Dutroux: De publicatie van dossierstukken en het onderzoeksgeheim

Bijna alle media hebben zich eraan bezondigd : foto's uit het dossier Dutroux prijkten de laatste weken tot op de voorpagina's. Maar kan dat wel?

"Een gerechtelijk onderzoek is geheim", stelt het strafwetboek. Wie de geheimhouding schendt, kan zich dus aan sancties verwachten. De advocaten van Marc Dutroux kondigen al aan hierover de eerste dag van het assisenproces in Aarlen aan de alarmbel te trekken. "Vooral door de publicatie van foto's van de reconstructies wordt onze cliënt al op voorhand veroordeeld", meent de verdediging.

De publicatie van stukken uit strafonderzoeken zorgt voor spanningen tussen politie, justitie, advocaten en media, legt professor Mediarecht Dirk Voorhoof uit. "Toch is het parket terughoudend om te vervolgen want de vraag naar wie de stukken heeft gelekt aan de pers, wie dus de geheimhouding heeft geschonden en een eerste misdrijf heeft gepleegd, blijft veelal onbeantwoord", stelt de professor. "Bovendien is er rechtspraak van het Europees Hof dat een uitbreiding van deze schending naar de journalist door hem medeplichtigheid of heling te verwijten, strijdig is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Er zijn twee artikels in de wetgeving die vervolging mogelijk maken bij schendingen van het geheim van het gerechtelijk onderzoek. Enerzijds is er artikel 57 in het wetboek van strafvordering dat stelt dat 'wie aan het onderzoek meewerkte gebonden is aan zijn beroepsgeheim'. Dit artikel doelt op ambtenaren van justitie, de magistratuur, het personeel van parketten en griffies en politieagenten. Indien ze het beroepsgeheim schenden, riskeren ze gevangenisstraffen tot zes maanden en geldboetes tot 2.750 euro.

Kamerlid Tony van Parys vroeg in die zin vorige week nog aan minister van Justitie Onkelinx of het parket wel alle noodzakelijke maatregelen trof om de discretie van de gegevens van het dossier Dutroux te bewaren. Van Parys verwees naar de publicaties in verschillende media van dossierstukken. Ook de minister gaf aan verontrust te zijn door dergelijke berichtgeving maar stelt dat het parket-generaal haar bevestigde de nodige maatregelen te hebben genomen.

Anderzijds kan ook wie op basis van de wet Franchimont inzage krijgt in het dossier informatie doorspelen aan de pers hoewel dat niet mag. Het nieuw ingevoegde artikel 460ter van het strafwetboek stelt immers dat 'Elk gebruik (...) van door inzage in het dossier verkregen inlichtingen, dat tot doel heeft het verloop van het gerechtelijk onderzoek te hinderen, inbreuk te maken op het privéleven, de fysieke of, morele integriteit (...) van een in het dossier genoemde persoon, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar of met een geldboete van (omgerekend) 143 euro tot 2.750 euro".

Worden deze artikels ook toegepast? Journalist José Masschelin van Het Laatste Nieuws ondervond het aan den lijve. De rechtbank van eerste aanleg in Gent veroordeelde hem wegens medeplichtigheid aan misbruik van het inzagerecht door de burgerlijke partij in een strafdossier. Ook die burgerlijke partij liep een boete op. De zaak is momenteel hangende voor het hof van beroep in Gent. De journalist had dossierstukken gepubliceerd die hij via de burgerlijke partijen had gekregen.

Is dan enkel de publicatie van de stukken strafbaar of ook het bezit ervan? In de zaak Dutroux is door verschillende publicaties al duidelijk dat sommige media over een kopie beschikken van de DVD's waarop het dossier is gebundeld. Kan iemand vervolgd worden omdat hij die stukken in zijn bezit heeft zonder eruit te publiceren? Dat hangt af van van de interpretatie van de rechter van de termen "elk gebruik" in het artikel 460ter. "Er is rechtspraak die stelt dat de journalist die informatie bezit die aan hem werd gelekt door een persoon die hierdoor zijn beroepsgeheim schond, zich schuldig maakt aan 'heling' (art. 505 strafwetboek) of aan medeplichtigheid van schending van het beroepsgeheim", legt professor Voorhoof uit. Een arrest van het Europees Hof stelt echter dat een dergelijke sanctionering strijdig is met het Europees verdrag voor de rechten van de mens. Een rechter die een journalist in die zin veroordeelt, riskeert dus om door het Europees Hof te worden teruggefloten.

Ook een bevelschrift van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in Luik stelt dat de verantwoordelijkheid voor de schending van het beroepsgeheim niet kan worden uitgebreid tot de journalist.

Een rechter kan ook publicaties verbieden waarin stukken uit het strafdossier voorkomen. Dat gebeurde in 1998 toen de kortgedingrechter in Antwerpen besliste dat alle in omloop gebrachte exemplaren en alle te koop aangeboden exemplaren van het boek "De zaak Marc Dutroux" van de Nederlandse Antwerpenaar en onderzoeksjournalist Hans Knoop uit de handel moesten genomen worden. De ouders van de vermoorde meisjes Julie en Mélissa stapten naar de kortgedingrechter onder meer omdat in het boek passages voorkwamen gebaseerd op processen-verbaal uit het onderzoek. De rechter in eerste aanleg beval het schrappen van 21 pagina's uit het boek, in beroep werd dat hervormd tot 13 pagina's. Het boek is echter nooit heruitgebracht in België.

Ook Regina Louf zag haar boek "Zwijgen is voor daders" even verboden door de rechtbank, die beslissing werd twee dagen later wel herroepen.

In januari 2004 vragen de ouders Lejeune en Russo aan de media om bij de verslaggeving over het proces terughoudendheid aan de dag te leggen in verband met de gegevens over hun dochters waarover melding wordt gemaakt in het strafdossier. Even later dienen de ouders van Mélissa Russo klacht in bij de Hoge Raad voor Justitie in omdat drie Franstalige kranten in de maand december uittreksels publiceerden uit pv's van verhoren uit het onderzoek-Dutroux. Dit is geen strafklacht maar de Hoge Raad heeft de journlaistenvereniging, de justitieminister en de procureur-generaal van Luik, Anne Thily, alvast aangeschreven voor meer informatie over hoe en of het onderzoeksgeheim werd beschermd.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud