Column: DER AUSPUTZER

Omdat de Britten als geen ander een magnifiek gevoel voor voetbalhistoriek hebben, werd Engeland-Portugal zaterdag een ware klassieker, hoewel daar puur voetbaltechnisch weinig argumenten voor te vinden waren. Engeland-Portugal: 0-0 na 120 minuten, 1-3 na strafschoppen. De dramatiek die het heden kenmerkte, werd gevoed en nog versterkt door wat zich in het verleden had afgespeeld.

Eunuchenvoetbal

Het begon al voor de match, toen een reporter van de BBC Franz Beckenbauer interviewde. Of Engeland van Portugal kon winnen, zoals het dat in 1966 had gedaan in de halve finales van de wereldbeker? En of er een kans was dat Engeland en Duitsland elkaar opnieuw zouden ontmoeten in de finale, 40 jaar na het legendarische duel op Wembley, toen Beckenbauer lijdzaam moest toezien hoe Engeland zijn enige wereldtitel behaalde? Er werd vooralsnog niet gealludeerd op twee andere legendarische Engels-Duitse ontmoetingen, in 1990 en 1996.

De geschiedenisles maakte eerst een ommetje naar het aangekondigde 'duel in de dug-out, deel III'. Luiz Felipe Scolari versus Sven-Goran Eriksson. Twee maal eerder ontmoetten beide coaches elkaar, twee maal eerder won Scolari. In 2002, tijdens de kwartfinales van de wereldbeker, met Brazilië. En tijdens de kwartfinales van Euro 2004, toen Scolari met Portugal andermaal Erikssons Engeland versloeg. Dat Scolari recentelijk aangezocht werd om de ontslagnemende Eriksson op te volgen als Engels bondscoach, creëerde een zoveelste boeiende subplot.

De match begon, de bal ging op en neer, Portugal trok steeds meer het initiatief naar zich toe en dan, in de 51ste minuut, strompelde de Engelse aanvoerder David Beckham van het veld met een knieblessure. Flashback: tijdens de voornoemde kwartfinale van Euro 2004 strompelde Wayne Rooney geblesseerd van het veld. Het was het begin van het einde.

Terug naar 2006, tien minuten later, en plotseling herinnert Rooney aan Beckham. Rooney trapt na en krijgt rood. Net zoals Beckham tijdens de 1/8ste finales van de wereldbeker in 1998, tegen Argentinië, natrapte en rood kreeg. Dat was ook toen het begin van het einde.

Nog 29 minuten met tien tegen elf, uiteindelijk 59 minuten want er wordt verlengd. Al die tijd hangt Engeland voor het eigen doel, valt terug op zijn voetbalroots: kick and rush, lange ballen op de eenzame spits Peter Crouch. Doelloos en vruchteloos. Er komen strafschoppen aan. Nu kunnen de historici pas echt uitpakken:

4 juli 1990, Engeland-West-Duitsland, halve finales WK: 1-1, 3-4 na strafschoppen;

26 juni 1996, Engeland-Duitsland, halve finales EK: 1-1, 5-6 na strafschoppen;

30 juni 1998, Engeland-Argentinië, 1/8ste finales WK: 2-2, 3-4 na strafschoppen;

24 juni 2004, Engeland-Portugal, kwartfinales EK: 2-2, 5-6 na strafschoppen;

De historici zien Frank Lampard, Steven Gerrard en Jamie Carragher falen van op elf meter, terwijl de Portugezen stoïcijns kalm blijven, en in het Grote Engelse Voetbalgeschiedenisboek wordt bijgeschreven:

1 juli 2006, Engeland-Portugal, kwartfinales WK: 0-0, 1-3 na strafschoppen.

Doodzonde. Nooit eerder verzamelde Engeland zoveel talent als tijdens deze wereldbeker. John Terry en Rio Ferdinand, het onwrikbare verdedigingsduo. Lampard en Gerrard, de onvermoeibare middenvelders, begiftigd met een groot loopvermogen, visie en regisseurskwaliteiten. Beckham, in potentie eigenaar van de meest fijnzinnige rechtervoet ter wereld. Joe Cole, een jonge rechtshalf met Braziliaanse dribbels en truuks in de benen. En Rooney, de 20-jarige alleskunner, voorbestemd om 's werelds beste voetballer te worden.

De kritiek op Erikssons bange aanpak is snoeihard, al het hele toernooi. Hoe is het mogelijk dat hij zo weinig haalde uit zoveel? Niet een match werd er goed gevoetbald, als bange kwezels tikten de Engelsen match na match de bal rond, of raakten ze in de verdrukking tegen mindere goden.

Herinneringen aan het vorige WK zijn nog vers en maken het drama van 2006 des te pijnlijker. Toen, in de kwartfinales, tegen Scolari's Brazilië, kwam Engeland 1-0 voor, 1-2 achter en werd Ronaldinho uitgesloten. In het resterende half uur kon Erikssons Engeland, ondanks de numerieke meerderheid, niet een kans meer creëren. Het ontlokte aan de oude, ervaren Schotse verslaggever Hugh McIlvanney de beroemd geworden uitspraak: 'Het vertoonde geen spoor van inzicht of overtuiging of ambitie. Het was eunuchenvoetbal, zonder zelfs maar de belofte van serieuze penetratie.'

Het was in 2006 niet anders. Hoezeer het moederland van het voetbal ook in het verleden grasduint, lessen voor het heden worden er niet uit getrokken. Hoezeer de Engelsen ook hun rijke voetbalgeschiedenis koesteren, nooit meer wordt het nog 1966.

Jan van Hessche

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud