Bij burn-out ga je best na drie maanden weer aan de slag

Wie een half jaar thuiszit met een burn-out heeft nog 45 procent kans om weer aan het werk te gaan. ©Hollandse Hoogte / Chris Pennarts

Wie thuis zit met een burn-out, bereidt best binnen de drie maanden de terugkeer naar het werk voor. Daarna slinken de kansen op succes. ‘Werk is een belangrijk onderdeel van het herstel’, zeggen onderzoekers en therapeuten.

‘We weten dat bij een terugkeer naar het werk binnen de drie maanden de kans op succes zo’n 80 procent is’, zegt Lode Godderis, professor arbeidsgeneeskunde aan de KU Leuven en hoofd onderzoek van de preventiedienst IDEWE. Het kan zowel gaan om een werkhervatting bij de eigen werkgever als om een nieuwe start bij een ander bedrijf, en het werk kan in een eerste fase gedeeltelijk worden hervat.

Na een half jaar daalt de kans op werkhervatting bij langdurig zieken naar 45 procent. Na een jaar slaagt nog maar een op de vijf erin weer aan de slag te gaan.

Wetenschappelijk groeit de consensus dat (gedeeltelijke) werkhervatting bij burn-out binnen de drie maanden belangrijk is. Dat staat onder andere in de officiële Nederlandse richtlijn voor burn-outbehandelaars.

Nieuw evenwicht

De termijn van drie maanden is belangrijk omdat zich daarna een nieuw evenwicht vormt, zegt Godderis. ‘Op het werk zijn de taken herverdeeld, de persoon die thuis zit heeft een ander levensritme en deelt zijn dag anders in. De afstand tot het werk wordt steeds groter, en bij beide partijen groeien de angst en de onzekerheid over een eventuele terugkeer.’

‘We adviseren cliënten niet te wachten tot ze 100 procent hersteld zijn om weer aan de slag te gaan’, zegt ook klinisch psychologe Eveline Bockhodt van The Human Link, een stressexpertisecentrum dat werkt met de inzichten uit wetenschappelijk onderzoek. ‘Vanaf 60 à 70 procent kunnen ze het werk al hervatten. Burn-out is een werkgerelateerde aandoening. Werk is dus een belangrijk onderdeel van het herstel.’

10 mythes over burn-out

‘Werkaanpassingen, tijd en contact zijn cruciaal’, zegt Godderis. ‘Contact met de leidinggevende en collega’s verlaagt de drempel om opnieuw aan de slag te gaan. Het verhoogt ook de kans dat aanpassingen op het werk mogelijk zijn, en dat is goed voor een snelle en duurzame werkhervatting.

Spontaan aan het werk

Uit een studie van IDEWE bij 1.400 langdurig zieke werknemers die in 2017 door een arbeidsgeneesheer zijn bezocht, blijkt dat 83 procent weer spontaan aan het werk gaat na het gesprek met de bedrijfsarts. Zo’n gesprek vindt meestal binnen de zes maanden plaats.

We adviseren cliënten niet te wachten tot ze 100 procent hersteld zijn om weer aan de slag te gaan.
eveline bockhodt
klinisch psychologe

Voor wie opteert voor een re-integratietraject, dat doorgaans pas wordt opgestart na zes maanden tot een jaar afwezigheid, zijn de kansen op succes veel kleiner. Toch gaat ook in deze groep 41 procent weer aan het werk, bij hetzelfde bedrijf of elders.

‘Die resultaten liggen in de lijn van een nog lopend, uitgebreider onderzoek aan de KU Leuven’, zegt Godderis. ‘En ze bewijzen opnieuw hoe belangrijk een vroege detectie en doorverwijzing zijn. Al is dat vandaag jammer genoeg eerder de uitzondering dan de regel.’

Mentale aandoeningen

Meer dan 400.000 Belgen zitten al meer dan een jaar ziek thuis. Een derde kampt met mentale aandoeningen, en hun aandeel groeit. Nog een derde heeft last van pijn aan de spieren en botten, maar ook daar, zeggen experten, is er een belangrijke mentale component.

De federale overheid probeert sinds een paar jaar werkhervatting bij deze groeiende groep te stimuleren door re-integratietrajecten, waarbij langdurig zieken opgevolgd worden door de arbeidsgeneesheer. De vakbonden staan daar sceptisch tegenover. Het ACV zegt dat zo’n traject vaak leidt tot een ontslag om medische redenen. ‘Re-integratietrajecten zijn volgens ons, helaas, een ontslagmachine’, zegt Herman Fonck, hoofd van de dienst onderneming bij het ACV.

10 mythes over burn-out

Lees verder

Advertentie
Advertentie