De schaduw van Patrick Janssens

Wil je low profile gaan, hou dan een toespraak over Europa. Met die wijsheid slaagde koning Albert II er woensdag in op de jaarlijkse receptie voor de 'gestelde lichamen' ten paleize uit de media te blijven.

Een verstandige keuze, zo kort nadat bijna blootlag hoe de monarchie als formeel opperbevelhebber van de strijdkrachten ook uit de kas van de marine put.

Prins Filip bleek echter niet gebriefd, het zoveelste symptoom van de slechte coördinatie in de familie. VTM-hoofdredacteur Pol Van den Driessche, nochtans niet gemakkelijk van zijn melk te krijgen, was vooral ontdaan door de feodale toon van het sermoen waartoe hij gesommeerd was. Een onderdaan hoort zijn koningshuis te stutten, ook als hij in de spijtige omstandigheid verkeert journalist te zijn.

Straks wordt de monarchie toch nog een verkiezingsthema. Want buiten de toespraak van de oude vorst voelde alles op de piekfijne receptie aan als verkiezingskoorts. De premier zette scherp in de verf dat hij het enige programmapunt van zijn partij is. Yves Leterme vond een iets beter rustpunt in zijn schizofrene rol van Vlaams staatsman en federale uitdager. Didier Reynders benadrukte de merkwaardige broederschap van de liberalen over de taalgrens heen. Elio di Rupo riep de vox populi in om zijn staatsmanschap en conservatisme te funderen. Terwijl Johan Vande Lanotte, die steeds meer in de pose van vader Eyskens kruipt, de premier barmhartig de absolutie schonk voor diens electoraal misbruik van de koninklijke receptie.

Poppen

Vier en een halve maand wachten ons nog tot aan de verkiezingsdatum, maar de poppen dansen al volop. Er hangt een vreemd soort elektriciteit in de lucht. Misschien omdat de kiezer bij hoogconjunctuur losbandiger pleegt te stemmen. Misschien omdat in Nederland is gebleken hoe wankel het politiek bestel in de Lage Landen wordt. Misschien gewoon door Patrick Janssens.

De verkiezingsoverwinning van de Antwerpse burgemeester op 8 oktober heeft de Wetstraat met meer verstomming geslagen dan wordt toegegeven. Het volstond voor Janssens om zijn eigen street credibility te benadrukken en zijn partij - 85 jaar ononderbroken aan het bewind in het stadhuis - uit het straatbeeld weg te gommen, om een ongekende electorale machtsgreep door te voeren, in het arendsnest van het Vlaams Belang dan nog.

Dat doet iedereen kwijlen die straks premier wil zijn, zeker in de wetenschap dat Antwerpen electoraal doorgaans de weg wijst. Noël Slangen had dat weer het snelst door, en dus bestaat de campagne van de VLD uitsluitend uit Guy. De achterban slikt in de wetenschap dat als het mislukt er maar één verantwoordelijke kan zijn. 'Wij staan, aan de rand van de afgrond, als één man achter u', luidde het grapje over boegbeelden destijds bij de CVP.

CD&V gaat dezelfde weg op met Yves Leterme, ook bij gebrek aan duidelijk programma zoals Bart Somers opmerkte. Johan Vande Lanotte telt de slagen tussen VLD en CD&V, en speelt inmiddels staatsman, in het bescheiden besef dat hij het charisma van Stevaert ontbeert. Als Freya in Gent en Patrick in Antwerpen de stemmen binnenhalen is hij met 20 procent tevreden. De zwaarste karwei wordt op de verkiezingsavond uitleggen dat zoiets toch 4 procent minder is dan in 2003.

Er zijn overigens nog nooit zoveel kandidaten voor de Wetstraat 16 geweest. Dat is een gevolg van de neergang van de CVP sedert de jaren zestig en van de verkiezingsuitslag van 2003, waarin vijf partijen in de Kamer konden stellen de grootste fractie te zijn of nipt niet. Die race versterkt nog de neiging van de boegbeelden om hun partij te onderwerpen aan hun persoonlijke carrièreplanning en dus hun electorale score. Ongetwijfeld wordt er nu al in de coulissen weer hard gebakkeleid over de verdeling van de verkiezingskredieten.

Zelfs bij het Vlaams Belang, waar het woord partij tot voor kort nog met een grote P werd geschreven, verwilderen de zeden dermate dat persoonlijke profilering en scoren op de buis de merknaam naar de achtergrond dringen. Drie grote ego's - Filip Dewinter, Marie-Rose Morel en Jurgen Verstrepen - kwamen deze week elk een aparte uitleg geven hoe men echt aan verruiming doet, en schoten ondertussen met scherp naar elkaar.

Ook hier hangt de schaduw van Patrick Janssens. De tik die de burgemeester toediende aan de onoverwinnelijke bruine armada heeft vragen opgeworpen: kan de grootste partij van Vlaanderen nog gerund worden als een familiebedrijf, is er ook leven buiten Antwerpen, hoe kan men de rechtse frontvorming organiseren als de kiezer ze zelf niet in de schoot van het Belang wil werpen? De eerste knik in de electorale curve deed de Volksunie dertig jaar geleden in de regering stappen, uit angst snel irrelevant te worden. Daar is twee jaar later het Vlaams Blok uit ontstaan.

Nog is men op nationaal niveau nog niet zo ver als op gemeentelijk niveau, waar mandatarissen van partij wisselen als van T-shirt. Maar de partijstructuren verwasemen. De subsidies binden nog, maar inhoudsloos zijn partijen al een tijd aan het worden. Paradoxaal genoeg werkt ook de in naam van de stabiliteit ingevoerde kiesdrempel partij-ondermijnend, omdat die tot kartelvorming dwingt. De kiezer zelf ziet enkel nog Populaire Patrick staan, of Geweldige Guy, Immaculata Inge en Fraaie Freya. In één woord: die lui die bijna even vaak op de buis te zien zijn als Koen Wauters of Bart Peeters. Straks zijn er nog enkel lijsten Dedecker.

Zo ligt stilaan open en bloot waarrond het nog echt draait in het politiek bedrijf: scoren op tv, om zo aan een goede job te geraken. Thucydides beschreef 2.500 jaar geleden al hoe zo'n aan lager wal geraakte democratie de speelbal wordt van allesbelovers, die komen en even snel weer verdwijnen. Want de volksgunst van gisteren is de afgunst van vandaag en de veroordeling van morgen. Vraag dat maar aan Johan Museeuw.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud