De torenhoge ambities van een reus in ontwikkeling

China ontwikkelt zich in een snel tempo tot economische supermacht dankzij buitenlandse investeringen. Het aantal Belgische bedrijven dat er een vestiging opende, is in een paar jaar tijd verdubbeld. In Sjanghai, de economische groeipool aan de oostkust, lijkt maar geen einde te komen aan de Chinese boom.

(tijd) In het Grand Hyatt-hotel in de Jin Mao Tower in Sjanghai kan je zwemmen tussen de wolken. Het hoogste hotel van de wereld (420 meter), met de hoogst gelegen fitnessclub van de wereld, de hoogst gelegen bar van de wereld, de snelste liften (9,1 meter per seconde) en nog een reeks andere records, heeft een zwembad op de 57ste verdieping. Omdat de ramen tot tegen de vloer komen, zwom ik hier een half jaar geleden letterlijk tussen de wolken. Heel de Jin Mao Tower, overigens een project gefinancierd door de overheid, ademt de ongelooflijke ambitie van het moderne China uit. Het project straalt geld uit, veel snel verdiend geld.

En dat kan kloppen. De Chinezen hebben geld. Door de aanhoudende overschotten op de handelsbalans van de jongste 25 jaar, zit China op een spaarpot van meer dan 1.000 miljard dollar aan buitenlandse valutareserves.

Twintig jaar geleden had het land niets. Vandaag is de Aziatische reus met 1,3 miljard inwoners zich in snel tempo aan het ontwikkelen van een agrarisch ontwikkelingsland tot een economische supermacht.

Sinds 1978 is de economie jaarlijks met gemiddeld ruim 9 procent gegroeid. De Chinese economie is nu met een bruto binnenlands product (bbp) van 1.800 miljard euro (in 2005) groter dan die van Rusland, Brazilië en India bij elkaar. Tussen 2001 en 2004 verdubbelde het handelsvolume.

Vorig jaar deden de Chinezen opnieuw een grote sprong. De invoer in 2005 groeide met 17,5 procent en de uitvoer met liefst 28 procent. Het grootste deel van die uitvoer is in handen van buitenlandse bedrijven die, gelokt door de massa aan goedkope arbeidskrachten, hier hun productie komen outsourcen. Alleen al in 2005 pompten buitenlandse bedrijven 50 miljard dollar in het land.

BMW

Na een half jaar terugkomen in Sjanghai is alsof je in een andere stad terugkomt. Overal zijn alweer nieuwe werven, kronkelen nieuwe 'elevated roads' in vier verdiepingen als spaghettislierten tussen glimmende wolkenkrabbers door. In de oude wijken van de French Concession zijn hippe bars en discotheken open die er vorige keer nog niet waren. Een café dat hier een jaar open is, is oud.

De dealers van Ferrari en Porsche doen gouden zaken. Twee jaar geleden was een zware Mercedes hier nog een auto waar mensen hun hoofd voor omdraaiden. Vandaag is China de grootste markt van de wereld voor BMW's uit de 7-reeks met de allerduurste twaalfcylindermotor.

Wat voor Sjanghai geldt, geldt ook voor een hele rist andere Chinese steden. Het schijnbaar dag en nacht aanhoudende geluid van drilboren op werven, waar arme boerenarbeiders weer nieuwe constructies doen oprijzen, zal een constante worden op mijn reis in verschillende Chinese steden.

Haven

Al dat geld komt ergens vandaan. Rij de stad uit en zie dat China oprijst dankzij een exportboom. Vanuit dit land wordt de Europese markt overspoeld met goedkope dvd-spelers, microgolfovens, meubelen, wasmachines, schoenen en nog veel meer.

Even buiten de stad heeft de haven van Sjanghai die van Rotterdam zonet ingehaald als grootste haven ter wereld. Containers gaan hier vol het schip op en komen leeg terug. Omdat de haven aan de Yangtse vol zit en het water niet diep genoeg is om de toekomstige generaties diepzeeschepen te ontvangen, gaan de Sjanghainezen offshore.

Het resultaat is de moeite voor wie een taxi neemt en erheen rijdt. Voor mijn voeten verdwijnt nu een betonnen brug op peilers van 32 kilometer lang (de langste ter wereld) in de mist boven de Oost-Chinese Zee. Daar denderen vrachtwagens over op twee keer vier rij- stroken naar de nieuwe, opgespoten Yangshan-diepzeehaven. Van de vijf geplande terminals met in totaal 50 aanlegplaatsen voor diepzeeschepen is nog maar één operationeel. De uitbater van de tweede wordt de groep Hutchison Whampoa van de Hongkongse zakenman Li Kashing. Op de derde fase mogen ook buitenlandse groepen een bod uitbrengen.

De Chinezen bouwen op de groei. Als het project - voorlopige kosten 1,4 miljard euro - in 2020 klaar is, heeft de Yangshan-diepzeehaven een capaciteit van 25 miljoen containers per jaar. Ter vergelijking: in Antwerpen is dat 14 miljoen als het Deurganckdok he- lemaal klaar is.

Shenzhen

Als ik 's nachts met de taxi door Sjanghai rijd, lijkt het wel alsof niemand slaapt. Overal brandt licht, iedereen lijkt in de weer.

Het is verleidelijk om je blind te staren op Sjanghai, maar de stad is niet de enige met zo'n groeiritme. Aan heel de Chinese oostkust ontwikkelen zich tientallen havens, luchthavens en snelwegen in een gelijkaardig tempo. Op een bepaald moment werd zelfs gevreesd dat de haven van het veel zuidelijkere Shenzhen die van Sjanghai zou inhalen. De Chinakoorts woedt in alle hevigheid, en niet alleen in Sjanghai.

De overheid doet er nu alles aan om het armere westen te laten meeprofiteren van de boom aan de exportgerichte oostkust. Richting westen kan je binnenkort trouwens met de Maglev. een magneettrein. Die Duitse uitvinding krijgen de Duitsers in eigen land niet verkocht omdat ze te duur is, maar hier rijdt ze al vlotjes tussen de stad Sjanghai en de luchtvaartterminal Pudong. Op LCD-displays boven de deuren laten de wagons fier de snelheid van de trein zien.

Als we 431 kilometer per uur bereiken, nemen de Chinese medepassagiers giechelend foto's van de schermpjes, met een soort van gsm-toestellen die in Europa nog lang niet op de markt zijn. Tegen de wereldtentoonstelling van 2010 wordt het Maglev-traject 200 kilometer doorgetrokken, het armere binnenland in.

Belgen

Ook België is in de ban van de Chinakoorts. Veel grote spelers zitten hier al jaren. Agfa heeft een filmfabriek in Wuxi bij Sjanghai, Barco verkocht een pak LED-schermen aan het nagelnieuwe Formule 1-circuit bij Sjanghai. Het befaamde terracottaleger van Xian wordt opgepoetst door de plaatselijke afdeling van Janssen Pharmaceutica, en een hele reeks Belgische managers stampte hier voor Alcatel de jonge telecommarkt uit de grond.

Een van hen was Etienne Charlier. Na een paar jaar in China besloot hij de enorme opportuniteiten van het land te benutten in een eigen bedrijf, dat contacten legt tussen plaatselijke Chinese leveranciers en westerse bedrijven. Ik ontmoet hem in Sjanghai in People 7, een van de hippe bars in de uitgaansstraat Julu Lu.

Charlier reist het land rond bij de Chinese bedrijven en ziet geen teken dat het snel voorbij zal zijn met de Chinahype: 'Het momentum is ongelooflijk. Het gaat heel snel nu. Wat je hier ziet, herinnert aan de situatie van België in de 19de eeuw. De grootschalige industrialisering, gecombineerd met de sociale mobilisatie die wij in de jaren 1960 meemaakten, creëert een indrukwekkende machine. De Chinezen verbeteren zich. Ze weten dat, en ze willen er keihard voor werken.'

Ook voor Charlier is het soms nog even schrikken bij de drang van de Chinezen om vooruit te komen. 'Bij decoratiewerken in ons huis waren er laatst arbeiders aan de slag, die mijlenver vanop het arme platteland kwamen. Die mensen komen maandenlang werken naar de stad, tegen een schamel loon. Toen ik naar hun motivatie peilde, bleek dat ze dat deden om de universitaire studies van hun kinderen te betalen. Dan sta je toch even te kijken. Want je weet: hun kinderen zullen naar de universiteit gaan, en er afstuderen met een ingenieursdiploma, samen met vijf miljoen andere Chinezen per jaar.'

Voorzichtig

Charlier is een van de vele Belgen die in China actief zijn en niet voor de grote spelers werken, maar op zichzelf bezig zijn. Ze gebruiken hun Chinakennis als tussenpersoon of consultant, of pendelen als trader op en af naar het Aziatische land. Voor het grote publiek zijn ze minder zichtbaar, maar vaak werken ze in opdracht van grote bedrijven.

De Vlaamse Economische Vertegenwoordiger Peter Christiaen schat het aantal Belgische bedrijven met een vestiging in Sjanghai en de omliggende provincies nu al op 180. Ter vergelijking: dat is het dubbele van in 2000.

De Nederlanders gaan nog sneller: alleen al vorig jaar kwamen er in Sjanghai 100 vestigingen van Nederlandse bedrijven bij, blijkt uit cijfers van BenCham, de Belgisch-Nederlandse kamer van koophandel in Sjanghai. Charlier zit er in de raad van bestuur: 'De Belgen zijn soms veel te voorzichtig.'

Oost-Europa

Volgens Christiaen is het geheim van China de combinatie van hardware en software: 'De centralistische overheid investeert in de infrastructuur, de hardware; de 1,3 miljard mensen maken de software uit. Ik vergelijk China soms met één groot Oost-Europa dat maar blijft ontwikkelen. De reserves aan arbeidskrachten zijn zo groot, dat het nog zeer lang zal duren voor de lonen te hoog zijn. Een arbeider in een fabriek op 50 kilometer buiten Sjanghai verdient volgens Christiaen 500 tot 600 yuan per maand (50 tot 60 euro). 'Maar ga naar het westen van China en daar zal het loon van sommigen niet veel hoger liggen dan 100 yuan (10 euro) per maand.'

Schaduw

Voorlopig zijn er geen signalen dat er op korte termijn een einde komt aan de voorraad goedkope arbeid die in China beschikbaar is. En dus gaat ook het Chinese groeiverhaal door.

En dus ben ik ontgoocheld als ik zes maanden na mijn vorige bezoek in het bad van de Jin Mao plons. Want de zwemmers zijn hun fantastisch uitzicht alweer kwijt. In het water van het zwembad weerspiegelen de schaduwen van de torenkranen op de werf ernaast. Maak kennis met het World Financial Center, het nieuwe hoogste gebouw van China met 491,9 meter. Net als Jin Mao wordt het gebouwd op wat dertig jaar geleden nog een moerassig vissersdorp aan de Yangtse was.

Jeroen LISSENS

Foto Bloomberg

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud