Pleidooi voor meer individuele verantwoordelijkheid ter tegenkanting van de huidige maatschappelijke onverschilligheid

Fundamenteel is er niets mis met het kapitalisme en de vrije markt an sich. Het geeft mensen louter de vrijheid hun kapitaal (weze het hun persoonlijk vermogen, hun talent of hun noeste arbeid) aan te wenden zoals zij dat wensen en er ook de vruchten van te plukken. Sommige buitenstaanders menen echter dat velen hun kapitaal op onverstandige wijze aan vergankelijke massaconsumptiegoederen besteden in plaats van - in hun ogen - betere doeleinden (bv. aan iPads in plaats van aan ontwikkelingshulp) en zijn daarom van oordeel dat het kapitalistisch systeem slecht is.

Maar wat ze bij het maken van dat waardeoordeel uit het oog verliezen, is dat het kapitalistisch systeem niemand heeft gedwongen iPads te kopen, maar hun enkel de vrije keuze heeft gelaten waaraan ze hun geld kunnen uitgeven. Het is dus enkel de persoonlijke keuze die mensen maken die voor betwisting vatbaar is, niet het systeem dat hen in staat stelde een keuze te maken. Het wegnemen van die keuzevrijheid zou tevens tot veel desastreuzere gevolgen aanleiding geven. Denk maar aan het communistische tijdperk in de USSR waarin de partijbazen beslisten hoe de productiemiddelen aangewend moesten worden (bv. collectivisatie van de landbouwgronden) en de massale hongersnoden die ermee gepaard gingen.

Mensen moeten daarom zelf de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven en de door hun gemaakte keuzes nemen in plaats van ze uit handen te geven aan een overheid die hun leven dirigeert. Het is dus niet aan de overheid om fastfoodketens te verbieden met het argument dat ze nefast zijn voor de Volksgezondheid, maar het is aan de mensen zelf om geen junk food meer te eten indien ze een gezonder leven willen leiden. Waarom zou de overheid de overige mensen hun bourgondische levensstijl moeten ontnemen als zij zelf er geen probleem mee hebben dat het hun levensduur drastisch inkort? Er is voldoende informatie terug te vinden over de voor- en nadelen van elke keuze, en het moet aan de mensen toegelaten zijn om deze afweging voor zichzelf te maken en niet aan een bemoederende overheid. Het is namelijk de burger die met de gevolgen van die afweging verder zal moeten leven, en niet de overheid.

Echte verandering komt dus best bottom-up in plaats van top-down en kan dus niet zomaar door middel van dwang van bovenaf gedicteerd worden. Men vergeet vaak dat consumenten in een vrije markt ongelooflijk veel macht bezitten: wanneer zij hun vraag aanpassen (bv. meer vegetarisch voedsel en groene energie in plaats van vlees en aardolie), zal het marktaanbod snel volgen. De consument moet dus enkel zijn prioriteiten beter weten te stellen om dergelijke verandering te bewerkstelligen. De botte waarheid is bijgevolg dat men in een kapitalistisch systeem krijgt wat de meerderheid van de mensen verkiest. Men krijgt dus wat men verdient.

In dat opzicht werkt het hetzelfde als een democratisch systeem, en daar hoor je toch niet zo vaak kritiek op? Als men nooit kritische vragen aan zijn volksvertegenwoordiger zou stellen of het beleid van zijn regering nooit zou betwisten, krijgt men uiteindelijk slechte politici en zakkenvullers aan de macht.  Een constante waakzaamheid en een actieve participatie zijn dus in beide systemen gewenst om de mogelijk negatieve uitwassen ervan tegen te gaan.

Het houdt dus geen steek te stellen dat het kapitalistisch systeem waar mensen vrij zijn om hun eigen keuzes te maken een hardvochtig, kil systeem is in vergelijking met een “sociaal” systeem waar solidariteit afgedwongen wordt met de brute hand van de wet en de brutere hand van de politieagent. De huidige onverschilligheid van mensen ten opzichte van elkaar en hun omgeving is geen inherent gevolg van het kapitalisme, maar van het feit dat men ervoor gekozen heeft de eigen verantwoordelijkheden te delegeren aan andere overheidsorganen. Als men nu een bedelaar ziet, denkt men dat het OCMW hem wel zal opvangen en wandelt men snel door. Als men iemand ziet lastiggevallen worden op straat of in de metro, beschouwt men dat als een taak voor de politie, terwijl men zijn iPod nog wat luider zet of besluit hetzelfde krantenartikel toch nog maar eens grondig te herlezen.

Hoe meer taken men aan de overheid uitbesteedt, hoe minder individuele verantwoordelijkheid men nog in die zaken denkt te hebben. Aldus heeft overheidstussenkomst ook een “crowding out effect” in de vrijwillige sector doordat de vroegere plaats van privaat initiatief, vrijwilligersorganisaties en NGO’s ingenomen wordt door overheidsinstellingen, hoewel de eerste categorie een nauwere betrokkenheid bewerkstelligde, wat resulteerde in betere dienstverlening. Waar mensen zelf verantwoordelijk zijn voor het schoonhouden van hun straat in plaats van gemeentelijke schoonmaakdiensten, tolereert men het niet langer dat iemand achteloos zijn sigarettenpeuken op de grond gooit of de drollen van zijn viervoeter zonder opruimen achterlaat. Tijdens het schoonhouden van dezelfde straat leert men zijn buren ook beter kennen, wat leidt tot een betere buurtwerking en sociale isolatie tegengaat.

Erg vergelijkbaar spreekt men in de sociale psychologie van het “bystander effect”, wanneer men in een grote groep niets onderneemt als men in de veronderstelling verkeert dat een ander (in mijn voorbeeld: de overheid) het wel zal doen. Pas wanneer men enkel op zichzelf is aangewezen, gaat men daadwerkelijk tot actie over. Die ingebakken routine moet daarom doorbroken worden.

Pas als heel de samenleving begint te reageren op maatschappelijk ongewenst gedrag zal er ook daadwerkelijk verandering komen. Denk bijvoorbeeld terug aan de reportage van “Femme de la rue”. Die reportage raakte een zeer gevoelig thema in onze Belgische samenleving en veroorzaakte heel wat consternatie. Maar zoals te vaak blijkt, gaat de stofwolk heel snel weer liggen en ligt alles snel weer in de oude plooien. Nog belangrijker dan eenmalig een signaal te geven, is dus om trouw aan de eigen principes te blijven. Elke ongewilde actie (een passerend meisje obsceniteiten naroepen, afval op de straat achterlaten,…) zou onmiddellijk door de omgeving veroordeeld moeten worden met een terechtwijzende opmerking.

Veel mensen zijn bang dat ze alleen zullen staat in hun kritiek, maar de omgeving zal snel te hulp schieten zodra het startschot gegeven is. Net als in chemische reacties heb je voor een sociale reactie soms ook niets meer dan een katalysator nodig om de trein van verandering in beweging te brengen. Het instinctieve antwoord van de overtreder zal waarschijnlijk “Waar bemoei jij je mee? Bemoei je met jouw eigen zaken!” zijn, maar mettertijd zal ook de overtreder inzien dat zijn handelingen niet langer getolereerd worden en zal hij aldus geconditioneerd worden om zijn gedrag te wijzigen. De mens is en blijft nu eenmaal een sociaal wezen dat wenst deel te blijven uitmaken van de groep.

Daarom lijkt het mij ook beter om bij antipestencampagnes op scholen zich meer te richten op de omgeving van de gepeste dan op de pester. Een pester is louter iemand die probeert door een “zwakker” iemand te vernederen zijn positie op de sociale ladder te verstevigen. Hij voelt zich in die houding gesterkt door het stilzwijgen van de omgeving. Denk terug aan de schokkende beelden van het gepeste meisje Kayleigh, waarop te zien was hoe voorbijgangers niets ondernamen om haar te helpen of om het pestende meisje terecht te wijzen. Mocht één iemand dat gedrag veroordeeld hebben, dan zouden anderen waarschijnlijk ingevallen zijn en zou er snel een einde aan de pesterijen gekomen zijn.

Veel van de gechoqueerde reacties op het filmpje waren in de trant van: “Maar waarom deed niemand iets?” Die reactie, hoe begrijpelijk ook, is echter te makkelijk. De vraag die men zich zou moeten stellen is “Zou ik haar geholpen hebben?” Persoonlijk kan ik enkel hopen dat ik Kayleigh geholpen zou hebben, maar zekerheid of ik, in die situatie geplaatst, ook niet gewoon zou doorlopen, heb ik niet. We kunnen enkel proberen van die beelden te leren, zodat wanneer wij ooit met een gelijkaardige situatie geconfronteerd worden, we mans genoeg zullen zijn om ook dan voor onze principes op te komen. Enkel zo, door constante inspanningen van elk van ons, zullen we uiteindelijk daadwerkelijk verandering kunnen teweegbrengen. Door onverschilligheid daarentegen veranderen we niets, meer nog: we maken de situatie erger doordat de overtreders zich in hun handelen gesterkt zullen voelen door het stilzwijgen van de omgeving en het slachtoffer zal denken dat hij er alleen voor staat.

In bepaalde wijken behoren ongewenste handelingen door decennialange onverschilligheid nu tot het leven van alledag en vraagt men zich af: “Hoe is het ooit zo ver kunnen komen?” Het antwoord is dat men het zover heeft laten komen. Onkruid trekt men ook onmiddellijk uit de grond voordat het het gazon overwoekert, omdat er nadien nog moeilijk iets tegen te beginnen valt.

Geef dus als enkeling elke dag het goede voorbeeld door jouw individuele verantwoordelijkheid op te nemen, want dat werkt aanstekelijk op jouw omgeving die maar wat graag mee op de kar springt (denk bijvoorbeeld aan het “Stop Kony”-filmpje dat gedurende dagen ieders Facebook-nieuwsfeed bekladde). Maar hou het niet enkel bij woorden, vind-ik-leuks en shares, handel er ook naar. Acta et verba

Gesponsorde inhoud

Partner content