'Spanje wordt wereldkampioen' en andere conclusies

(tijd) - Wat is het verband tussen de Wereldbeker voetbal en de economie? Hoogleraren, statistici en analisten van beurshuizen als Goldman Sachs, Merrill Lynch en HSBC gingen op onderzoek uit en kwamen tot uiteenlopende besluiten. Een kampioenstitel heeft geen noemenswaardige economische impact, behalve indien het organiserende land kampioen wordt. Er is wel een duidelijk verband tussen voetbalkunde en welvaart. Spanje wordt wereldkampioen. En: koop aandelen op de dag na de uitschakeling van Engeland.

De Wereldbeker voetbal houdt naar schatting de helft van de wereldbevolking bezig. Van de financiële analisten, marktenjongens en economen kijkt zeker 70 procent naar het evenement. De analisten van onder meer de beurshuizen van Goldman Sachs en Merrill Lynch oordeelden dan ook dat een economisch getinte studie over de Wereldbeker noodzakelijk is. Ze koppelen daarmee het aangename aan het nuttige: een analyse van de Wereldbeker is leuker dan een analyse van de automobiel- of telecomsector. Bovendien is het niet zo moeilijk de bazen te overtuigen dat een tornooi van dergelijke omvang wel degelijk een economische impact heeft.

Die impact belooft deze keer nog groter te worden dan anders. Voor het eerst wordt het tornooi in Azië gehouden. Dat continent huisvest ruim de helft van de wereldbevolking. De analisten van Goldman Sachs wijzen daarom op een gigantisch publicitair potentieel, mede omdat Aziatische grootmachten als China, Japan en Korea deelnemen. De World Cup is meer dan ooit een wereldgebeuren geworden.

Dat het tornooi plaatsvindt in het Verre Oosten heeft gevolgen voor de rest van de wereld. In Europa lopen de wedstrijden 's ochtends. Nogal wat bedrijven laten hun werknemers de nationale ploeg rechtstreeks aan het werk zien tijdens de werkuren. Het aantal ernstige zakenbesprekingen wordt tot een minimum herleid; het absenteïsme is groter dan anders. Veel cafés spelen daarop in door extra vroeg hun deuren te openen. Europese cinema's en restaurants hoeven deze keer niet onder het gebeuren te lijden, vermits er 's avonds geen matchen worden gespeeld. Maar toch zal de Europese economische activiteit in juni allicht onder het gemiddelde liggen.

In Noord- en Zuid-Amerika worden de wedstrijden 's nachts gespeeld. De impact van de uitzenduren is daar dus beperkter, ook al mogen we veronderstellen dat menig werknemer met slaapoogjes zijn kantoor zal betreden. Waarnemers voorspellen dat deze World Cup precies omwille van die onaantrekkelijke uitzenduren minder volk in de ban zal houden. Nu blijkt dat het Amerikaanse team sterk bezig is, is dat echter absoluut geen zekerheid. De experts lijken het er alleszins over eens dat juni omwille van het evenement een relatief makke economische maand wordt.

Voor Korea en Japan geldt die verwachting natuurlijk niet. Voor het eerst in de geschiedenis organiseren twee landen gezamenlijk het voetbalfeest. Ze zijn allebei bovendien goed bezig. De invloed op hun economieën wordt zeer hoog ingeschat. Dentsu, een Japans reclamebureau, schat dat de World Cup de Japanse economie een injectie van 3.000 miljard yen (circa 26 miljard euro) bezorgt. In het - relatief onwaarschijnlijke - geval dat Japan wereldkampioen wordt, krijgt de Japanse economie er naar schatting nog eens 500 miljard yen bij. De Koreaanse organisatoren voorspelden dat de organisatie maar liefst 350.000 banen creëert en 11.400 miljard won (9,6 miljard euro) in het laatje brengt. Frankrijk, de vorige organisator van de Wereldbeker, haalde een winst van naar schatting 13,4 miljard euro binnen, vooral uit de verkoop van een brede waaier producten, advertenties, toerisme en bouw. Er zijn uiteraard ook zware kosten aan verbonden, met name voor de veiligheid. Volgens de analisten van Merrill Lynch kan ook de factor 'toerisme' zwaar tegenvallen. 'Toen Engeland in 1996 het Europees kampioenschap organiseerde, bleven veel toeristen weg, zodat er niet meer bezoekers werden opgetekend.'

De financiële analisten onderzochten voorts de invloed van voetbal in het algemeen en wereldbekersucces in het bijzonder op de economie en de financiële markten. HSBC stelde vast dat de aandelenmarkten van de winnaars sinds 1966 circa 9 procent beter presteerden dan het wereldgemiddelde. Goldman Sachs merkt op dat drie van de vijf winnaars - Engeland, Duitsland en in 1998 nog Frankrijk - in hun thuisland zegevierden: 'Het is dus mogelijk dat het beurssucces meer te maken heeft met de bouw van nieuwe stadions, dan met het voetbalsucces.'

Omgekeerd reageerden beurzen soms op tegenvallende prestaties. De Londense beurs kreeg eind juni 1996 bijvoorbeeld rake klappen, nadat Duitsland Engeland onverdiend uit de finale van het EK had gehouden. Bill Gerrard van de Leeds University Business School maakte er een studie over.

Sinds de invoering van de FTSE100-beursindex in Londen, verloor hij zes keer op zeven terrein de dag nadat de Engelse nationale ploeg uit de Europese of de Wereldbeker werd gekegeld. Gerrard wijt die gemiddelde terugval vooral aan het moreel van de aandelenhandelaren. 'Maar er zijn ook reële economische effecten. Grote sportevenementen hebben een zeer positieve invloed op sectoren zoals reclame, media, vrije tijd, sportartikelen en alcohol, vooral indien de nationale ploeg betrokken is', zegt de vorser in een interview met Reuters. 'Een vroegtijdige uitschakeling van Engeland kan de activiteit in die sectoren negatief beïnvloeden.' Gerrard knoopt er meteen een beleggingsstrategie aan: 'De dag na de uitschakeling van Engeland lijkt een gunstig koopmoment.'

Merrill Lynch onderzocht de evolutie van het reële BBP in de landen die sinds 1954 de Wereldbeker wonnen. In acht van de twaalf gevallen steeg het BBP in het jaar van het tornooi vergeleken met het jaar voordien. De gemiddelde stijging bedroeg evenwel slechts 0,1 procent, zodat Merrill Lynch moet besluiten dat er geen duidelijk bewijsmateriaal voorhanden is dat dit 'Winner Effect' kan staven.

Er bestaat echter wel een welvaartseffect: een positief verband tussen voetbalkundig vermogen en het BBP per hoofd van de bevolking. Goldman Sachs stipt aan dat een aantal van 's werelds rijkste landen zwakke voetbalbroertjes zijn. Dat is met name het geval voor de VS, Japan en Zwitserland. 'Toch neemt de correlatie tussen voetbal en welvaart duidelijk toe', meent Goldman Sachs. Van de tien belangrijkste economieën ontbreken enkel Canada en India. '84 procent van 's werelds BBP treedt in het strijdperk. Dat is een record.'

Merrill Lynch waagt zich tot slot aan een wetenschappelijk verantwoorde gok. De kans om wereldkampioen te worden is positief gecorreleerd met het recente ritme van de economische groei. De analisten bekeken de groeicijfers van de tien op papier beste voetballanden. Argentinië is volgens deze these alvast geen kanshebber. Spanje en Mexico blijken de grootste favorieten. 'Aangezien Spanje veel meer talent in huis heeft dan Mexico, gokken we op de Spanjaarden. Het is tijd dat die ploeg zijn reputatie van eeuwig kneusje op grote tornooien voor eens en altijd van zich afschudt.' PHu

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud