Voordelen pensioensparen reiken verder dan fiscaal voordeel

©Shutterstock/bloomberg

De dag dat het fiscale voordeel wegvalt, stopt zowat de helft van de Belgen met pensioensparen. Maar die reflex is te kortzichtig.

Liefst 2,7 miljoen Belgen doen aan individueel pensioensparen. Dat succes van de zogenaamde ‘derde pensioenpijler’ is voor een groot deel te danken aan het fiscale voordeel dat het oplevert. Het jaarlijkse maximum van de gestorte premies (910 euro in 2012) mag u immers aftrekken van uw beroepsinkomen. Vanaf dit jaar levert u dat een fiscaal voordeel op van 30 procent. Dat komt neer op een voordeel van 273 euro als u het maximum heeft gestort.

Maar het fiscale gunstregime staat onder druk. Tot vorig jaar bedroeg het 30 tot 40 procent van het gestorte bedrag, waarbij het percentage steeg naarmate u meer verdiende. Het voordeel van 40 procent voor inkomens vanaf 2.300 euro bruto is afgetopt op 30 procent in het kader van de begroting voor 2012. En om haar begroting te onderstutten besliste de regering dit jaar al een voorschot te nemen op de taks die pensioenspaarders normaal pas op hun 60ste betalen.

45%
45 procent zal stoppen met pensioensparen als het fiscale voordeel wordt afgeschaft.

Ook al ligt daarover geen concreet voorstel op de regeringstafel, toch is duidelijk dat het fiscale voordeel verbonden aan pensioensparen afschaffen niet langer een absoluut taboe is. Mocht dat effectief gebeuren, dan zou 45 procent stoppen met pensioensparen. Dat blijkt uit een enquête die InSites uitvoerde voor De Tijd bij 1.000 Belgen. Amper 22 procent vindt het verdwijnen van het fiscale voordeel geen argument om te stoppen met pensioensparen.

Blijven sparen

Wie enkel pensioenspaart wegens het fiscale voordeel, bezondigt zich aan een te kortzichtige redenering. Wie met pensioen gaat, valt doorgaans terug op een lager inkomen. De vervangingsratio van het wettelijk pensioen bedraagt doorgaans slechts 50 tot 60 procent van het laatste inkomen. Hoe hoger uw loon, hoe groter de kloof tussen uw wettelijk pensioen en uw laatste inkomen. Die kloof zult u zelf moeten dichten, wilt u uw levensstandaard behouden.

U kunt natuurlijk ook sparen voor uw oude dag met andere producten zoals een spaarboekje of termijnrekeningen. Maar die bieden duidelijk een lager rendement dan pensioenspaarfondsen of pensioenspaarverzekeringen. Op lange termijn zorgt vooral het ‘rente op rente’-effect voor een mooie aangroei van een spaarpot.

De noodzaak om zelf een pensioenspaarpot aan te leggen zal de komende jaren alleen maar groter worden. Met een gemiddelde levensverwachting van 85 jaar moeten we straks bijna 20 jaar inactief leven zien te financieren. Het wettelijk pensioen staat daardoor al onder zware druk. En ook de tweede pensioenpijler - het aanvullend pensioen dat u via uw werkgever opbouwt -davert op zijn grondvesten. Vanwege de lage marktrente liet de verzekeringsector afgelopen zomer weten dat ze niet langer wil instaan voor het gegarandeerde rendement van 3,25 en 3,75 procent dat de wet oplegt. De Nationale Bank stelt voor dat de gegarandeerde rentes op spaarverzekeringen vanaf volgend jaar niet meer dan 2 procent mogen bedragen, zowel voor nieuwe contracten als voor nieuwe stortingen in bestaande contracten.

Zelf een spaarpot voor de oude dag aanleggen is dus meer dan ooit een must voor wie liever het zekere voor het onzekere neemt. Met of zonder fiscaal voordeel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie