Een mix van vier pijlers

©ILLUSTRA

Langer werken voor uw wettelijk pensioen, onzekerheid over het rendement van uw aanvullend pensioen uit de tweede pijler en hervorming van de fiscale aftrek van pensioensparen. Of hoe u uw zorgeloze oude dag meer dan ooit moet voorbereiden.

De Belgische pensioenwetgeving is hypercomplex. En wordt er niet eenvoudiger op. De maatschappelijk-sociale flexibiliteit maakt dat nog erger, weet Philip Neyt, voorzitter van de Belgische Vereniging van Pensioeninstellingen (BVPI). ‘Vroeger had je een uniforme carrière bij de overheid, in de privésector of als zelfstandige. Vandaag zie je veel meer gemengde loopbanen, bovendien nog in verschillende regimes: deeltijds, voltijds …’

In een notendop: het wettelijk pensioen - de eerste pijler - is laag voor zelfstandigen, iets hoger voor werknemers en ruimer voor ambtenaren. ‘Voor een bediende bedraagt het pensioen gemiddeld 50 tot 60 procent van het laatste loon’, waarschuwt Philip Neyt. Sparen voor een zorgeloze oude dag is vandaag meer dan ooit nodig. 70 procent van de werknemers bouwt een aanvullend pensioen op in de tweede pijler, pensioensparen via de werkgever.

De derde pijler bestaat uit het pensioensparen en de levensverzekeringen. ‘Dat is de fameuze 910 euro per jaar, per gezinslid die u fiscaal in mindering kunt brengen’, legt Philip Neyt uit. De vierde pijler noemt Philip Neyt het financieel vermogen en het onroerend goed van de Belg. ‘Een eigen huis is de beste bescherming tegen armoede.’ Zeker voor zelfstandigen is die vierde pijler bijzonder belangrijk.

Jongeren en pensioensparen

Ligt de Belg wakker van zijn pensioen? Philip Neyt ziet toch een evolutie: ‘Vroeger begon je maar aan je pensioen te denken als het bijna zover was. Vandaag doen ook veel jongeren aan pensioensparen. En niet alleen voor het fiscale voordeel. Want hun geld zit twintig, dertig jaar geblokkeerd, in een levensfase waarin ze dat geld ook goed voor andere dingen kunnen gebruiken.’

Pensioenen hebben vandaag ook een impact op de loopbaanplanning. Niet alleen kijken mensen bij carrièrewendingen naar de gevolgen voor hun pensioen. ‘Maar het wordt ook een belangrijk instrument in de loonafspraken. De laatste zes jaar is pensioensparen via de werkgever ook enorm uitgebreid naar arbeiders’, weet Philip Neyt.

Toch is er nog werk aan de winkel, vindt Philip Neyt. ‘Belgen realiseren zich niet genoeg dat je lang met pensioen bent. De pensioenleeftijd is laag, en de levensverwachting is hoog. 25 jaar is lang zonder appeltje voor de dorst. Stel dat je pensioenkapitaal uit de tweede pijler 25.000 euro is. Dat klinkt aantrekkelijk. Maar als je dat spreidt over 25 jaar, heb je 50 tot 60 euro per maand. Dat is voor veel mensen een ontnuchtering.’ Langer werken lijkt de oplossing. Dan heb je langer een inkomen, en moet je een kortere periode overbruggen.

Feitelijk vs wettelijk

Maar de pensioenhervorming is een evolutie, geen revolutie, vindt Philip Neyt. De recente maatregelen van de regering Di Rupo zijn een eerste aanzet. Moet de wettelijke pensioenleeftijd hoger? ‘Dat heeft weinig zin. We moeten de feitelijke pensioenleeftijd hoger krijgen. Daarvoor heb je loopbaanmanagement nodig. En dat moet van werknemers en werkgevers komen. De overheid? Die moet instrumenten aanbieden en incentives.’

‘We zitten met een fout loonbeeld’, vindt Philip Neyt. ‘Op het einde van onze carrière willen we het meest verdienen. Maar wanneer je als 60-plusser minder en anders gaat werken, moet je dan meer verdienen? Ook de toegelaten arbeid na een pensioen moet uitbreiden. Waarom zou je een gedeeltelijk pensioen niet combineren met een loon?’

Rendementsgarantie

De wet garandeert voor elke storting in de tweede pijler een rendementsgarantie. Dat rendement bedraagt 3,25 procent op de werkgeversbijdragen en 3,75 procent op de premies die de werknemer zelf heeft betaald. Verzekeraars willen die gewaarborgde rendementen verlagen, vanwege de lage langetermijnrente.

‘Je kunt niet tegelijk die tweede pijler uitbouwen en devalueren’, vindt Philip Neyt. ‘Bovendien gaan pensioenen over de lange termijn. Verzekeraars hebben dat geld niet morgen nodig, maar over 30 jaar. Er zijn genoeg instrumenten op de markt om die rendementen te garanderen. De jaren 80 en 90 waren bijvoorbeeld heel goede jaren. Vandaag is de markt inderdaad volatiel, maar dat is minder problematisch omdat je het geld niet morgen nodig hebt. Als je vandaag 100 wegzet, moet je toch minstens zeker zijn dat het over dertig jaar nog 100 waard is. Pensioenopbouw moet inflatiebestendig zijn. Anders kunnen mensen hun geld beter nu al consumeren.’

De regering-Di Rupo beperkte het fiscale voordeel voor de derde pensioenpijler tot 30 procent voor iedereen. ‘Vroeger was de fiscale aftrek hoger voor hogere inkomens. Nu is iedereen gelijk, ongeacht het inkomen’, legt Philip Neyt uit. ‘En de fiscale incentive is ook wel belangrijk, maar het is niet de enige factor.’

Wat is ten slotte een goed pensioen? ‘Niet iedereen moet 2.000 euro pensioen hebben’, vindt Philip Neyt. ‘Met een mix van de vier pijlers krijg je een gezond pensioen. De essentie? Comfortabel wonen en toegankelijke zorg. Daarvoor heb je een geïntegreerd beleid nodig. En dat is niet altijd gemakkelijk in het federale België. Want voor zo’n beleid zijn al gauw 15 tot 20 ministers verantwoordelijk.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie