Europa ruziet met Wenzhou, schoenenhoofdstad van de wereld

Een groot deel van de schoenen die vroeger in België gemaakt werden, wordt vandaag in elkaar gelijmd in een fabriek in Wenzhou. Europa heft taksen om de Chinese schoenenexplosie af te remmen, maar kan Europa schoenen maken tegen 4 dollar het paar? Een verslag uit de stad met de 3.000 schoenenfabrieken.

(tijd) 'De 7,5 miljoen hardwerkende mensen van Wenzhou hebben een nieuw vooruitzicht gecreëerd tijdens 20 jaar hervormingen.' Zo staat het op het spandoek dat de buitenlanders die Wenzhou bezoeken op de luchthaven verwelkomt.

Een deel van dat nieuwe vooruitzicht is al te zien voor wie aan het raampje zat op de binnenlandse vlucht van China Eastern. Zodra het vliegtuig onder de wolken boven de havenstad aan de Chinese oostkust cirkelt, trekt een enorme lappendeken van helblauwe fabrieken de aandacht. Het zijn de grootste van de naar schatting 3.000 schoenenfabrieken die Wenzhou rijk is.

Stap uit het vliegtuig en snuif de geur van schoenenlijm op. De rit met de taxi naar het centrum duurt drie kwartier en is hallucinant: drie kwartier lang zal de chauffeur tussen schoenenfabrieken doorrijden. Wenzhou is een rommelige stad, maar de vele Europese luxewagens doen vermoeden dat het hier goed zakendoen is.

Oorlog

Op zich verschilt het tafereel in niets van veel andere Chinese kuststeden, die elk met hun eigen specialiteit profiteren van de exportboom. Maar er is wel degelijk een reden waarom ik door de straten van Wenzhou in de provincie Zhejiang loop, en niet door die van een andere boomtown. De zelfverklaarde schoenenhoofdstad van China is het epicentrum van een zwaar handelsconflict tussen China en de EU.

Geholpen door staatssteun en lage lonen helpen de Chinezen de Europese schoenenindustrie in snel tempo om zeep, luidt de Europese kritiek. In Wenzhou alleen al werken 2,5 miljoen migranten-arbeiders van het arme platteland. Voor de economie van schoenmakerslanden als Italië, overigens vorig jaar ingehaald door de Chinese economie, is dat een ramp.

De import van Chinese lederen schoenen in de EU is de afgelopen vier jaar met 1.000 procent gestegen. Het schoenenmuseum van Wenzhou, inclusief de 'tweeduizend jaar oude schoen' die er achter glas te kijk staat, moet aantonen dat de havenstad hét schoenencentrum van de wereld is.

Binnenkort weten ze dat ook buiten China. Kangnai, een van de grootste schoenenfabrikanten van Wenzhou, heeft sinds kort zijn eigen verkoopvestigingen in Italië, de VS en Frankrijk.

Vooral door de Chinese invoer is de productie van schoenen in de EU met 30 procent gedaald. Dat doet Europa pijn, ondanks sussende woorden dat de schoenen in Europa de jongste jaren 10 procent goedkoper geworden zijn voor de consumenten. Er zijn tegelijk naar schatting 40.000 banen verloren gegaan in de Europese schoenenindustrie.

Europese schoenfabrikanten klaagden bij de Europese Commissie over dumpingpraktijken en oneerlijke concurrentie, met de antidumpingtaks tot gevolg. De EU heeft vorige maand, na maanden van interne discussie, voor de komende twee jaar een tarief ingevoerd van 16,5 procent op leren schoenen uit China.

Liberaal

Het is geen toeval dat juist Wenzhou, dat tussen Hongkong en Sjanghai in ligt, als eerste in een handelsconflict komt met Europa. Omdat Wenzhou van de rest van het land afgesloten is door hoge bergketens, zijn de Wenzhounezen al eeuwenlang aangewezen op de buitenlandse handel.

In China geldt de stad als liberaal en hebben de inwoners een ondernemende reputatie. Het spandoek op de luchthaven hangt er niet voor niets: vanaf het moment dat Peking goed 20 jaar geleden investeerders en privéondernemingen begon toe te laten, schoot de economie van Wenzhou als een raket vooruit. Sneller dan de rest van China ontwikkelde de stad zich als de wereldfabriek voor aanstekers, kleding en zonnebrillen. En schoenen, vooral heel veel schoenen.

'De Chinezen van Wenzhou zijn niet alleen ondernemers, ze werken ook graag samen en zijn uitgezwermd over de hele wereld. Vaak kunnen ze een beroep doen op informele netwerken die hen aan geld voor investeringen helpen', zegt de Vlaming Dominik Declercq. Hij woont en werkt al vele jaren in China. Hij is consultant voor de Europese auto-industrie in China, en behaalde een doctoraat in de sinologie. 'Vraag aan een Chinees in België waar hij vandaan komt en de kans is zeer groot dat hij minstens familie heeft in Wenzhou', zegt Declercq.

Boeren

De schoenenfabrieken zijn allemaal in Chinese handen en dat maakt Wenzhou anders dan de rest van China, waar buitenlandse groepen de grote investeerders zijn. Het succes van de exportexplosie vanuit deze stad is in grote mate te danken aan de kleinere privébedrijven.

Dat zijn meestal bedrijven die door een familie of een collectief van families beheerd worden, en zich op één product toeleggen, te vergelijken met de gilden die dat in de middeleeuwen ook bij ons deden. Ze maken gebruik van het onuitputtelijke aanbod van arbeid, van boerenarbeiders die de hele dag doorwerken voor een schamel loon. De eerste schoenenfabrieken van Wenzhou waren coöperaties van boeren. De boeren van toen zijn vandaag de megarijken die zich in verlengde Mercedessen door de stad laten voeren.

Wie door Wenzhou rijdt, kan bijna niet anders dan begrijpen waarom de Belgische schoenenindustrie, op het Tongerse Ambiorix na, van de kaart geveegd is. Veel Belgische schoenenfabrikanten verhuisden al in de jaren zestig naar het toenmalig lagelonenland Italië, nog eens twintig jaar later begon de industrie van daaruit langzaam maar zeker haar biezen te pakken richting China.

De Belgische groep Cortina is zo'n speler. Het bedrijf maakt jaarlijks liefst 20 miljoen paar schoenen, vermoedelijk grotendeels bij onderaannemers in China. De Belgische schoenenfabrikanten in China die ik vooraf contacteerde, Cortina inbegrepen, willen niet graag met hun naam in de krant.

's Nachts in La Luna, bijna de enige expatbar van Wenzhou, loop ik toch twee Vlaamse zakenlui uit de schoenenwereld tegen het lijf. Hun bedrijf, dat lang geleden schoenen maakte in België, wil evenmin met zijn naam in de krant. Ze zijn op een soort doortocht langs de fabrieken van hun Chinese leveranciers. Hun werkgever levert vooral aan het midden- en het ondersegment van de markt, zeg maar de goedkope schoenen. Maar ze leveren ook schoenen aan de grote ketens.

Laconiek

De antidumpingtarieven zijn voor de Belgische schoenenhandelaars geen goede zaak. Hoewel. De prijzen zijn hier zo laag dat 16 procent niet het einde van de wereld is. Een andere Vlaamse schoenenhandelaar die in Wenzhou komt inkopen, vertelt me dat een paar lederen schoenen hier maximaal 4 tot 5 dollar kost. 'Veel handelaars hebben marges van 50 procent en meer', klinkt het. Ook deze man werkt voor grote ketens in West-Europa.

Het is dus zeer de vraag of de antidumpingtarieven van de EU wel het gewenste effect zullen hebben. Nu al circuleert het gerucht dat Chinese fabrikanten hun schoenen massaal via Zuid-Aziatische buurlanden naar Europa verschepen, om de heffing te omzeilen. De officiële invoercijfers zijn dus met een korreltje zout te nemen.

Wat denken de Chinezen er zelf over? De Chinezen in Wenzhou die ik spreek bekijken het handelsconflict laconiek. De man die me te woord staat voor de kantoren van het Wenzhou Municipal People's Government, moet eens zenuwachtig lachen: 'De Europeanen gaan op hun blote voeten moeten lopen als wij voor hen geen schoenen meer mogen maken. Ze zouden blij moeten zijn dat wij hun schoenen leveren', klinkt het na een trek aan zijn zoveelste sigaret.

Cash

Overheidssteun of niet, de overheid en de schoenenfabrikanten zijn in Wenzhou in elk geval dikke vrienden. Op het tweede visitekaartje dat ik van de zegsman van de overheid krijg, staat de naam van een schoenenfabrikant. Een officieel interview of zijn naam in de krant, dat heeft ook hij liever niet. Het interview dat ik via de Chinese staatsdienst voor mediazaken vanuit België probeerde te regelen, gaat evenmin door. Ik stuurde de vragen per fax door, maar op het allerlaatste moment blijkt dat het interview een pak geld kost, graag in cash te betalen.

De BBC had meer geluk bij een gesprek met Bo Xilai, de Chinese minister van Handel. In een interview, geciteerd door de Britse Financial Times-journalist James Kynge, geeft Bo zijn ongezouten mening over het handelsconflict als volgt weer: 'Ik vind de vrijhandelsdoctrine voortreffelijk. Dankzij die doctrine hebben de economieën van Europa en de Verenigde Staten de afgelopen 200 jaar een zeer hoge vlucht genomen. Het was ook een doctrine die Europa en Amerika als zaligmakend hebben gepropageerd (?) en daardoor zijn het rijke, ontwikkelde landen geworden. Maar nu een ontwikkelingsland, dat heel arm is en een bruto binnenlands product per capita heeft dat slechts één dertigste bedraagt van dat van hen, een paar ondernemingen heeft die eindelijk kunnen concurreren met hun Europese tegenhangers, willen ze hun deuren dichtdoen en overgaan tot protectionisme. Dat is meten met twee maten. Toen zij efficiënter konden produceren, drongen ze er bij de hele wereld op aan de poorten te openen, maar zodra ze ontdekken dat een ontwikkelingsland concurrerender wordt, zeggen ze: 'Oké, zo is het genoeg. Laten we de deur dichtdoen.'

Jeroen Lissens

fOTO bloomberg

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud