Hoe ondernemen als de bank niet met geld over de brug komt?

©ANP

Als u een zaak opricht of uw bestaande bedrijf wilt uitbreiden, vergt dat financiële middelen. Misschien kunt u de bank wel overtuigen om uw project te financieren? Maar ook als dat niet het geval is, hoeft u uw plannen niet meteen op te bergen.

Klop aan bij uzelf, bij vrienden en familie, en bij privé-investeerders

Natuurlijk kunt u ervoor kiezen om met eigen vermogen een zaak op te richten of uit te breiden. In dat geval stopt u een deel van uw spaargeld in de onderneming of vraagt u eventueel aan vrienden en familie of ze niet mee in het kapitaal willen stappen.

Zelfstandigengids 2018

Alle maatregelen die het ondernemen makkelijker maken.

De Zelfstandigengids is op 16/6 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

Maar u kunt ook privé-investeerders proberen aan te trekken. Dat kunnen durfkapitaalfondsen zijn, maar ook zogenaamde ‘business angels’, privépersonen die een deel van hun vermogen investeren in niet op de beurs genoteerde bedrijven.

Hoe verloopt het concreet?

  • Durfkapitaalverstrekkers gaan nooit over één nacht ijs. Uw onderneming en businessplan zullen duchtig onder de loep worden genomen.
  • Fondsen of privépersonen die in uw onderneming investeren, zullen in ruil voor hun kapitaalinbreng niet alleen aandelen willen, maar vaak ook een zitje in de raad van bestuur van uw bedrijf.
  • Uiteraard hebben geldschieters rendement voor ogen, maar afhankelijk van de afspraken willen ze niet meteen boter bij de vis. Het uitbetalen van een dividend gebeurt meestal in functie van de behaalde winst. Dat geeft u als ondernemer meer ademruimte dan wanneer u de contractueel vastgelegde terugbetaling van een lening moet doen - of uw bedrijf het nu goed doet of niet.
Tip!

Vergeet crowdfunding niet

‘Al enkele jaren kunnen starters ook geld ophalen via crowdfunding’, zegt Michiel Verhamme van de ondernemersorganisatie Unizo. Crowdfunding is een alternatieve vorm van financiering voor de kmo en een financieringswijze waarbij investeerders en ondernemers rechtstreeks met elkaar in contact komen via een onlineplatform.

Let op! Als u meer dan 100.000 euro wilt ophalen, moet u een prospectus indienen bij de Belgische financieeltoezichthouder FSMA. Wordt er per investeerder maximaal 5.000 euro opgehaald, dan hoeft een prospectus niet en mag u zelfs tot 300.000 euro verzamelen.

‘Crowdfunding wordt ook fiscaal interessant gemaakt voor de investeerder’, merkt Verhamme op. De kapitaalverschaffer krijgt een belastingaftrek van 30 procent voor de bijgedragen som en zelfs 45 procent als het om een micro-onderneming gaat.

Haal spaarcenten uit uw vennootschap

Tot eind vorig jaar kon u een kapitaalvermindering volledig op het gestort kapitaal aanrekenen zonder dat u daarop roerende voorheffing moest betalen. Maar sinds 1 januari 2018 kan dat niet langer. Als u nu geld uit uw vennootschap wilt halen, zult u daar in de meeste gevallen op worden belast.

De fiscale aanrekening op het kapitaal en de reserves wordt volgens de bepalingen in het Zomerakkoord van de federale regering pro rata berekend. Er wordt met andere woorden gekeken naar de verhouding tussen het kapitaal en de reserves op het moment van de uitkering. Hoe hoger het bedrag aan reserves in het eigen vermogen, hoe meer er op de reserves zal worden aangerekend en hoe meer roerende voorheffing u zult moeten ophoesten.

Voorbeeld

Stel dat uw vennootschap een totaal eigen vermogen van 1.600 heeft, waarvan 700 gestort kapitaal, 300 in het kapitaal opgenomen reserves en 600 belaste reserves. In dat geval is de pro-rataberekening als volgt: 700/(700+300+600)= 0,4375.

Als u een kapitaalvermindering van 800 doet, wordt daarvan 350 (0,4375 x 800) aangerekend op het gestorte kapitaal. Het restant bedraagt 450 (0,5625 x 800) en wordt aangerekend op de reserves. Daarop is 30 procent roerende voorheffing verschuldigd, waardoor u 135 aan roerende voorheffing betaalt.

Leen aan uw vennootschap

‘Een bedrijfsleider kan er ook voor opteren om zelf een lening te geven aan zijn vennootschap en deze op rekening-courant te zetten’, aldus Verhamme. ‘Dit is voordelig omdat de interest dan aan de bedrijfsleider wordt betaald en niet aan de bank, terwijl de interesten nog altijd aftrekbaar zijn voor de vennootschap, op voorwaarde tenminste dat een marktconforme interest wordt geheven.’

Klop aan bij de overheid

Ook de overheid kan met geld over de brug komen. En wel via verscheidene formules:

→ Waarborglening

Zowel bij de Vlaamse als bij de Brusselse overheid kunt u aankloppen voor een Waarborgregeling. Daarmee stelt de overheid zich borg voor een deel van het krediet dat u nodig hebt. Voor de bank betekent dat een lager risico en voor uw onderneming levert het een hogere kredietwaardigheid op.

Hoe verloopt het concreet?

De waarborg kan respectievelijk voor Vlaanderen en Brussel betrekking hebben op ten hoogste  750.000 en 500.000 euro. In Vlaanderen is de waarborg beperkt tot 75 procent van het kredietbedrag, in Brussel tot 80 procent. Voor die waarborg moet u een eenmalige premie betalen in functie van de omvang en de looptijd ervan.

→ Startlening+ en Kmo-cofinanciering

Los van de Waarborglening zijn er zowel in Vlaanderen als in Brussel nog meer steunmaatregelen die het starters en ondernemingen in volle groei makkelijker maken. In Vlaanderen klopt u daarvoor aan bij PMV, de Participatiemaatschappij Vlaanderen. Onder de ‘merknaam’ PMV/z (vroeger Participatiefonds Vlaanderen) vindt u onder meer financieringsvormen die specifiek voor beginnende zelfstandigen en jonge kmo’s bedoeld zijn. Het gaat om achtergestelde leningen, wat inhoudt dat andere kredietverstrekkers voorrang krijgen op PMV/z wanneer uw bedrijf in moeilijkheden zou komen. Achtergestelde leningen worden door de banken beschouwd als eigen vermogen, wat voor uw onderneming een gezondere financiële basis oplevert.

  • De Startlening+ is bedoeld voor zowel natuurlijke personen als rechtspersonen die niet langer dan vier jaar aan de slag zijn.

Hoe verloopt het concreet?

Het maximale bedrag is 100.000 euro en op dit ogenblik bedraagt de rente op deze lening 3 procent. De looptijd schommelt tussen minimaal 3 en maximaal 10 jaar. Een Startlening+ aanvragen kan via uw kredietinstelling, maar u kunt er ook bij Unizo voor terecht.

  • De Kmo-cofinanciering is gericht op zowel starters als bestaande ondernemingen.

Hoe verloopt het concreet?

Het leenbedrag bij de Kmo-cofinanciering is maximaal 350.000 euro. Uw eigen inbreng moet minstens 10 procent van de totale investering bedragen. Die financiering kunt u aanvragen via uw kredietinstelling of, als er verscheidene ondernemingen bij betrokken zijn, bij BAN Vlaanderen. Dat is een platform waar investeerders en kapitaalzoekende ondernemers elkaar vinden. Een andere mogelijkheid is dat u de aanvraag rechtstreeks tot PMV richt.

→ Win-winlening

Met een win-winlening kunnen Vlamingen geld lenen aan een kmo die haar belangrijkste exploitatiezetel in het Vlaams Gewest heeft. De formule is bedoeld voor kleine ondernemingen, maar dat hoeven niet noodzakelijk starters te zijn.

Hoe verloopt het concreet?

Met een win-winlening kan de kredietnemer een bedrag ophalen van maximaal 200.000 euro, terwijl de geldschieter maximaal 50.000 euro kan inleggen. De lening heeft altijd een looptijd van 8 jaar. Er zijn verschillende aflossingsmogelijkheden: maandelijks, driemaandelijks, zesmaandelijks, jaarlijks of eenmalig na 8 jaar. Ook een eenmalige vervroegde terugbetaling van het resterende leningssaldo is mogelijk.

De rentevoet mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet die van kracht is op de datum waarop de win-winlening wordt gesloten en mag niet lager zijn dan de helft van dezelfde wettelijke rentevoet. Voor 2018 bedraagt de rentevoet minimaal 1 procent en maximaal 2 procent. Daarbovenop komt nog een jaarlijkse belastingkorting van 2,5 procent op het openstaande kapitaal.

Het afgelopen jaar werden 2.555 contracten afgesloten, wat 20 procent meer is dan het jaar voordien. Het succes van de win-winlening heeft meer dan waarschijnlijk te maken met het besef dat u extra garanties en opbrengsten hebt zonder dat daar extra kosten tegenover staan. De win-winlening wordt namelijk kosteloos geregistreerd door PMV/z.

→ Vlaamse kredietbemiddelaar

Als de onderhandelingen met uw bank voor een krediet helemaal vastzitten, hoeft u de armen nog niet te laten zakken. Als u vindt dat u toch een goed project heeft dat kans op slagen biedt, kunt u een beroep doen op de Vlaamse Kredietbemiddelaar. Dat is de dienst van de Vlaamse overheid die mee met u onderhandelt met de bank.

Hoe verloopt het concreet?

De Vlaamse Kredietbemiddelaar helpt u uw kredietaanvraag te verbeteren door de sterke punten in het dossier te beklemtonen. Ook zoekt de dienst naar elementen die een nieuwe wending aan het dossier kunnen geven. Bovendien zal de kredietbemiddelaar u attent maken op alternatieve financieringsmogelijkheden en overheidsmaatregelen.

De dienstverlening staat open voor iedere onderneming, bedrijfsleider, ambachtsman, handelaar, vrije beroeper of kandidaat-ondernemer die bij zijn bank moeilijkheden ondervindt om een financieringsprobleem op te lossen.

De Vlaamse Kredietbemiddelaar zal zich inzetten om het kredietdossier te deblokkeren, maar kan natuurlijk geen succes garanderen. Het gebruik van de dienst is gratis.

→ Taxshelter

De overheid wil mensen ertoe aanzetten om mee te investeren in startende bedrijven, ondernemingen die maximaal vier jaar oud zijn. Daarom werd in 2016 de taxshelter, een fiscaal gunstregime voor durfkapitaal, in het leven geroepen.

Hoe verloopt het concreet?

Wie rechtstreeks of via een crowdfundingplatform in een startend bedrijf belegt, krijgt een belastingvermindering. Die bedraagt 30 procent van het geïnvesteerde bedrag in kleine vennootschappen (jaaromzet 9 miljoen euro) en 45 procent van het geïnvesteerde bedrag in microvennootschappen (jaaromzet 700.000 euro).

Nieuw!

Taxshelter ook voor groeibedrijven

Sinds maart van dit jaar is de taxshelter ook uitgebreid naar ‘scale-ups’ of groeibedrijven. Die moeten minstens vier en maximaal tien jaar oud zijn, minstens tien voltijdse werknemers hebben en gedurende de twee voorgaande boekjaren een groei gerealiseerd hebben van minimaal 10 procent per jaar in werkgelegenheid en/of omzet. Particulieren die in zo’n groeibedrijf investeren, krijgen een belastingvermindering van 25 procent.

Dankzij de taxshelter krijgt elke kleine vennootschap voortaan een zogenaamde ‘fiscale rugzak’ waarbij ze in haar startfase (de eerste vier jaar) en in haar groeifase (tussen 4 en 10 jaar) in totaal 500.000 euro kan ophalen. De particuliere investeerder kan maximaal 100.000 euro per jaar via beide systemen investeren.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content