column

Geloof in de toekomst

‘Ik heb het altijd gezegd, aandelen zijn voor kamikazepiloten!’ De gelukkige-nieuwjaarwensen hadden dit jaar een schampere ondertoon.

De beurzen maakten eind 2018 een duikvlucht en bevestigden de talloze producenten van vermeende zekerheden – het onovertroffen spaarboekje! – andermaal in hun groot gelijk. We zouden de beursrally’s en -crashes missen, als ze ons in een ideale wereld bespaard werden.

Beursschommelingen worden best draaglijk als je ze rustig uitzit.

Tegen bijziendheid is geen kruid gewassen. Het directe gevaar is altijd sterker dan het verre gewin. Ook de Europese (en dus na wat gold-plating, de Belgische) regelgever draagt, vooral sinds de crisis van 2008, sterk bij tot de collectieve weerzin tegen elk risico. Risicoberekening is een technische aangelegenheid waarvoor ik graag naar Investopedia.com verwijs, maar kortweg komt het hierop neer dat effecten waarvan de marktwaarde sterk schommelt, als meer risicovol worden beschouwd. En dus te mijden zijn voor iedereen, de massa dus, die zijn slangenbrein niet onder controle heeft.

Rendement
Jolien Rammant+11,44%
Thomas Smolders+11,3%
Fonne Hendrickx+11
Paul Huybrechts+6,1

Het slangenbrein, de amygdala, doet dieren voor gevaar op de vlucht slaan. Met zelfcontrole probeert de Homo Sapiens die angstreflex al 70.000 jaar te temperen. Tot nu in Europese Unie - die ik verder een warm hart toedraag.

De generatiestrijd tijdens de Beursrally gaat zijn laatste week in. ©Debby Termonia

Twee dingen moet de EU vroeg of laat toch in zijn stilaan verlammende regelgeving integreren. Eén: de volatiliteit van effecten hangt samen met het tijdsperspectief van de belegger. Wat kan het je schelen dat een gediversifieerde aandelenportefeuille met 10% daalt, als de geschiedenis leert dat je hoe dan ook op lange termijn op een reëel rendement van 5 % kan rekenen.

Is dat zo? Hoe relevant is die geschiedenis voor de toekomst? Afgaande op de recente regelgeving vindt de EU nu dat het verleden niet relevant is. Banken mogen in hun communicatie niet langer naar eerdere prestaties van hun producten of naar backtesting verwijzen. Daarmee kiepert de EU wel onze enige kennisbron overboord. Hoe kan je in Godsnaam iets over de toekomst zeggen, als je niet op het verleden mag afgaan! Als Europa gelijk heeft, zijn we helemaal op de tast aangewezen.

Tegen bijziendheid is geen kruid gewassen
Paul Huybrechts

En hoe lang is dan de termijn waarin aandelenbeleggers moeten durven denken? Welnu, de volatiliteit (standaarddeviatie) van grote Amerikaanse aandelen daalt van ruim 20% naar minder dan 5% na tien jaar. De schommelingen worden dus best draaglijk als je ze rustig uitzit. Nog in de VS werd aangetoond dat wie een gespreide aandelenportefeuille 20 jaar aanhoudt, altijd een reële return haalt.

Met reële return – dus opbrengst na inflatie - zijn we aan de tweede verbetering toe, die de EU in zijn regelgeving moet aanbrengen. Een omweg daarvoor. Wat is sparen? Het is uitstel van consumptie in de hoop later met het gespaarde geld meer te consumeren. Het spaarboekje is vandaag een absurde spaarvorm, want je kan met quasi zekerheid voorspellen dat je over een jaar (en wellicht over jaren) minder kan kopen. De reële rente, na inflatie, is negatief en de spaarder lijdt koopkrachtverlies.

Voor een flink stuk van de 300 miljard op Belgische zicht- en spaarrekeningen is dat koopkrachtverlies onvermijdelijk. Spaargeld dat in de volgende jaren moet worden ingezet voor een huis of een pensioen krimpt fataal. Je ziet het niet in euro’s, maar het is wel zo. Die lage rente is het jammerlijke gevolg van de schuldenoverlast waarmee de wereld kampt en die nog tot schokken zal leiden. Die schuldenberg is de spreekwoordelijke olifant in de westerse kamer, die ooit veel obligaties en ook sommige aandelen niet zal sparen.

Een illustratie van Belgische rendementen op 50 jaar tijd. ©Mediafin

Maar voor pakweg een derde van dat bedrag, 100 miljard dus, is een gespreide aandelenportefeuille wel een evidente keuze. Aan de Universiteit Antwerpen doen de professoren Buelens en Annaert ter zake uitstekend werk. Wie even na de Belgische omwenteling, dus in 1838, één eenheid koopkracht in aandelen investeerde, bezit nu 530 eenheden koopkracht, wie in obligaties belegde bezit 15 eenheden en dankzij de rente voor de eerste wereldoorlog, ging ook de belegger in spaarboekjes vooruit naar een kleine 3 eenheden koopkracht. Wie dus op grond van een lang verleden in de toekomst blijft geloven, weet wat hem te doen staat, tenminste met de spaarcenten die voor de volgende generaties bestemd zijn.