Het ABC van uw fonds

©Pieter Van Eenoge

ICB, KIID, SRRI of NIW. Ook in de wereld van de fondsen wordt stevig gegoocheld met letterwoorden. Om u wegwijs te maken in die lettersoep hebben we een woordenlijst samengesteld die iedere fondsenbelegger gelezen moet hebben.

ICB

Het meest logische letterwoord om mee te starten. De meeste fondsen zijn ICB’s of Instellingen voor Collectieve Beleggingen. Collectief, want ze brengen het geld van diverse beleggers samen en investeren dat bedrag in aandelen, obligaties of andere beleggingsproducten.

Deelbewijs

Net zoals u met een aandeel een stukje van een bedrijf koopt, koopt u met een deelbewijs een stukje van een fonds. Hoeveel deelbewijzen u krijgt, hangt af van de koers van het fonds of de zogenaamde netto-inventariswaarde (NIW) , ook wel intrinsieke waarde genoemd.

Netto-inventariswaarde

De netto-inventariswaarde, of de prijs van uw fonds waartegen u kan kopen of verkopen, schommelt mee met de waarde van de onderliggende beleggingen van uw fonds. Doen die het goed, dan wordt uw fonds meer waard. Hebben ze daarentegen een slechte dag, dan zal ook de koers van uw fonds daaronder lijden. De inventariswaarde wordt slechts een keer per dag berekend, vaak ’s avonds na het sluiten van de beurs of ’s ochtends voor de opening. Niet alle fondsen publiceren die koers elke dag. Sommige doen dat wekelijks of om de twee weken. U vindt de waarde van uw fonds dagelijks terug in de krant of via onze Fundfinder, op www.tijd.be/fondsen

Bevek

De meeste fondsen die beheerders u aanprijzen, zijn beveks. Dat letterwoord staat voor beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal. Concreet worden daarmee open fondsen bedoeld, of beleggingsfondsen waar u op elk moment kan in- en uitstappen. Daardoor verandert de structuur van het kapitaal: het vermogen van de vennootschap dikt immers aan als nieuwe aandelen worden uitgegeven aan klanten die instappen, en zakt wanneer de vennootschap aandelen koopt van klanten die uitstappen. Het aantal bestaande deelbewijzen zal dan ook steeds schommelen.

Dat is niet het geval bij de bevak, of beleggingsvennootschap met vast kapitaal. Bij dergelijke gesloten fondsen blijft het aantal aandelen in omloop constant, tenzij er een kapitaalverhoging wordt doorgevoerd. U kan dus enkel instappen als iemand zijn aandelen wil verkopen. Of enkel uitstappen wanneer er een koper is. Dat kopen of verkopen gebeurt via de beurs.

Hoe moelijker het is om de onderliggende beleggingen te verhandelen, hoe sneller fondsen zullen neigen naar een bevak. Zo zijn ze niet verplicht om bij uitstromen de beleggingen in een illiquide markt ten gelde te maken. Het bekendste voorbeeld zijn de fondsen die rechtstreeks in gebouwen beleggen. Vroeger had je op de Brusselse beurs de vastgoedbevaks (Aedifica, Befimmo, Cofinimmo, …), maar die zijn een paar jaar geleden allemaal overgestapt naar het statuut van gereglementeerde vastgoedvennootschap (GVV).

Anders dan bij beveks kan de beurskoers van een bevak sterk afwijken van haar intrinsieke waarde. De koers wordt immers bepaald door vraag en aanbod op de beurs. Op de beurs van New York vind je nog heel wat van dat soort ‘gesloten fondsen’ terug. Als een land uit de beleggersgratie is, dan kan zo’n landenfonds tegen een fikse korting noteren. Het fonds Turkish Investment Fund, bijvoorbeeld, noteert 15 procent onder de intrinsieke waarde. Let wel: er is geen garantie dat u later wel tegen de intrinsieke waarde kan verkopen.

Distributie/kapitalisatie

Of uw fonds een dividend uitkeert, hangt af van het soort fonds dat u kiest: of u voor een distributie- dan wel een kapitalisatiefonds gaat. Voor elk beleggingsfonds kunt u in principe tussen beide varianten kiezen. Bij een distributiefonds krijgt u elk jaar een dividend uitgekeerd. Het gaat om de opbrengsten die het fonds heeft gerealiseerd (denk daarbij aan de dividenden van onderliggende aandelen of de coupons van obligaties waarin het fonds investeert) min de kosten. Kiest u voor een kapitalisatievariant dan krijgt u geen dividend, want dan wordt de opbrengst geherinvesteerd in het fonds.

Welke variant u best kiest, hangt af van wat u beoogt met uw belegging. Wilt u bijvoorbeeld een regelmatig inkomen, dan kiest u best voor een distributiefonds. Investeert u voor de lange termijn, dan is een kapitalisatiefonds meer aangewezen.

Hou ook rekening met het verschil in fiscale behandeling (zie tabel). Bij een kapitalisatiefonds moet u bijvoorbeeld geen roerende voorheffing (30%) betalen omdat er geen dividend wordt uitgekeerd, maar de opbrengst wordt geherinvesteerd, terwijl dat op het jaarlijkse dividend van een distributiefonds wel het geval is. Omgekeerd betaalt u bij de distributievariant geen beurstaks bij de verkoop van uw fonds.

Kapitaalbescherming

Fondsen met kapitaalbescherming passen bepaalde beleggingstechnieken toe, die u op de eindvervaldag van uw fonds minstens uw oorspronkelijk geïnvesteerd kapitaal laten recupereren. Weinig banken bieden vandaag evenwel nog fondsen met 100 procent kapitaalbescherming aan, een gevolg van de ultralage rente. Die maakt dat fondsbeheerders nog amper marge hebben om afgeleide producten te kopen die voor die kapitaalbescherming moeten zorgen. Overigens betekent kapitaalbescherming niet dat u op het einde van de rit al uw centen terugziet. Aan een fonds zijn ook kosten verbonden. En die worden afgetrokken van uw geïnvesteerde kapitaal.

ISIN

Elk fonds heeft een unieke ISIN-code, of International Securities Identification Number. De code bevat 12 karakters, te beginnen met de landcode. Bij de in België geregistreerde fondsen beginnen de meeste ISIN-codes met BE (naar Belgisch recht) of met LU (naar Luxemburgs recht).

Lopende kosten

Welke kosten er allemaal komen kijken bij het kopen en verkopen van fondsen leest u verderop in dit katern (zie blz 47). We beperken ons hier tot de lopende kosten. Die omvatten alle kosten die uw fonds jaarlijks draagt en die dus aan uw rendement knagen: de beheerskosten (vergoeding van de teams, de analisten en de informaticasystemen), de administratieve en boekhoudkundige kosten, de bewaar- en distributiekosten en de eventuele ‘performance fee’. Dat is een soort prestatiebonus: in de jaren waarin beheerders uitstekende rendementen realiseren, nemen ze soms een extra commissie.

Fondsbeheerders zijn verplicht om de lopende kosten te vermelden op het zogenaamde KIID-document (zie verder). Die lopende kosten worden uitgedrukt in een percentage, de zogenaamde TER. Dat staat voor Total Expense Ratio. Stel: de lopende kosten bedragen 1,65 procent. Voor elke 1.000 euro die u investeert, wordt 16,50 euro van de netto-inventariswaarde van uw fonds ingehouden.

KIID

Het woord is gevallen: de KIID of Key Investor Information Document. De Nederlandstalige term is Essentiële Beleggingsinformatie. Sinds juli 2012 moet elk fonds een KIID kunnen voorleggen. Een KIID bestaat uit vijf korte hoofdstukken: doelstellingen en beleggingsbeleid, risico -en opbrengstprofiel, kosten, de in het verleden behaalde rendement en praktische informatie (bijvoorbeeld waar je terecht kan om de waarde-evolutie van het fonds op te volgen). Hoe een fondsenhuis een KIID invult, is zeer strikt omlijnd. Bij de in het verleden behaalde resultaten, moet bijvoorbeeld steeds gewerkt worden met een balkgrafiek.

Een belegger die een fonds koopt, wordt geacht de KIID te hebben gelezen. Integenstelling tot het prospectus en het jaarverslag is de KIID bewust behapbaar gehouden. De andere wettelijke documenten bestaan vaak uit honderden pagina’s omdat ze betrekking hebben op meerdere fondsen.

MiFID II

Dat is een uitgebreide aanvulling op de eerste Markets in Financial Instruments Directive uit november 2007, die de bescherming van de consument beoogt. MiFID II gaat in op 1 januari 2018 en moet tegen de zomer in nationale wetgeving zijn gegoten. Zeker is dat de transparantie over de kosten die fondsen aanrekenen zal stijgen. Veel fondsen tellen bijvoorbeeld hun transactiekosten die ze voor de aankoop of de verkoop van effecten maken, niet mee in de lopende kosten. Dat zou met MiFID II moeten veranderen.

Retrocessies

Een deel van de beheerskosten die u betaalt (vaak tot 50 procent), stort de beheerder door aan de verdeler van de fondsen. Europa heeft het daar moeilijk mee. De redenering is dat de verdelers daardoor geneigd zijn om niet de beste fondsen aan te bieden, maar wel de fondsen met de riantste retrocessies, ook wel kickbacks genoemd. Zoals het er nu naar uit ziet, worden retrocessies onder MiFID II verboden in discretionair vermogensbeheer (private banking) en voor tussenpersonen die verklaren onafhankelijk advies te geven. In voorbereiding van MiFID II zijn er vandaag al een aantal partijen die retrocessies doorstorten aan hun klanten, zoals Van Lanschot en ABN AMRO Private Banking.

Return

Op de fondsenpagina’s in De Tijd vindt u voor elk fonds de return terug. Dat is het rendement dat een fondsbelegger heeft behaald, over de voorbije 12 maanden. Bij kapitalisatiefondsen is dat de procentuele evolutie van de intrinsieke waarde. Bij distributiefondsen wordt uiteraard ook rekening gehouden met het dividend.

Op www.tijd.be/fondsen vindt u gemiddelde jaarrendementen terug op 1, 3, 5 en 10 jaar.

SRRI

De SRRI staat voor de ‘synthetic risk and reward indicator’, in het Nederlands het risico- en opbrengstprofiel. Een lagere score duidt daarbij op een lager risico, maar eveneens op een potentieel lager rendement. Een hogere score impliceert een hoger risico, maar eveneens een hoger potentieel rendement. De formule achter de SRRI is gebaseerd op de schommelingen in de intrinsieke waarde op weekbasis (standaardafwijking), waarbij de berekening loopt over een periode van vijf jaar. Het is pas als gedurende een periode van vier maanden het fonds de drempels continu overschrijdt dat het van categorie moet veranderen.

Sharpe-ratio

De Sharpe-ratio, met dank aan de Nobelprijswinnaar economie William Sharpe, zet het behaalde rendement van een fonds af tegenover het genomen risico. Een fonds dat na veel pieken en dalen tot hetzelfde eindpunt komt als een fonds dat in dezelfde periode een zeer geleidelijke weg heeft afgelegd, zal bijvoorbeeld een veel slechtere Sharpe-ratio hebben dan dat andere fonds. Hoe hoger de Sharpe-ratio, hoe beter. Een Sharpe-ratio van 1 of meer wordt beschouwd als een goede score. Op www.tijd.be/fondsen kunt u fondsen rangschikken op de Sharpe-ratio. Vergelijk echter enkel fondsen in dezelfde categorie.

Drawdown

In de fondsenwereld is drawdown de maximale procentuele daling - in het verleden - gemeten tussen de piek en de bodem van de waarde van het fonds. Het voordeel van die indicator is dat ze voor beleggers veel bevattelijker is als een graadmeter voor risico dan bijvoorbeeld een Sharpe-ratio.

Gesponsorde inhoud

Partner content