Bronislaw Geremek

Voor Polen was de val van het IJzeren Gordijn in 1989 het begin van de tweede en belangrijkste fase van de Europese integratie. 'We moeten vermijden dat er een nieuwe muur komt tussen de oude en nieuwe EU-lidstaten', zegt Bronislaw Geremek, Europees Parlementslid en een van de medeoprichters van Solidarnosc. Om uit de crisis te geraken, moet Europa de geest van Rome terugvinden, raadt de Poolse veteraan aan.

(Foto: Sofie Van Hoof)

De 75-jarige Geremek heeft een lange staat van dienst in het Europese intellectuele leven en de Poolse politiek. Hij was in de jaren 80 nauw betrokken bij de oppositiebeweging Solidarnosc en was adviseur van Lech Walesa. Later was hij als minister van Buitenlandse Zaken nauw betrokken bij de onderhandelingen over de Poolse EU-toetreding. En hij was een van de wijzen die premier Verhofstadt adviseerde over de Verklaring van Laken en zo de Europese grondwet op de sporen zette.

Wat zijn voor u de belangrijkste verwezenlijkingen sinds de ondertekening van het Verdrag van Rome?

Bronislaw Geremek: 'Uiteindelijk heeft de wil om vooruitgang te boeken de bovenhand gehaald. En dat was niet vanzelfsprekend. Een Britse waarnemer zei na de onderhandelingen in Messina dat de Europeanen het verdrag nooit zouden ondertekenen of ratificeren. En zelfs als ze dat wel zouden doen, zou het verdrag nooit in werking treden. Een halve eeuw later zijn we ons bewust van het grote succes van Europa.'

'Ik heb het gevoel dat de voorziene eenheid van 50 jaar geleden werd bedacht in politieke termen, maar vertaald in economische samenwerking. Maar er was vanaf het prille begin sprake van een politiek project.'

'Belangrijk is ook dat Europa het resultaat was van een interne crisis in de relaties tussen de Europese partners en dat de grote Europeanen uit die tijd de middelen hebben gevonden om aan die crisis te ontsnappen. 50 jaar later is dit een boodschap voor de politieke leiders in Europa: je kunt geen uitweg vinden uit de crisis zonder moed, verbeelding en creativiteit.'

Hoe keek het Oostblok aan tegen het Verdrag van Rome?

Geremek: 'Natuurlijk reageerden we verbaasd op de toenadering tussen Frankrijk en Duitsland. Maar voor de rest hadden we nauwelijks tijd om stil te staan bij het belang van Rome. We waren toen te veel met onze eigen problemen bezig. 1956 en 1957 waren dramatisch voor Oost-Europa. In Polen brak in juni 1956 een opstand van arbeiders uit en vijf maanden later was er een drastische verandering van het regime. En in Hongarije brak diezelfde maand een volksopstand uit.'

'1989 is voor mij een belangrijk scharnierjaar. Het markeert het begin van de tweede fase van de Europese integratie. De uitbreiding van de EU naar Oost-Europa was niet alleen een grootscheeps beleid van stabilisering van Europa. Het was ook het bewijs van het succes van de integratie.'

'De eenmaking van het westen en het oosten is niet afgelopen: we moeten streven naar de eenmaking van het geheugen, naar een culturele eenheid.'

Wat is de uitdaging voor het Europa van de toekomst?

Geremek: 'De globalisering vereist een nieuw antwoord van Europa. Door de internationale ontwikkelingen heeft Europa duidelijk nood aan een politieke dimensie. Want als Europa een wereldrol wil spelen, moet het de middelen hebben voor politieke actie. Dat betekent dat er een gemeenschappelijk buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid moet komen. Eigenlijk zou je de EU kunnen doen heropleven door het succesvolle project te herhalen dat we in 1957 begonnen. Zodat er een project komt waarin de burgers hun verwachtingen en hun hoop herkennen.'

Is de Europese grondwet dat nieuwe project?

Geremek: 'Europa heeft zeker een grondwet nodig. Alleen zitten we opgescheept met een ernstige crisis. Om daaruit te geraken, zijn vooral sterke instellingen nodig die de voortzetting van de integratie verzekeren. Er zijn nu al uitstekende initiatieven om het hele proces opnieuw op de sporen te zetten.'

'De grote retoriek zal sowieso niet helpen om een uitweg te vinden uit de crisis. Enkel een pragmatische aanpak levert resultaten op, want er zijn fundamentele hervormingen nodig. De EU moet de geest van Rome terugvinden. En Europa moet zeker efficiënter werken met 27 lidstaten. Waarom komt er geen wijziging van het stemsysteem, zodat een einde komt aan de veto's? En waarom wordt de EU niet bevrijd van dat voorzitterschap van zes maanden per lidstaat? Dat moet langer worden, want nu bouwt geen enkel land ervaring op. Bovendien moeten de Europese burgers een grotere stem krijgen in de besluitvorming.'

Sommige Europese leiders pleiten voor een minigrondwet. Is dat een oplossing?

Geremek: 'Ik ben tegen een grondwet in minirok. En een grondwet in marmer uitgehouwen zie ik al evenmin zitten. Er is vooral een begrijpelijk en aanvaardbaar hervormingsplan nodig. We moeten een antwoord bieden op de vele angsten van de Europese burgers zonder de basis overboord te gooien. Dat is een moeilijke evenwichtsoefening.'

'Vergeet niet dat meer dan de helft van de lidstaten en de bevolking de grondwet heeft aanvaard. Maar tezelfdertijd zal iets moeten veranderen. Het is ondenkbaar dat de Fransen en de Nederlanders krek dezelfde tekst zullen aanvaarden. Het zou volgens mij al heel wat helpen als we snoeien in het omvangrijke derde deel van de grondwet. Daarin worden vooral eerdere verdragen herhaald.'

Kan een nieuw referendum een uitweg bieden?

Geremek: 'Ja, maar misschien niet op de traditionele manier. Waarom zouden we de burgers vragen of ze voor of tegen de grondwet zijn als ze er niets van afweten? We kunnen hun beter concrete vragen voorleggen. Wilt u een efficiënter bestuur? Wilt u een voorzitter voor meer dan zes maanden? En wilt u een gemeenschappelijk politiek en buitenlands beleid? De antwoorden op die vragen moeten een leidraad zijn voor een grondwettelijk comité waarin technici en specialisten de grote beslissingen voorbereiden.'

De Belgische premier, Guy Verhofstadt, pleit voor een kern-Europa van lidstaten die vooruitgang willen boeken?

Geremek: 'Dat is zo'n idee waar ik van gruw. Ik heb altijd al gevreesd voor het moment dat er een nieuwe muur zou worden opgetrokken. Door een zogenoemde voorhoede op te richten, stuur je de rest opnieuw de wachtkamer in.'

'Ik begrijp de reactie van Verhofstadt wel als hij zegt dat we naar manieren moeten zoeken om de obstakels bij de Europese integratie te omzeilen. Maar dan vind ik ook dat de deur tot die voorhoede steeds open moet staan. Dat er met andere woorden duidelijke toelatingscriteria komen. Zoals die ook bestaan voor bijvoorbeeld de eurozone. Dat is een soort voorhoede waarbij niemand zich uitgesloten voelt, alleen maar omdat er duidelijke criteria zijn.'

Hoe zit het dan met de verdere uitbreiding van de EU? Waar liggen de grenzen van Europa?

Geremek: 'Die grenzen kunnen niet worden vastgelegd door geografen. Dat was mogelijk in de 19de eeuw, maar nu niet meer. De grenzen van Europa zijn gedefinieerd door de cultuur en de historische traditie, maar ook de door de integratiecapaciteit. We kunnen dus niet aan de Turken zeggen dat er geen plaats voor hen is omdat ze zogezegd anders zouden zijn.'

'De kwestie van de EU-grenzen speelt trouwens niet enkel in het oosten. Ook in het gebied rond de Middellandse Zee speelt de zaak een rol. Het is een zorg voor de komende generaties. Zij zullen de grenzen moeten bepalen, zonder zich te laten leiden door angst voor het onbekende.'

Moet de EU een rustpauze inlassen in de uitbreiding?

Geremek: 'Dat vind ik een moeilijke vraag. Ik ben altijd voorstander geweest van een snelle toetreding van Polen. En ik denk ook niet, zoals vele anderen, dat je een groter stuk van de taart krijgt als je met minder bent. En toch. Niemand kan ontkennen dat de Europese burgers de uitbreiding beu zijn. En iedereen beseft dat Europa nu in de eerste plaats nood heeft aan een efficiënter bestuur.'

Voelen de nieuwe lidstaten, zoals Polen, zich tweedeklassers in het Europese peloton?

Geremek: 'De ervaring van eerdere uitbreidingen is een hele geruststelling voor de Oost-Europese lidstaten. Kijk maar naar Ierland, dat in minder dan tien jaar de welvaart van het Verenigd Koninkrijk heeft overtroffen. De interne solidariteit in de EU maakt zo'n ontzagwekkende inhaalbeweging nog altijd mogelijk.'

'Maar de Europese integratie is natuurlijk nog niet gedaan, en dan heb ik het niet alleen over de economische eenmaking. De Oostbloklanden zaten decennialang opgescheept met een ander systeem en dat schept nu nog misverstanden en onbegrip. Voor de nieuwe lidstaten is veiligheid vaak een even grote prioriteit als de vrijheid en de welvaart.'

Oost-Europa voelt nog vaak de hete adem van Rusland in zijn nek. Heeft de toetreding tot de EU daaraan veel veranderd?

Geremek: 'De EU is een buffer tegen bedreigingen van buitenaf, en dan bedoel ik niet alleen tegen oorlog. Onlangs waren er ook de problemen bij de energiebevoorrading. Door het solidariteitsbeginsel kan de hele EU reageren wanneer een van de lidstaten bedreigd wordt. Dat geldt in de huidige context vooral voor de relaties met Rusland.'

Is de EU voldoende assertief tegenover Moskou, of reageert ze te bescheiden?

Geremek: 'Europa laat zich te gemakkelijk verdelen door Rusland. De Russische diplomatie was de voorbije maanden zeer doeltreffend in het zaaien van verdeeldheid. Sommige lidstaten stellen hun veto tegen elke vorm van toenadering. Terwijl andere de belangen van de rest negeren om met een brede glimlach op Moskou af te stappen. De EU moet daarom duidelijk stelling nemen. Enkel politieke eenheid kan een antwoord bieden.'

Vooral uw eigen land Polen verzet zich tegen de toenadering tot Rusland.

Geremek: 'Polen heeft een gegronde reden om verzet aan te tekenen. Het is onaanvaardbaar dat een economische partner een lidstaat uitsluit. Maar ik denk niet dat het gebruik van het vetorecht de beste manier was. Het kwam noch de EU noch Polen ten goede.'

'Polen heeft zich geïsoleerd, zelfs gemarginaliseerd in heel wat Europese dossiers. Dat is vreemd, want de Poolse bevolking behoort tot de meest pro-Europese. Het is een bittere paradox dat net zij zo'n eurosceptische regering hebben verkozen.'

Erik ZIARCZYK
Kris VAN HAVER

Bronislaw Geremek

  • 1932: Geboren in de Poolse hoofdstad Warschau op 6 maart.
  • 1955: Studeert af als historicus.
  • Vanaf 1955: assistent, docent en hoogleraar bij de Poolse Academie voor Wetenschappen.
  • 1964-1965: Lector aan de Sorbonne.
  • 1980: een van de mede-oprichters en adviseurs van Solidarnosc, de Poolse onafhankelijke vakbond.
  • 1989-2001: Lid van de Sejm, het Poolse parlement.
  • 1997-2000: Pools minister van Buitenlandse Zaken.
  • 2001: een van de vijf wijzen die mee aan de wieg stond van de EU-grondwet
  • Vanaf 2004: Europees Parlementslid.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect