Het ondankbaarste beroep ter wereld

(tijd) - Het is hommeles bij de Rode Duivels in Japan. De spelers spreken niet meer met de meegereisde pers. De aanleiding is een artikel in de VUM-kranten, waarin anonieme spelers zeggen Waseige beu te zijn en zo snel mogelijk naar huis te willen. Het eerste lijkt te kloppen, het tweede zwaar overtrokken. De vraag is: wat is er aan de hand met de Belgische bondscoach?

Zeker tijdens momenten waarop een heel land meeleeft met de prestaties van het nationale elftal, zoals de eindronde van een wereldkampioenschap, telt een land honderdduizenden bondscoaches. Dat is een ongeschreven voetbalwet, of je in nu in IJsland, Brazilië, Argentinië, Italië, Nederland of België woont. Afgezien van regionaal verankerde teams met een grote en invloedrijke achterban als Barcelona FC, laaien de voetbalemoties nu eenmaal het hoogst op als de 'nationale trots' op het spel staat. Bij zuiderse landen komen de emoties, positief of negatief, iets sneller en nadrukkelijker naar boven. Maar een koele Noor kan even diep in zijn eer gekrenkt zijn door verlies als een opvliegende Argentijn en dat de Denen uitbundig kunnen feesten na een zege hebben ze ook tijdens dit WK al bewezen.

Landenteams kunnen rekenen op de grootste achterban, en die supporters hebben allemaal hun mening over hun nationale ploeg. Maar er is er slechts een echte bondscoach die de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt. Een man die dus sterk in zijn schoenen moet staan. En met kritiek moet kunnen leven en omgaan.

Want kritiek is er altijd. Terecht of onterecht. Ook bij de Belgen. Tijdens het allereerste WK van 1930 in Uruguay haalde België geen punt, en werden de bond en trainer Torten Goetinck amateurisme aangewreven. Niet eens door de pers, maar door de meegereisde scheidsrechter John Langenus. Diezelfde Langenus liet in de aanloop naar het WK van 1934 in Italië optekenen: 'Ons voetbal is aan lager wal geraakt.' Niets nieuws onder de zon, dus. In de jaren '50 stuurde de bond in acht jaar tijd liefst acht bondscoaches de laan uit.

Tijdens alle WK-campagnes sinds '82 is er wel iets geweest. In '82 struikelden de spelers over een krantenverhaal met als titel 'Whisky y amor', nochtans overgenomen uit de Spaanse pers, en introduceerde de spelersgroep een 'persboycot'. In '86 was er gerommel met René Vandereycken, die Guy Thys een gebrek aan motivatie en discipline verweet. Na een povere eerste ronde stelde Franky van der Elst vast: 'Thys wordt oud.' Enkele kranten werden daarop uit de buurt van de spelers gehouden. Ondanks de spanningen haalde België in Mexico het beste resultaat dat het ooit bereikte op een WK, de halve finale.

Thys werd geruild voor Walter Meeuws na de gemiste kwalificatie voor Euro '88. De vernieuwende coach kreeg het ondanks goede resultaten en de kwalificatie voor Italia '90 zwaar te verduren, en werd afgerekend op slechts een slechte wedstrijd: 1-1 thuis tegen het nietige Luxemburg. Thys mocht de Duivels leiden in Italië. Waar hij in conflict kwam met zowel Jan Ceulemans als Lei Clijsters. België struikelde ondanks degelijk voetbal in de achtste finale tegen Engeland, met een goal van Platt in de laatste minuut van de verlengingen.

In '94 was het de beurt aan Paul van Himst, die een conflict tussen Marc Degryse en Josip Weber niet in de hand kon houden. En Georges Leekens mocht na drie gelijke spelen en een conflict met Enzo Scifo op het WK van '98 in Frankrijk zijn koffers pakken.

Dat er aan tal van conflicten, zoals ook nu weer, een communautair kantje zit, kan haast niet anders in dit land van twee snelheden en twee culturen. Want als het lekker loopt, scharen alle Belgen zich achter het laatste gezamenlijke symbool: de nationale voetbalploeg. Als het minder gaat, is dat even snel vergeten en komen de verschillen opnieuw bovendrijven.

In vergelijking met vooral Meeuws en Leekens kreeg Waseige al oneindig veel krediet van pers, bond en supporters. Euro 2000 was een sportieve catastrofe, maar Waseige mocht aanblijven. De kwalificatie voor dit WK verliep evenmin rimpelloos, en enkel omdat enkele spelers boven zichzelf uitstegen in de barragewedstrijden tegen het sterkere Tsjechië, bevinden 23 Rode Duivels zich momenteel in Japan.

Pas in de aanloop naar het WK kreeg Waseige af te rekenen met lichte kritiek. Vooral sinds de ongelukkige en onprofessionele manier waarop hij eerst ontkende zelfs maar met Standard Luik te spreken, en op weg naar de luchthaven voor het vertrek naar Japan dan toch aankondigde dat hij de bond verlaat, wordt Waseige wat harder beoordeeld door de pers. Ook over zijn keuze voor bepaalde spelers, over zijn spelopvatting, zaken waarover altijd wordt gepalaverd en waarover iedere voetbalanalist, met kennis van zaken of niet, zijn mening heeft. En mag hebben.

Net zoals er een kloof bestaat tussen politici en de bevolking, en tussen sommige media en de bevolking, gaapt er ook een kloof tussen de huidige bondscoach en de aanhang van de nationale ploeg. Waseige is, zoals het merendeel van de bondscoaches, enkel geïnteresseerd in het resultaat. Maar het publiek wil meer. Het wil fier zijn op wat de vertegenwoordigers van het land op het veld brengen.

In het geval van België hoeft dat niet eens een briljante aanval, een oogstrelende individuele actie of een aanvallende speelstijl te zijn, omdat de meeste supporters beseffen dat zoiets te hoog is gegrepen voor deze selectie. Ze willen wel, op zijn minst, inzet zien. Onverzettelijkheid. En als het even kan, een slimmigheid, een doortastende tactische ingreep die een match doet kantelen. De volgers willen graag verbluft worden door de voetbalkunde van hun vertegenwoordigers, op en naast het veld.

Als dat alles ontbreekt, of niet wordt gezien, komt er onvermijdelijk kritiek. Kritiek waar een bondscoach moet boven staan. Maar dat kan Waseige niet. Hij heeft het smalend over de 'nationale strategen' van de televisie, en als er via lezersbrieven in de kranten kritiek komt over het geleverde spel, haalt de bondscoach pas echt uit: Belgen zijn nu eenmaal 'masochisten' die 'houden van de geur van stront'.

Niet alleen zijn zo'n uitspraken tegenover de eigen achterban totaal ongepast voor een bondscoach, ze houden ook totaal geen steek. Waseige gaat even voorbij aan het feit dat tal van coaches op het WK onder vuur komen te liggen. Vandaag deelt hij dat lot met zijn Russische collega en workaholic Oleg Romantsev, die bakken kritiek over zich heen krijgt wegens de slappe prestatie tegen de Japanners. Wat dat betreft starten de ploegen de wedstrijd dus met gelijke wapens.

Zelfs glorierijke voetballanden worstelen maar al te vaak met hun bondscoach. Luiz Felipe Scolari was al de vierde coach die Brazilië tijdens de voorronde aanstelde om dit WK te halen. Scolari kwalificeerde de selectie op de valreep rechtstreeks voor het eindtoernooi. Maar dat is uiteraard niet voldoende. Scolari kreeg de helft van voetbalminnend Brazilië op zijn nek toen hij de selectie bekendmaakte. Romario, topschutter in de Braziliaanse competitie, is er niet bij. Als Brazilië straks geen wereldkampioen wordt, ligt de reden voor een groot deel van de Braziliaanse pers voor de hand.

Senol Günes, selectieheer van Turkije, speelt te defensief en kan niet omgaan met vedetten, vindt de Turkse pers. Sven-Goran Eriksson, de Zweedse coach van Engeland, kreeg af te rekenen met felle kritiek op zijn defensieve, on-Engelse speelstijl, maar die verstomde wat na de kwalificatie en zeker na de winst tegen Argentinië op dit WK.

Het frappantste voorbeeld is dat van Aimé Jacquet, die bondscoach was van de Franse ploeg bij het vorige WK in Frankrijk. Tot op de ochtend van de finale tegen Brazilië werd die wegens zijn al te voorzichtige aanpak uitgespuwd door de veelgelezen en invloedrijke sportkrant L'Equipe. Met de wereldbeker in de handen haalde Jacquet zijn gram, en pas dan haalde hij voor het eerst uit naar zijn critici. Eerst daden op het veld, dan woorden, is het motto van de huidige technisch directeur van de Franse voetbalbond.

Het is een wijze raad die Robert Waseige helemaal in de wind heeft geslagen. De bondscoach staat niet boven de kritiek, zoals het hoort, en helaas voor hem geven de resultaten de trainer tot nu geen gelijk. Bondscoach zijn, is een veeleisende, harde job, waarvoor heel wat kwaliteiten zijn vereist. Een visie op trainen en voetbaltactiek is onontbeerlijk, als het even kan zelfs op de organisatie van de voetbalbond. Een coach moet ook een psycholoog en een leider zijn, en dat op ieder moment uitstralen. En hij kan het best nog niet met zijn gedachten bij een volgende opdracht zitten.

Omgaan met de nieuwsmedia is slechts een van de vele, maar een van de essentieelste neventaken van een bondscoach. Waseige houdt er evenwel een eigenaardige visie op journalistiek op na. Hij verwacht dat de journalisten zich gedragen als supporters die het team en vooral de coach door dik en dun steunen, terwijl de pers er natuurlijk is om te berichten, te analyseren en te duiden. Het is die misvatting die ervoor zorgt dat Waseige op een wel heel onvolwassen manier met de volgers van de nationale ploeg omgaat.

Dirk VANDENBERGHE

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud