column

Mijn eerste keer

Serge Mampaey

Op de aandelenmarkten kan je op korte tijd veel geld verdienen. Dat is alvast iets wat de superrendementen van de best geklasseerden in de Beursrally suggereren.

Al krijg je in het echte leven natuurlijk geen geld voor het oplossen van vragen. Voor deze wedstrijd beloofde ik als ‘beursstier’ op alles te springen wat beweegt, en dat loont tot nu toe vrij goed.

Ik besefte snel dat je vooral in een bedrijf moet beleggen, niet in 'een aandeel'.

Al geef ik toe dat veel op louter toeval berust. Donderdagavond, net voor het schrijven van deze column, heb ik alle koersbewegingen in Brussel nog eens nauwgezet bestudeerd. Wat een rollercoaster! Zowat een tiende van de aandelen op het koersenbord bewoog die dag meer dan 2 procent, en ruim een kwart meer dan 1 procent. Een ratingwijziging voor een groot bedrijf als de bouw- en baggergroep CFE? Min 12 procent! Een lichte klim van de rente? Min 3 procent voor enkele ‘veilige’ vastgoedaandelen. De dagen voordien swingde het door de biotechbonanza nog meer op de beursvloer.

Bekende deelnemers

1. Serge Mampaey 27,1%

2. Faroek Özgünes 15,9%

3. Véronique Goossens 9,3%

4. Kurt Vansteeland 4,9%

In de Beursrally is het vrij makkelijk om van de heftig op- en neergaande bewegingen te profiteren. U betaalt weliswaar een hoge kostprijs van 15 euro per transactie, maar geen beurstaksen zoals in de realiteit. De torenhoge beursbelasting van 0,35 procent per aan- en verkooptransactie - dat tarief moet zowat het hoogste ter wereld zijn en is een verdubbeling in zes jaar tijd - maakt het de actieve belegger knap lastig.

Dan maar beleggen voor de lange termijn, wat ook loont. Want niet iedereen heeft de tijd om de dagelijkse capriolen van de markt te volgen. Mijn eerste fout als belegger was veel te vroeg te verkopen, en proberen in te spelen op die kortetermijntrends. De eerste keer dat ik op de beurs actief werd, was in mijn studententijd. Enig speurwerk op het Brusselse koersenbord leverde nota bene een Amerikaans bedrijf op dat toen nog als certificaat in Brussel noteerde: de statige bank JPMorgan. Ik verkocht het na amper een week met een winst van enkele procenten, maar kon het nadien niet meer goedkoper op de kop tikken. Uit frustratie kocht ik het maanden later tegen een veel hogere koers terug, en moest ik twee keer makelaarskosten en beurstaksen neertellen. Dat holt het rendement op lange termijn uit.

Ik besefte wel dat je vooral in een bedrijf moet beleggen, niet in ‘een aandeel’. Aandeelhouder zijn, betekent voor mij het bedrijf goed kennen en je een beeld kunnen vormen over de toekomst van een onderneming. JPMorgan in portefeuille en weetjes over het reilen en zeilen van de legendarische bankier John Pierpont Morgan hielpen alvast om mijn eerste job bij ‘mijn’ eerste bedrijf te versieren.

Een vriendin vroeg me deze week ook wat raad voor een spaarrekening voor haar zoontje. Een rekening? Nee, met zo’n lange termijn voor ogen moet je in aandelen zitten. Geen twijfel mogelijk! Mijn collega’s weten perfect welke namen ik kocht voor mijn kroost: ik zocht expliciet bedrijven met een mooie staat van dienst die tegen een stootje kunnen en voldoende diversificatie opleveren. Dat leverde de holdings Sofina, Ackermans & van Haaren en Berkshire Hathaway op. Met een bank erbij: geen Belgische, maar de Zwitserse Julius Bär, die al twee wereldoorlogen heeft doorstaan. Julius Bär floreert. Dat kan je van Fortis of Dexia niet zeggen.

Gesponsorde inhoud

Partner content