In vijf stappen naar het fonds dat het best bij u past

©Pieter Van Eenoge

Ja, we vinden de methodologie van De Tijd Awards superieur. Nee, we raden u niet aan blindelings de winnaars van deze awards, die begin dit jaar werden gelauwerd, te kopen. U krijgt wel een leidraad voor de juiste fondsenkeuze.

Om het beleggingsfonds te vinden dat het best bij u past, komt er wat denkwerk aan te pas. En daar willen we u graag bij helpen. Om te beginnen met een overzichtelijk vijfstappenplan.

1. Welk risico aanvaard ik?

Dat is de cruciale vraag die elke belegging moet voorafgaan. Maar de vraag kan ook luiden: ‘Naar welk rendement streef ik op de lange termijn?’

Als u geen enkel risico wil nemen, mag u meteen stoppen met lezen. De fondsensector kan u dan niet verder helpen, toch niet als u bij dat nulrisico een positief rendement wil hebben. Beschikt u over enkele honderdduizenden euro’s op een spaarrekening, en hebt u geen vertrouwen in het financieel systeem, dan kunt u tegen een licht negatief rendement in geldmarktfondsen stappen. Vorig jaar bedroeg het verlies circa een halve procent.

In de Essentiële Beleggingsinformatie - de verplichte bijsluiter bij elk fonds - vindt u een schaal met zeven risicoklassen. De geldmarktfondsen pronken in de categorie 1, het laagste risico, de goudmijnfondsen zitten in categorie 7, het hoogste risico. De vermelde risicocategorie komt louter mathematisch tot stand en is afhankelijk van de mate waarin er schokken waren in de waarde van het fonds (volatiliteit) over de voorbije vijf jaar.

Sta dus bij het aanschouwen van de risicograad altijd even stil bij die voorbije vijf jaar. Hebben de aandelenbeheerders te maken gehad met een zware beurscrash? Zijn de obligatiebeheerders zwaar getest geweest? Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), riep de crisis in de Europese obligatiemarkt een halt toe dankzij zijn ‘Whatever it takes’-toespraak. Dat is deze zomer vijf jaar geleden.

We zijn een koele minnaar van die risicoschaal, omdat ze enkel in de achteruitkijkspiegel kijkt. Op fondsen die voor de bankencrisis uitsluitend in achtergestelde bankobligaties belegden, kleefde ook de allerlaagste risicoscore 1. Bij het uitbreken van de bankencrisis werden sommige van die fondsen bevroren.

Als we vandaag de fondsen rangschikken op risicoklasse van laag naar groot, dan zien we bovenaan - na de geldmarktfondsen uiteraard - een fonds dat enkel in obligaties belegt met een lange looptijd, een fonds dat uitsluitend in rommelobligaties investeert en een fonds dat focust op obligaties in Chinese yuan. Afspraak binnen vijf jaar of zij hun (relatief) lage risicoklasse inderdaad hebben waargemaakt.

U blindstaren op de risicoklasse is dus uit den boze. Het kan hoogstens als een indicatie dienen. Veel belangrijker is de toepassing van het favoriete gezegde van mijn grootmoeder zaliger: ‘Leg niet alle eieren in dezelfde mand.’ Een fonds dat in één regio of één sector belegt, is risicovoller dan een fonds dat wereldwijd en in alle sectoren aandelen oppikt. Mensen die in de jaren 90 technologiefondsen en voor 2008 bankfondsen kochten, kunnen ervan meespreken.

Een fonds dat enkel belegt in aandelen, is risicovoller dan een fonds dat in alle mogelijke activaklassen belegt. En een fonds dat op zijn beurt in andere fondsen belegt, is in principe minder risicovol dan een fonds dat rechtstreeks in aandelen of obligaties belegt. Het ‘fonds van fondsen’ belegt immers onrechtstreeks in ettelijke duizenden lijnen. Dakfondsen hebben doorgaans hogere kosten omdat er in principe op twee niveaus beheerloon valt te betalen. Maar dat hoeft een goed en consistent rendement (na kosten) niet in de weg te staan. In de categorie ‘gemengde fondsen - neutraal risico’ behalen de dakfondsen KBC Master Medium, Nagelmackers Multifund Balanced en ING Patrimonial Balanced ereplaatsen in de rangschikking voor De Tijd & L’Echo Awards. De laatste strandt op de tweede plaats na MercLin II SICAV Patrimonium.

Voor veel mensen bestaat het risicoprofiel uit ‘zo weinig mogelijk lijden onder een beurscrash, maar wel profiteren van een beurshausse’. Dat verklaart het succes van de zogeheten gemengde fondsen met flexibel risico waarin het gewicht van aandelen kan variëren van 0 tot 100 procent. Over de voorbije vijf jaar hebben in die categorie Vector Flexible (Vector AM), R Valor (Rothschild Gestion & Cie) en C+F Global Opportunities (Capfi Delen AM) - in deze volgorde - die moeilijke job het best gedaan, althans volgens onze methodologie. Maar zal dat ook de volgende vijf jaar zo zijn? Experts raden aan om ook bij dat soort fondsen de belegging te spreiden over verschillende beheerders. Een alternatief is een dakfonds dat in meerdere flexibele fondsen investeert zoals Private Invest Best Managers (Deutsche Bank).

2. Wil ik een meerwaarde of een inkomen?

Ook dat is een zeer persoonlijke vraag. Afhankelijk van uw leeftijd of arbeidssituatie , zal het ene belangrijker zijn dan het andere. De voorbije jaren is de vraag naar een inkomen uit fondsen gestegen, omdat bij spaarboekjes, kasbons en obligaties het inkomensaspect grotendeels is verdwenen. De fondsbeheerders spelen daar uiteraard gretig op in met fondsen waarbij regelmatige en hoge uitkeringen een expliciete doelstelling is.

Het meest verspreide gemengde fonds in België, Carmignac Patrimoine, heeft een zusterfonds, Carmignac Portfolio Patrimoine Income, met maandelijkse uitkeringen. Het brutodividendrendement bedraagt momenteel 5 procent. Een Belgisch voorbeeld is DPAM L Global Target Income met kwartaaluitkeringen. Het fonds streeft naar een brutodividend van 3 procent.

7
Elk fonds wordt ingedeeld in 7 mogelijke risico-indicatoren. De indicatoren zijn louter op het verleden gebaseerd.

De keuze tussen meerwaarde en inkomen kan je in een land als België niet los zien van het belastingaspect. Weet dat bij distributiefondsen op elke uitkering van een fonds een roerende voorheffing van 30 procent van kracht is. Weet ook dat bij fondsen met minstens 25 procent obligaties, er een meerwaardetaks (Reynderstaks) van 30 procent verschuldigd is. Alleen al door die taks geven sommige beleggers in geval van gemengde of obligatiefondsen de voorkeur aan het distributietype. Dan volgt er geen zware belastingfactuur meer aan het einde.

De privaatbank Van Lanschot richtte in november 2014 vijf gemengde fondsen op - volgens vijf risicoprofielen - die alle inkomsten die onder de Reynderstaks vallen, jaarlijks uitkeert. Zo is er bij de verkoop van de fondsen geen enkele meerwaardetaks meer. Een dergelijke regeling kan enkel na een ruling met de fiscus.

Bent u een liefhebber van aandelenfondsen, dan zijn fondsen zonder uitkering fiscaal het meest interessant. Er is immers geen meerwaardetaks verschuldigd op aandelenfondsen. Weet wel dat bij verkoop 1,32 procent beurstaks wordt ingehouden bij kapitalisatiefondsen, en dat met een maximum van 4.000 euro. Distributiefondsen zijn vrijgesteld van beurstaksen.

3. Hoeveel tijd wil ik hier besteden?

U kunt verschillende fondsen kopen met een focus op een bepaalde regio, thema of activaklasse als bouwstenen voor een gediversifieerde beleggingsportefeuille of u kunt een of enkele profielfondsen met een zeer gediversifieerde portefeuille kopen, passend bij uw risicoprofiel. In het eerste geval besteed je een pak meer tijd aan uw belegging. Er kruipt niet alleen tijd in de selectie van de fondsen, er is ook een zekere opvolging vereist. Er is het bekende voorbeeld van Delta Lloyd Asset Management (momenteel in een overnameproces met NN IP) dat de voorbije jaren een pak sterbeheerders zag vertrekken. Volgens het ratingbureau Morningstar had het personeelsverloop een impact op de kwaliteit van het beheer.

De voorbije jaren zagen in België steeds meer profielfondsen het levenslicht. Het is een product voor mensen die geen zin hebben om veel naar hun belegging om te kijken. Afhankelijk van het profiel heten die fondsen ‘defensive’, ‘conservative’, ,‘balanced’, ‘growth’, ‘agressive’, ‘very agressive’, enzovoort. Vorig jaar lanceerde ABN AMRO Private Banking drie beleggingsfondsen (Comfort Invest), waaruit klanten kunnen kiezen conform hun risicoprofiel. De fondsen bestaan voor 40 procent uit actief beheerde fondsen en voor 60 procent uit indexfondsen of trackers.

4. Hoeveel kosten betaal ik?

Hoe minder kosten, hoe meer rendement voor u aan het einde van de dag. Er zijn kosten die u betaalt aan de verdeler van de fondsen, en kosten die u verschuldigd bent aan de fondsbeheerder. Vooral op de instapkosten kunt u redelijk wat besparen. De maximale instapkosten kunnen volgens het prospectus soms oplopen tot 5 procent. Geeft u daaraan toe en houdt u het fonds tien jaar in portefeuille, dan zakt het rendement jaarlijks met 0,5 procent.

Onderhandel die instapkosten naar beneden bij uw bankier of tussenpersoon. Bij onlinebrokers en bij Deutsche Bank betaalt u doorgaans geen instapkosten. BinckBank, die zijn fondsenaanbod onlangs fors uitbreidde, rekent geen instapkosten aan vanaf 500 euro. Het Franse prijsbeest Carmignac verplicht zijn verdelers instapkosten van 1 procent aan te rekenen. Maar in het kader van een fondsenspaarplan mogen die instapkosten van Carmignac weg. Nog een voorbeeld waarbij u zelf de instapkosten kunt verminderen: de bank Crelan pakt uit met de aandelenfondsen van de wereldspeler Amundi, waarvoor je doorgaans 2,5 procent instapkosten betaalt. Weet dat diezelfde Amundi-fondsen via de onlinebrokers of Deutsche Bank gratis beschikbaar zijn.

Als u geen instapkosten moet betalen, dan is dat omdat de beheerder een deel (circa de helft) van de beheerskosten doorstort naar de verdeler. Hou zeker ook die beheerskosten in het oog. In tegenstelling tot bijvoorbeeld smartphones staat bij fondsen een duurder exemplaar niet garant voor een betere kwaliteit.

Vooral fondsen die een beursindex ‘knuffelen’, verdienen lopende kosten tussen 0,75 en 2 procent niet. Door gewoon al eens een kijkje te nemen naar de samenstelling van het fonds, kunt u nagaan of de beheerder los denkt van een index. Is dat niet het geval, dan bent u beter af bij trackers waar de jaarlijkse lopende kosten amper enkele tientallen basispunten bedragen.

Hou tot slot ook rekening met bewaarkosten. Dat zijn de jaarlijkse kosten die sommige banken aanrekenen per lijn in een effectenrekening. Als de bewaarkosten een percentage vormen van de waarde van de belegging en als er geen plafond is, dan kan de factuur behoorlijk oplopen. Grootbanken rekenen doorgaans geen bewaarloon aan op de eigen huisfondsen. Onlinebrokers rekenen geen bewaarloon aan, bij Deutsche Bank is er een maximum van 80 euro per jaar. (U leest meer over de kosten van een fonds op pagina 47)

5. Mag ik de awardwinnaars blindelings kopen?

Nee dus. Net als bij de vaststelling van de risico-indicatoren, zijn ook de Tijd-Awards louter gebaseerd op het verleden, en daar moet u altijd een beetje mee oppassen. Eerst moet u de eerste vier stappen doorlopen van dit vijfstappenplan. Maar vervolgens is de pagina met de awardwinnaars zeker uw blik waard. Want de winnaars hebben een aantal zaken met elkaar gemeen, elementen die best in de smaak vallen.

Geen indexknuffelaars. Een winnaar van een Tijd Award kan onmogelijk een indexknuffelaar zijn. Bij Vector Navigator, de laureaat bij de internationale aandelenfondsen, wijkt de portefeuille 85 tot 90 procent af van de referentie-index MSCI World-index. De drie Belgische aandelenfondsen van KBC Asset Management, die de eerste drie plaatsen bezetten in de categorie Belgische aandelen, leggen een grote focus op kleine en middelgrote aandelen buiten de Bel20.

Consistente presteerders. Het grootste risico om laureaten van awards te kopen is dat je met eendagshoogvliegers te maken hebt. Daarom kennen we De Tijd & L’Echo-Awards een gewicht toe van liefst 40 procent voor de regelmaat in de prestaties. De laureaten hebben de voorbije vijf jaar in elk jaar bovengemiddeld gepresteerd. Ook dat biedt nog geen garanties naar de toekomst toe, maar we denken dat de kans groter is dan gemiddeld dat die fondsen ook in de toekomst niet ontgoochelen. Een goede regelmatige score is doorgaans het gevolg van een gezonde en duurzame methodologie in het beheer van het fonds.

Risicobeheerders. De laureaten zijn per definitie sterk in het beheren van het risico. Het behaalde rendement over de voorbije vijf jaar speelt voor slechts 20 procent mee in de rangschikking. Het rendement aangepast voor risico (Sharpe-ratio) en de prestatie in een neergaande markt hebben samen een gewicht van 40 procent.

Gematigde kosten. De laureaten overdrijven niet in de hoogte van de beheerskosten. Doorgaans rekenen ze kosten aan die onder het gemiddelde liggen in hun categorie. Wie fondsen selecteert, vermijdt best al te dure fondsen, want die beginnen elk jaar opnieuw met een flinke achterstand ten opzichte van concurrerende fondsen.

Gesponsorde inhoud

Partner content