - aantal goals tegenover eigen ondernomen schoten - zit net onder de Spaanse efficiëntie. Engeland is dan weer aanvallender dan België, maar scoort lager om die kansen ook om te zetten in doelpunten. Ook de Belgische shotratio - de mate waarin de tegenstander met aantal schoten gedomineerd wordt - is lager dan dat van de echte toplanden.

©Mediafin

De Tijd meet de collectieve kracht van teams met zijn eigen ginicoëfficiënt, een voetbalvariant op de sociaal-economische indicator die de ongelijkheid in een samenleving meet. Niet toevallig is Egypte het meest ongelijke team (midden bovenaan op de grafiek). Dat team leunt op één sterspeler, farao Mo Salah, en een collectief van vrij anonieme waterdragers. Spanje en Duitsland (rechts onderaan) zijn het meest gelijk, met die nuance dat het een voor een om individuele miljonairs op noppen gaat. Panama (links onderaan) is dan weer het kneusje van het WK, met stuk voor stuk goedkope spelers zonder één echte ster.

En de Rode Duivels? Die vertonen opvallende gelijkenissen met de Belgische economie, een rijk westers land met een relatief hoge inkomensgelijkheid. De Rode Duivels behoren tot de grootverdieners van het internationale voetbal, gekoppeld aan relatief kleine verschillen in transferwaarde van de individuele spelers.

©Mediafin

De hoge transferwaarde van de Rode Duivels is te verklaren doordat acht op de tien uitkomen in de Big Five. Dat zijn de vijf grote Europese competities, Engeland, Duitsland, Spanje, Italië en Frankrijk, die wereldwijd het meeste aanzien genieten. Het is opvallend dat meteen na de teams uit die landen - Italië is er niet bij op het WK - België volgt. Het toont nog eens de grote weelde bij onze nationale ploeg. Er is een opvallend verband tussen de hoogte van de transferwaarde en het feit dat spelers uitkomen in de Big Five. De ‘correlatie’, zoals dat in statistische termen heet, bedraagt .85, wat heel erg hoog is. Tegelijk valt op dat de Brazilianen, Mexicanen en Russen ook erg veel waard zijn, terwijl veel minder van hen in de Big Five spelen. Dat is verrassend voor de minder hoog aangeschreven Russen en Mexicanen, maar valt te verklaren doordat beide naties spelers in eigen land overwaarderen. Ze betalen te hoge lonen en transfersommen, tegenover de echte waarde van de competitie.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content