Etienne Davignon

'Are YOU a friend of Europe?': het foldertje blijft ons meer dan twee uur vanop het salontafeltje van Etienne Davignon aanstaren. Zelf hebben we nog een beetje twijfel, maar de burggraaf niet. 'Natuurlijk blijf ik optimistisch over Europa. Waarom? Omdat er geen alternatief is.' Toch erkent Davignon dat Europa in een crisis zit, een echte crisis. 'En dus is er nood aan een echte oplossing. Een valse oplossing zou de malaise nog vergroten.'

(Foto: Sofie Van Hoof)

Alle clichés over een gesprek met Etienne Davignon kloppen: af en toe aan zijn pijp lurkend, vertelt de zakenman omstandig, soms uitweidend, maar nooit vervelend. Op geen enkel ogenblik verliest hij de kern van de zaak uit het oog.

Hoe kwam u als jongere voor het eerst in contact met Europa?

Etienne Davignon: 'Als humaniorastudent woonde ik in 1950 een bijeenkomst bij waar Paul-Henri Spaak kwam spreken over de vorming van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Het was toch een beetje een schok, te horen dat de nationale staten niet meer in het centrum zouden staan. Er was sprake van solidariteit over de landsgrenzen heen. Het model brak met de klassieke naoorlogse toestanden waarbij de overwinnaar zich wreekt. Er werd een toekomstperspectief geboden. Ik wist het bijna meteen: voor zo'n project wou ik me engageren. Voor een jongere is dat inspirerend: het gevoel hebben dat je kan meewerken aan iets totaal nieuws. We zouden een nieuwe wereld creëren.'

Was iedereen in België gewonnen voor Europa?

Davignon: 'Neen, wat veel mensen zich niet meer herinneren, is dat zowel de werkgevers als de vakbonden in België tegen waren. Aan de vooravond van de ondertekening van het Verdrag van Rome was er een ontmoeting tussen de vakbondsleiders Louis Major (ABVV) en Gust Cool (ACV), en Roger De Staercke namens het Belgische bedrijfsleven. Zij vreesden dat België dat niet zou overleven, dat onze industrie zou weggeveegd worden. 'België stevent af op een ramp.' Dat was toch een duidelijk signaal van de drie uitvinders van het Belgische overlegmodel.'

'Het idyllische beeld dat België altijd een overtuigd voorstander is geweest van Europese eenmaking klopt van geen kanten. België is een overtuigd Europeaan geworden, maar in het begin was er vooral bezorgdheid: zullen wij de concurrentie aankunnen met die andere landen van Europa? Dikwijls is de angst belangrijker dan het perspectief. Dat is nu met de globalisering van de economie weer zo.'

In 50 jaar tijd is men erin geslaagd een Europese Unie te creëren, met een stevig economisch draagvlak. Is België daar beter van geworden?

Davignon: 'Zonder de open grenzen van de Europese Unie zouden we niet de mate van economische welvaart hebben die we vandaag kennen. Ik geloof niet dat er nog een staalindustrie in België zou zijn. Met een productiecapaciteit die drie keer de nationale staalconsumptie overtrof, was protectionisme rampzalig geweest'.

'Ook de euro is positief. België leed vroeger onder de muntschommelingen van zijn sterke buren. Dat veroorzaakte onzekerheid en fluctuaties in de concurrentiële voorwaarden. Nu is de rente al jaren laag en stabiel, de muntschommelingen zijn verdwenen. Zonder de euro zou de doorsnee-Belg niet de woning, de levenswijze en de sociale zekerheid hebben die hij vandaag heeft.'

En toch is er een malaise rond Europa?

Davignon: 'De mensen zijn gewoon geworden aan wat ze hebben, en ze vergelijken niet meer met wat er vroeger niet was. In twee generaties zijn we erin geslaagd een Europese Unie te vormen, maar de derde generatie herinnert zich niet meer hoe het 60 jaar geleden was. Ze ziet de verwezenlijkingen en vindt alles normaal: de vrede en veiligheid, de sociale zekerheid, de koopkracht, het vrij verkeer van mensen en goederen, enzovoort. Er leeft een gevoel dat wat verwezenlijkt is, niet telt. Dat zijn allemaal zaken waar we recht op hebben. Het enige wat telt is wat we nog niet hebben.'

Hoe verklaart u die malaise?

Davignon: 'Vaak wijzen nationale staten, uit eigenbelang, met de vinger naar Europa. Een onpopulaire ingreep of maatregel: het is de schuld van Europa. 'Europa verplicht ons dit of dat te doen, de technocraten hebben de macht overgenomen.' Op die manier vergroten de nationale staten de afstand tussen hun burgers en Europa. Maar als er dan moet gestemd worden, zeggen diezelfde machthebbers: 'Weet u, eigenlijk is Europa een goede zaak.' Ja, dat krijg je natuurlijk niet verkocht.'

'Ik pleit voor een gedragscode die voorschrijft dat als een beslissing genomen is, ze overal op een gelijkaardige manier toegelicht wordt. Zolang er onderhandeld wordt, mag je kritiek uiten. Maar als een beslissing gevallen is, moet elke politicus de klemtoon leggen op de positieve aspecten ervan.'

Moet Europa niet meer en beter communiceren?

Davignon: 'Communicatie heeft tot doel de publieke opinie achter je standpunten en je keuzes te krijgen. Voor de Europese Commissie stelt zich daar al een fundamenteel probleem: de Franse publieke opinie overtuigen tegen de Franse regering in, dat kan een inbreuk in de nationale politiek zijn.'

'Ik herinner me dat toenmalig Commissievoorzitter Jacques Delors op uitnodiging van de Britse vakbonden de introductie van de euro ging verdedigen. Toenmalig Brits premier Margaret Thatcher, tegenstander van de euro, beschuldigde Delors van interventie in de Britse binnenlandse politiek. Dat was natuurlijk fel overdreven, maar er zat ook een grond van waarheid in.'

'Het ontbreekt de Europese Commissie aan een instrument om structureel te communiceren met de inwoners van Europa. En dat probleem zal ze altijd hebben. Europa moet voor zijn communicatie rekenen op de nationale overheden. Het toppunt is dat nationale politici bij een referendum over Europa expliciet aan de Commissie vragen niet tussen te komen. Europa krijgt niet eens de kans om zichzelf te verdedigen.'

Wat moet Europa tegen zijn burgers zeggen?

Davignon: 'Opdat de burgers zich betrokken zouden voelen, is er een toekomstperspectief nodig dat duidelijk maakt waar we met Europa naartoe willen, waarvoor we het doen. Dat ontbreekt op dit moment. Dus moet er eerst een consensus komen over de inhoud. En dat vereist een vorm van vereenvoudiging. Niet alle factoren zijn even belangrijk. Er is nood aan een eenvoudige boodschap. Zolang dat niet gebeurt, kan je ook niet goed communiceren.'

Dat klinkt niet goed uit de mond van een 'vriend van Europa'.

Davignon: 'Niettemin blijf ik een optimist. Waarom? Omdat er geen alternatief is. Als dat geen eenvoudige boodschap is (lacht). Wat zijn de elementaire problemen vandaag? Het milieu, de immigratie, de energiebevoorrading. Wel, dat zijn problemen die een lidstaat afzonderlijk nooit kan oplossen. Meer dan ooit is daarvoor een sterk Europa noodzakelijk. Er is geen andere keuze.'

'Dat brengt mij opnieuw bij een ongeschreven regel van de Europese eenmaking: men legt niemand iets op dat hij niet wil. De keerzijde van die regel is dat niemand de anderen kan tegenhouden als ze iets willen doen. Ik denk dat we daarnaar terug moeten grijpen. Het is toch voor iedereen duidelijk dat de landen die niet tot de eurozone behoren, de ontwikkeling van de euro niet kunnen of mogen tegenhouden. Ofwel doe je mee, ofwel niet. Maar als je niet meedoet, mag je de anderen niet hinderen.'

Heeft Europa niet vooral behoefte aan grote staatsmannen en -vrouwen?

Davignon: 'De politici moeten zich ervan bewust worden dat Europa een factor in de nationale politiek kan zijn. De populariteit van bondskanselier Angela Merkel is fors gestegen door haar optreden als voorzitter van de Unie. In België is het altijd zo geweest dat Europees staatsmanschap rendeert. Spaak, Harmel, Tindemans, Martens, Dehaene, Verhofstadt, allemaal hebben ze zich opgeworpen als verdedigers van de Europese zaak, en ze werden er als nationale politici beter van. Enkel Groot-Brittannië vormt een uitzondering op die regel. Daar willen de politici wel, maar het volk niet.'

Is een Europa met 27 leden niet te veel?

Davignon: 'Alles doen met iedereen op dezelfde datum, dat lukt gewoon niet met 27, dat is niet realistisch. Daarom bestaan er overgangsperiodes, dat is een legitiem hulpmiddel. Overgangsperiodes zijn er altijd geweest en ze hebben bewezen te werken.'

De uitbreiding van Europa lijkt een gemiste kans?

Davignon: ''On est entré dans l'élargissement à reculant': alle mogelijke voorzorgsmaatregelen werden genomen, iedereen deed zijn best om zo weinig mogelijk te betalen. Als regeringen zo behoedzaam zijn, dan moet je niet verbaasd zijn dat de publieke opinie nog behoedzamer is. We hebben de uitbreiding volledig verknoeid.'

Hoe ver moeten de grenzen van Europa reiken?

Davignon: 'Persoonlijk denk ik dat we er alle oud-republieken van Joegoslavië moeten bijnemen. Europa heeft daar een opdracht om de vrede te garanderen. Maar wat mij betreft stoppen daar de grenzen van Europa in het Oosten.'

'Betekent dat dat we geen verantwoordelijkheid hebben tegenover bepaalde oud-Sovjetrepublieken en in het gebied rond de Middellandse Zee? Neen, maar dat impliceert niet dat een opname in de Europese Unie voor die staten de beste oplossing is. Integendeel, ik vind dat we met een aantal van die staten een 'geprivilegieerde relatie' moeten afsluiten, waarvan een gemeenschappelijke markt een van de eigenschappen moet zijn.'

'De uitbreiding stopt ergens, en dat moet men duidelijk durven zeggen. Zo niet creëer je een ambiguïteit over het project-Europa. Als je de mogelijkheid van een eindeloze uitbreiding openhoudt, hol je de inhoud van het project uit.'

Turkije blijft een moeilijk probleem.

Davignon: 'Sinds de toetreding van Griekenland leeft er in Turkije een diep gevoel van een discriminerende behandeling door Europa. Daar staren de Turken zich blind op.'

'In de gegeven omstandigheden is het bijzonder moeilijk om de Turkse kwestie op een rationele manier te bekijken. We mogen zeker niet breken met de Turken, we moeten hen ervan overtuigen de nodige hervormingen door te voeren, en het goede moment in de onderhandelingen afwachten op een rationele manier over de kern van de zaak te praten. En de kern van de zaak is: is een toetreding voor Turkije zelf de beste oplossing? Persoonlijk ben ik daar niet van overtuigd.'

Patrick CLAERHOUT

Etienne Davignon

  • 4 oktober 1932: Geboren in Boedapest als zoon van een diplomaat.
  • Vanaf 1950: Studeert rechten, economie en wijsbegeerte in Brussel en aan de KULeuven.
  • 1959: Start carriere als diplomaat.
  • 1964: Kabinetschef ministers van Buitenlandse Zaken Spaak en Harmel.
  • 1974-76: Eerste voorzitter van het Internationaal Energieagentschap.
  • 1976-80: Europees Commissielid voor Industrie en Interne Markt.
  • 1980-84: Vicevoorzitter Europese Commissie.
  • 1985: Voorzitter Generale Maatschappij van Belgie.
  • 2003: Ondervoorzitter van Suez-Tractebel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud