Chris Van den Wyngaert

Chris Van den Wyngaert is rechter bij het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag. Samenwerking met dat VN-strafhof is dé cruciale voorwaarde voor de landen uit het voormalige Joegoslavië voor toetreding tot de EU. 'Dat is allesbehalve onredelijk', zegt rechter Van den Wyngaert in haar wat sombere kantoor in Scheveningen. 'Europa is de drijvende kracht achter de internationale justitie. En ook een verdere harmonisering van het strafrecht in Europa is op termijn onvermijdelijk.'

(Foto: Sofie Van Hoof)

In welke mate heeft wat in Europa gebeurt invloed op het werk dat u hier in VN-kader doet?

Chris Van den Wyngaert: 'Europa is een sterke drijvende kracht achter de internationale justitie. Bij het Joegoslaviëtribunaal is het verband met Europa duidelijk, omdat het een Europese oorlog was. Maar ook bij de totstandkoming van het ICC, het permanent internationaal strafhof, is Europa de voortrekker geweest. De Unie draagt ook een flink stuk van de financiering.'

'Het internationaal strafrecht is een belangrijke partner in Europa. Europa stoelt op mensenrechten: de bescherming van mensenrechten, maar ook de bestraffing van personen die die rechten op ernstige wijze hebben geschonden. Dan ben je snel bij internationale tribunalen.'

De uitbreiding van Europa verloopt momenteel via het strafrecht. Kroatië bijvoorbeeld kon maar beginnen te onderhandelen na de uitlevering van generaal Ante Gotovina.

Van den Wyngaert: 'Dat klopt, maar het is toch ook niet onredelijk te vragen dat staten die door een periode van oorlog zijn gegaan en waar zware misdaden aan alle kanten gepleegd zijn, beantwoorden aan minimale eisen van een rechtsstaat. Dat van die landen niet alleen wetgeving geëist wordt, maar dat strafbare feiten ook worden onderzocht en zo nodig vervolgd.'

'Het is toch moeilijk verenigbaar met de Europese gedachte als kandidaat-lidstaten zouden toegelaten worden die er in hun eigen rechtssysteem niet voor zorgen dat zware schendingen van mensenrechten worden bestraft. En als je het dan hebt over oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide, dan heb je meteen de zwaarste schendingen van mensenrechten.'

Helpt het tribunaal die landen de fakkel over te nemen?

Van den Wyngaert: 'Het tribunaal is opgericht als een tijdelijk instrument bij de overgang naar een genormaliseerde maatschappij. Vlak na het conflict was het voor de Balkanlanden heel moeilijk zelf oorlogsmisdaden te vervolgen. Maar nu is daar infrastructuur en politieke bereidheid voor. We hebben zelfs personen die gedetineerd zijn in de gevangenis van Scheveningen, overgedragen naar de regio. Omdat ze er klaar voor zijn. De hoogste politieke en militaire leiders staan beter hier terecht. Er zijn al lagere officieren teruggestuurd naar Bosnië en Kroatië. Naar Servië tot nog toe niet.'

Het tribunaal staat wel onder politieke druk om wat toegeeflijker te zijn tegenover Servië.

Van den Wyngaert: 'Uiteraard komt de geloofwaardigheid van de EU in gevaar indien Servië minder strikte voorwaarden zou krijgen dan Kroatië. Misschien is het arrest van het Internationaal Gerechtshof eind februari een belangrijke stap om Servië ertoe aan te zetten zijn internationale rechtsverplichtingen na te komen. Het hof achtte Servië wel niet aansprakelijk voor de genocide. Maar het feit dat Servië niet meewerkte aan het uitleveren van Radovan Karadzic - de voormalige politieke leider van de Servische enclave in Bosnië die beschuldigd wordt van genocide in Bosnië - wordt als een schending van het internationaal recht beschouwd. Ik meen dat dat zal doorwegen in politieke besprekingen.'

Toch was Bosnië teleurgesteld omdat Servië niet aansprakelijk gesteld wordt voor de genocide.

Van den Wyngaert: 'Zo is het altijd als wij hier een arrest vellen. Het wordt verschillend gepercipieerd door de verschillende bevolkingsgroepen daar. Maar ik denk dat het voor het Internationaal Gerechtshof moeilijk was vast te stellen dat de verantwoordelijkheid voor die daden in Srebrenica, waarvan ons tribunaal heeft vastgesteld dat ze gepleegd zijn door Bosnische Serviërs, toe te wijzen is aan de Servische staat. Dan moet je kunnen bewijzen dat de Bosnische Serviërs optraden in opdracht van de Servische staat. En er waren wel heel wat banden tussen de twee, ook financiële kanalen. Maar dat volstaat niet om iemand aansprakelijk te stellen voor een misdaad.'

Hoe gaat u als rechter om met die nationalistische reacties?

Van den Wyngaert: 'De functie vereist dat we geen banden hebben met het conflict. We worden verondersteld onbevangen en sereen met al die dingen te kunnen omgaan. Mijn eerste zaak ging over Serviërs die de stad Dubrovnik gebombardeerd en zwaar beschadigd hadden. Ik heb me toen afgevraagd: stel dat het proces ging over bombardementen van Antwerpen, waarbij de kathedraal aan flarden zou zijn geschoten. Zou ik dat op dezelfde manier emotioneel kunnen doorstaan? Ik zou wel moeten natuurlijk. Belgische rechters moeten ook afstand nemen. Maar als het over oorlogsmisdaden gaat, is het toch iets moeilijker om die emoties op afstand te houden. Je gaat je toch makkelijker identificeren met een van de groepen. Kijk hoe het is gegaan in Irak.'

Het proces tegen Saddam Hoessein had beter niet in Irak plaatsgevonden?

Van den Wyngaert: 'Zeker niet in Irak, wegens de veiligheidssituatie daar. Bovendien heeft men voor Koerdische aanklachten een sjiitische rechter gekozen en omgekeerd voor een aanklacht in een sjiitisch gebied een Koerdische rechter. Dat komt bij de burger over als zouden rechters ook bepaalde etnieën vertegenwoordigen. Dat is niet gezond. Zelfs die rechters overplaatsen naar een ander land had niet veel opgelost. Amerikaanse advocaten hielpen bij het formuleren van de aanklacht. Ook vanuit dat perspectief kan je je afvragen of het wel een Iraakse rechtbank was.'

Draagt het Joegoslaviëtribunaal bij tot de normalisering van de situatie in de betrokken landen?

Van den Wyngaert: 'Dat is alleszins de bedoeling. Als er geen strafrechtelijk optreden was na de Balkanoorlogen, zouden de interne spanningen wellicht nog erger zijn. En er zou vooral een grotere discussie blijven bestaan over de waarheid. Neem nu de slachtpartij in Srebrenica. Die is in Servië lange tijd ontkend geweest. De media schreeuwden: 'Srebrenica is een leugen.' Pas toen in het proces tegen de Servische leider Slobodan Milosevic de beelden van de 'Scorpions' zijn getoond, is de opinie gekanteld. Want de beelden van die milities zijn toen ook in Belgrado getoond. Pas dan is men daar ook gaan vervolgen wegens de gruweldaden in Srebrenica. Er loopt nu een proces tegen die Scorpions in Belgrado.'

'Je krijgt door die processen wel een soort geschiedschrijving die er anders niet zou zijn. Je zou een Servische, een Kroatische en een Bosnische geschiedenis hebben, naargelang ze geschreven wordt door de Bosnische moslims, de Kroaten of de Serviërs. Ik denk dat dat een van de grote pluspunten is van zo'n internationaal tribunaal.'

Als je ziet hoe recent die gruweldaden zijn, is het dan wel verstandig landen als Kroatië op korte termijn op te nemen in de Europese Unie?

Van den Wyngaert: 'Bij de vorige uitbreidingsgolf heeft men geoordeeld dat het beter was Oost-Europese landen in de Europese Unie te hebben, om ze op die manier te begeleiden bij de overgang naar een democratischer bestel, zowel op politiek als op economisch niveau. Nu zitten we met een reeks landen die uit een oorlogssituatie komen en waar de wonden nog niet geheeld zijn. De Balkan is natuurlijk speciaal. De Eerste Wereldoorlog is begonnen in de Balkan, doordat een minderjarige Servische nationalist in 1914 in Sarajevo de Oostenrijkse aartshertog heeft gedood. We moeten te allen prijze vermijden dat de geschiedenis zich herhaalt. Als rechter kan ik daar niet meer voor doen dan wat ik nu doe: meehelpen aan het doorbreken van de cyclus van straffeloosheid en vermijden dat zware oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid onbestraft blijven. Het is precies de taak van de politiek om voort te bepalen wat de impact van de Unie kan zijn op het behoud van de vrede en de veiligheid in Europa.'

Wat wil u als rechter voor het Joegoslaviëtribunaal bereiken? Is dat een tijdelijke opdracht?

Van den Wyngaert: 'De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft me verkozen voor een mandaat van vier jaar. Daarvoor had ik al een mandaat van twee jaar. Als ik het allemaal uitdoe, zal ik hier in totaal zes jaar vertoefd hebben.'

'Normaal loopt het mandaat van het Joegoslaviëtribunaal af in 2009, maar men neemt aan dat het nog iets langer kan duren. Men denkt nog één, maximaal twee jaar nodig te hebben om de hogere beroepen te behandelen. Alle aanklachten voor het tribunaal zijn eigenlijk afgerond, maar nog niet alle beschuldigden zijn gearresteerd. Het proces tegen Ratko Mladic en Radovan Karadzic kan maar beginnen als de betrokkenen daadwerkelijk hier zijn. Want hier in Den Haag zijn geen verstekprocedures mogelijk. In de Angelsaksische traditie van common law, gangbaar in het Joegoslaviëtribunaal, is dat totaal uit den boze.'

Is er in Europa ook een harmonisering nodig van het strafrecht?

Van den Wyngaert: 'Ik merk dat de Europese Unie op gebied van strafrecht veel verder aan het gaan is dan men tot over enkele jaren dacht. Ik denk aan de bestraffing van milieumisdrijven bijvoorbeeld. Daarin komen nu minimale afspraken over effectieve gevangenisstraffen. Er zijn nog veel andere initiatieven in die richting.'

'Vroeger werd de strafrechtelijke bevoegdheid van de EU-Commissie betwist bij gewone EU-wetgeving, richtlijnen en verordeningen. Vorig jaar heeft het EU-Hof van Justitie een arrest geveld dat min of meer het licht op groen heeft gezet voor Europese bevoegdheden in strafrecht. Dat heeft de deur opengezet - sommigen spreken over de doos van Pandora - om nog verder te gaan.'

'Maar het blijft wetgeving die door nationale vervolgingsorganen en rechtbanken moet worden toegepast. Destijds heb ik mede gepleit voor de oprichting van een Europees corpus juris, een Europese openbare aanklager. Daarin was wel een Europees toepassingsniveau voorzien. Dat voorstel is zelfs in de Europese grondwet geraakt.'

'De idee was alleen de aanklager te 'europeaniseren' en de rechters nationaal te laten. Het onderzoek zou dus op Europees niveau gebeuren, of via samenwerking tussen de nationale instanties met een Europees niveau erbovenop. Dat idee gaat veel minder ver van wat we hier in Den Haag hebben: een volledig internationaal tribunaal, internationale aanklagers en een rechtbank samengesteld met rechters van verschillende nationaliteiten.'

Hoe kwam dat voorstel er dan?

Van den Wyngaert: 'De EU-Commissie zag met lede ogen toe hoe via internationale fraude geld aan haar controle ontglipte. Ze had een denktank van academici uitgenodigd om voor dat probleem een oplossing te formuleren. Dat was een minimalistische benadering, enkel bedoeld voor economische misdrijven. Maar als je zo'n formule hebt die werkbaar is voor economische misdrijven, waarom dan niet voor terrorisme bijvoorbeeld? Als er de politieke wil voor zou bestaan, kan men het idee uitbreiden.'

'Ook het Joegoslaviëtribunaal zou er nooit geweest zijn zonder politieke wil. De Veiligheidsraad heeft het Joegoslaviëtribunaal opgericht via een resolutie. Als men dat via een verdrag had moeten doen, was dat waarschijnlijk veel moeilijker geweest. Het permanent internationaal strafhof, ICC, steunt op een verdrag. Het gevolg is dat de VS, Rusland en China afwezig blijven.'

Maar er moet verdere harmonisering komen op EU-niveau.

Van den Wyngaert: 'Er zal op termijn zeker een beperkte harmonisering van het strafrecht en het strafprocesrecht nodig zijn. Misschien is het niet nodig voor alle misdrijven, maar wel voor misdrijven die een supra-Europees karakter hebben en het best op EU-schaal worden bestreden. Dat is een lange weg, maar op termijn is het onvermijdelijk dat er meer eenheid komt in bijvoorbeeld de behandeling van verdachten, het vooronderzoek en dergelijke. Tenzij men teruggaat in de tijd en de weg van de integratie niet langer bewandelt.'

Kris VAN HAVER

Chris Van den Wyngaert

  • Geboren in 1952.
  • Licentie rechten en criminologie aan de VUB, doctoraat rechten aan de VUB (1979).
  • Sinds 1985: hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Antwerpen. Opdrachten in Cambridge en Stellenbosch.
  • 2000-2002: ad-hocrechter Internationaal Gerechtshof, zaak Congo tegen België.
  • Expert voor de Europese Unie, varia projecten EU-strafrecht.
  • Expert International Law Association, varia projecten internationaal strafrecht.
  • Sinds 2003: rechter ad interim bij het Internationaal Joegoslaviëtribunaal, sinds 2005 permanent rechter.
  • 2001: Eredoctoraat van de universiteit van Uppsala.
  • 2006: Prijs van de Liga van de Mensenrechten (2006).

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect