BP blijft olie oppompen in westelijk deel Prudhoe Bay

De Britse oliemaatschappij BP blijft ruwe olie produceren in het westelijke deel van het olieveld Prudhoe Bay in Alaska. Het bedrijf kreeg daarvoor de toestemming van de Amerikaanse overheid. Washington vraagt zich ondertussen af of de geplande stopzetting van de hele productie van het olieveld geen poging tot prijsmanipulatie was van de oliemaatschappij.

(tijd/bloomberg) - British Petroleum (BP) heeft beslist om de productie in het westelijke deel van het olieveld Prudhoe Bay draaiende te houden na consultatie van de Amerikaanse en de lokale overheid. De toestemming van de Amerikaanse autoriteiten is er gekomen na de inspectie van de pijpleidingen en na de antwoorden van de groep op eisen van de overheid. De oliemaatschappij produceert op dit ogenblik nog 150.000 vaten ruwe olie per dag in het westelijke deel van het grootste olieveld van de Verenigde Staten, terwijl het de pijpleidingen in het oostelijke deel vervangt. BP wil de productie met 50.000 vaten optrekken als alle onderhoudswerken en controles op het westelijke pijpleidingennetwerk voltooid zijn.

De Britse oliemaatschappij heeft beloofd om nauwkeurige controles op het netwerk te blijven uitvoeren. 'De afgelopen vijf dagen hebben we de inspecties op de belangrijke stukken in het westelijke netwerk verdubbeld', zei topman Bob Malone van BP Amerika tegen The Wall Street Journal. 'De resultaten waren bemoedigend waardoor we geloven dat met nauwkeurige controles het opdrijven van de productie mogelijk moet zijn.' BP gaat zijn ultrasonische testen op het westelijke pijpleidingennetwerk voortzetten. Daarnaast plant het bedrijf dagelijkse controles met infraroodcamera's op roestvorming en lekken. Voor het einde van november wil BP 'smart pigs', kleine robotjes met sensoren om lekken en roestvorming te detecteren, door het netwerk sturen. Iets wat het tot nog toe niet frequent genoeg deed volgens waarnemers.

De productie in het oostelijke deel van het olieveld werd stapsgewijs stilgelegd, nadat roestvorming in het netwerk vorige week voor olielekken gezorgd had. Volgens Malone kan het nog vijf maanden duren vooraleer de productie in het oostelijke deel weer op gang kan worden gebracht. Daarvoor is eerst de toestemming vereist van het Amerikaanse ministerie van Mobiliteit, dat toezicht houdt op de veiligheid van pijpleidingen. BP maakte donderdag bekend dat het lek groter is dan aanvankelijk gedacht. Ongeveer 17 vaten ruwe olie vloeiden in de toendra van Alaska, terwijl oorspronkelijk werd aangenomen dat het om vijf vaten ging. De olieproducent verwacht dat de kosten voor het herstel en de vervanging van 26 kilometer pijpleiding zullen oplopen tot 200 miljoen dollar (157,2 miljoen euro). De levering van het materieel wordt verwacht tussen oktober en eind december. Voor de controle op corrosie gaat BP 71 miljoen dollar (55,8 miljoen euro) uittrekken.

Ondertussen groeit de druk vanuit Washington op BP. De voorzitter van de Amerikaanse Commissie voor Energie, de Texaan Joe Barton, suggereert in een brief aan de algemeen directeur van BP, Lord Browne, de mogelijkheid van marktmanipulatie door BP als gevolg van de gedeeltelijke stopzetting van de productie in Prudhoe Bay. 'Dit incident stelt opnieuw de bekommernis voor de veiligheid, de betrouwbaarheid en het verantwoordelijk beheer van Amerikaanse bodemrijkdommen door de Britse oliemaatschappij ter discussie', schrijft Barton in zijn brief. De oliemaatschappij ontkent de aantijgingen. Op 7 september moet BP voor de Commissie voor Energie verantwoording voor het incident komen afleggen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud