Geweld in Midden-Oosten treft ook Warren Buffett

Het geweld in het Midden-Oosten treft ook de Amerikaanse superbelegger Warren Buffett. Zijn investeringsvehikel Berkshire Hathaway nam in juli een belang van 80 procent in de Israëlische gereedschappenmaker Iscar Metalworking. Het was de eerste investering van de rijkste man ter wereld, na Bill Gates, buiten de Verenigde Staten.

(tijd/bloomberg) - Begin mei deelde de 75-jarige Buffett op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van zijn beleggingsvehikel Berkshire Hathaway mee dat hij meer wil beleggen in Europa en in Japan. Die vergadering wordt wegens de massale opkomst ook wel eens omschreven als 'het Woodstock van de kapitalisten'.

In juli legde de meest succesvolle belegger uit de geschiedenis 4 miljard dollar (3,13 miljard euro) op tafel voor een belang van 80 procent in het Israëlische Iscar Metalworking. Slechts enkele dagen later barstte de strijd tussen Israël en Hezbollah los. De fabriek van Iscar in Tefen was drie dagen gesloten doordat Hezbollahstrijders raketten afvuurden die niet ver ervandaan terechtkwamen.

'Berkshire staat bloot aan toegenomen risico's wegens onstabiele politieke omstandigheden en onrust. Het verlies van mensenlevens en de vernietiging van productiefaciliteiten kunnen de activiteiten direct negatief beïnvloeden', erkent Buffett in een persbericht.

Toch heeft hij geen spijt van de investering. In een Israëlische krant liet Buffett optekenen dat hij de transactie ook zou hebben afgerond als het geweld al zou zijn begonnen.

Buffett vormde Berkshire Hathaway, een bedrijf uit Omaha, in 1965 om van een noodlijdend textielbedrijf tot een investeringsvehikel. In het tweede kwartaal realiseerde het een winstgroei van 62 procent tot 2,35 miljard dollar. Het profiteerde van de hogere rente in de VS en van de zwakkere dollar.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud