analyse

Afrika, de blinde vlek op de vaccinatiekaart

Een vaccinatiecentrum in Kigali wacht op bezoekers. ©AFP

De rijkelandenclub G7 beloofde dit weekend 1 miljard coronavaccins aan arme landen te doneren. Dat klinkt mooi, maar betekent weinig. Vooral in Afrika is veel meer nodig als we willen voorkomen dat gevaarlijke varianten ontstaan en de wereldeconomie biljoenen euro's misloopt.

In de wereldwijde wedloop om iedereen zo snel mogelijk te vaccineren, bengelt één continent helemaal achteraan. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) waarschuwde vorige week dat bijna 90 procent van de Afrikaanse landen de wereldwijde doelstelling om tegen september minstens 10 procent van de bevolking te vaccineren niet haalt.

In heel Afrika zijn tot nu toe amper 32 miljoen vaccins uitgedeeld, minder dan 1 procent van de 2,1 miljard wereldwijd. Daardoor is amper 0,7 procent van de 1,3 miljard Afrikanen volledig ingeënt. In sommige landen - onder meer in Tanzania, Burundi en Eritrea - is de vaccinatiecampagne zelfs nog niet begonnen.

De essentie

Waarover gaat het? In tegenstelling tot veel westerse landen, waar mensen weer van vrijheid beginnen te dromen, heeft Afrika nog maar een fractie van zijn bevolking ingeënt. Dat heeft meerdere oorzaken: doordat het sterk van hulp afhankelijk is, kampt het met vaccintekorten, de infrastructuur levert problemen op en de bevolking is wantrouwig.

Waarom is dat voor ons belangrijk? We zijn pas veilig als iedereen veilig is. Zolang er geen wereldwijde groepsimmuniteit is, bestaat een kans dat er een mutatie komt waartegen de bestaande vaccins niet werken. Bovendien blijkt uit een studie van het IMF dat hoe sneller de hele wereld gevaccineerd is, hoe meer we daar de economische vruchten van plukken.

Hoe kunnen we het probleem oplossen? Omdat in Afrika amper vaccins worden geproduceerd, zijn de landen er sterk afhankelijk van hulp van buitenaf. Op korte termijn moeten er dus voldoende vaccindonaties komen. Op lange termijn moeten meer vaccins in Afrika zelf geproduceerd worden.

In andere landen is het dan weer schrapen om voldoende vaccins te vinden om mensen die al één prik kregen - vaak gezondheidswerkers of kwetsbare groepen - een tweede te geven, met alle gevolgen vandien voor hun immuniteit en de opmars van nieuwe varianten. Dat komt omdat veel landen het advies van de WGO opvolgden om geen vaccins op te sparen voor een tweede dosis. Toen de vaccinleveringen stilvielen, raakten ze in het nauw. 14 Afrikaanse landen zijn zo goed als volledig door hun voorraad vaccins heen.

'Afrikaanse landen hebben zelf amper productiecapaciteit, dus zijn ze voor 99 procent afhankelijk van leveringen van buitenaf', zegt Remco van de Pas, senior onderzoeker internationaal gezondheidsbeleid aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde. 'Wereldwijd bepalen de grote farmabedrijven het spel en door hun patenten kunnen ze hoge prijzen vragen. Omdat die voor veel armere landen onbetaalbaar zijn en ze de vaccins niet kunnen namaken, zijn ze op hulp aangewezen.'

Covax hapert

Die hulp kwam er in de vorm van het internationale vaccinatieprogramma Covax, dat onder auspiciën van de WGO wil garanderen dat vaccins wereldwijd beschikbaar zijn. Omdat westerse landen als de EU-lidstaten en de VS besloten op eigen houtje hun vaccins te bemachtigen, richt het zich specifiek op 92 armere landen. Het plan is tegen eind 2021 wereldwijd 2 miljard dosissen te leveren. Voor Afrika gaat het om 600 miljoen dosissen, voldoende om 20 procent van de bevolking in te enten.

Alle mooie woorden ten spijt kwam daar nog weinig van in huis. Westerse landen kochten het gros van de beschikbare vaccins op voor hun eigen bevolking en de hofleverancier van het Covax-programma, het Indiase Serum Institute dat onder meer het AstraZeneca-vaccin produceert, zette de export van vaccins zeker tot de herfst stop om de opstoot in eigen land het hoofd te bieden. Door dat exportverbod liep Covax sinds maart al 190 miljoen dosissen mis.

Ik smeek landen die al een hoge vaccinatiegraad hebben dosissen vrij te geven en de kwetsbaarste Afrikanen uit de intensieve zorgen te houden.
Dr.Matshidiso Moeti
Regionaal directeur Afrika van de Wereldgezondheidsorganisatie

Voor de meer dan 40 van de 54 Afrikaanse landen die van Covax afhankelijk zijn, is het een harde dobber. Alleen al voor de tweede prikken zijn de komende weken 20 miljoen vaccins nodig. 'Terwijl veel landen wereldwijd hun risicogroepen hebben ingeënt en nu zelfs overwegen kinderen te vaccineren, kunnen Afrikaanse landen hun kwetsbare groepen geen tweede dosis bieden', klaagde Dr. Matshidiso Moeti, regionaal directeur Afrika van de WGO, begin deze maand nog aan. 'Ik smeek landen die al een hoge vaccinatiegraad hebben dosissen vrij te geven en de kwetsbaarste Afrikanen uit de intensieve zorg te houden.'

Duizenden vaccins vernietigd

De vaccinschaarste komt op een moment dat Covid-19 bezig is aan een opmars op het continent. Hoewel ze in het begin van de pandemie relatief gespaard bleven, werden veel Afrikaanse landen in het begin van dit jaar geconfronteerd met een zwaardere tweede golf, onder meer door nieuwe varianten. Waarschuwingssignalen dat een derde golf op til is, gaan af. De voorbije weken steeg het aantal besmettingen in een kwart van de Afrikaanse landen. Vooral Egypte, Zuid-Afrika, Tunesië, Oeganda en Zambia worden zwaar getroffen.

Een tekort aan vaccins is niet de enige uitdaging. Hoewel sommige Afrikaanse landen door ziektes als gele koorts, mazelen en ebola meer ervaring met vaccinatiecampagnes hebben dan sommige westerse landen, is vlot en veilig mensen vaccineren er geen evidentie. De problemen zijn legio: een gebrek aan medisch personeel, een zwakke gezondheidszorg, slechte infrastructuur, belabberde wegen en een beperkt zicht op de bevolkingssamenstelling.

Dat heeft soms grote gevolgen. De voorbije maanden werden in Malawi en Zuid-Soedan duizenden vaccins vernietigd omdat ze vervallen waren voor ze konden worden ingezet. Hoewel de WGO eerst de paraatheid van een land screent voor Covax er vaccins mag leveren, blijven nog te vaak dosissen in de opslagplaatsen liggen omdat ze niet verder kunnen worden gebracht.

Tweederangsvaccins

Ook het wantrouwen van de bevolking is een struikelblok. Uit een studie van de Africa Centres for Disease Control (CDC) in 15 Afrikaanse landen bleek dat gemiddeld 20 procent van de bevolking geen vaccin wil. De aversie varieerde van minder dan 10 procent in landen als Tunesië, Niger en Ethiopië tot meer dan 40 procent in Congo.

'Door vragen rond veiligheid worden het AstraZeneca- en het J&J-vaccin minder gebruikt in Europa', zegt van de Pas. 'Via Covax doneren we ze wel aan Afrika. Dat leidt daar tot wantrouwen, want waarom worden vaccins die niet in de EU gebruikt worden wel in Afrika ingezet? Het gevoel leeft dat het tweederangsvaccins zijn.'

Daar komt bij dat het vertrouwen in de politieke leiders soms ver te zoeken is. 'In sommige landen vinden mensen het gewoon moeilijk iets van de overheid te verwachten', zegt van de Pas. 'Ze leven in precaire omstandigheden en hebben nog veel andere problemen, zoals malaria of tuberculose. Omdat de impact van de pandemie er veel minder uitgesproken is, voelen mensen minder de nood om zich te laten vaccineren.'

Volgens het credo dat we pas veilig zijn als iedereen veilig is, houdt de cocktail van hoge besmettingscijfers en een lage vaccinatiegraad grote gevaren in. Als de pandemie in Afrika blijft voortwoekeren en nieuwe mutaties ontstaan, loopt de hele wereld gevaar. Hoewel vaccins tot nu (deels) effectief bleken tegen nieuwe varianten, bestaat het gevaar dat een mutatie ontstaat waartegen ze niet helpen. Die kan ook naar onze contreien overwaaien.

Deal van de eeuw gemist

Dat lijken de wereldleiders stilaan ook te beseffen. Nu in eigen land een almaar groter deel van de bevolking veilig is, is de bereidheid om vaccins met Afrika te delen groter. Op de laatste dag van de G7-top in het Britse Cornwall beloofden de leiders van de VS, het VK, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Canada en de EU samen 1 miljard dosissen aan arme landen te schenken. Ook ons land wil 4 miljoen vaccins aan Covax doneren.

'Er zijn een paar lichtpuntjes', zegt Luc Debruyne, strategisch adviseur van de internationale vaccincoalitie CEPI, die instaat voor de onderzoeks- en ontwikkelingskant van Covax. 'Stilaan komen initiatieven van de grond, al blijft er door de onzekerheid over nieuwe varianten enige terughoudendheid om veel weg te schenken. Die schenkingen zijn goed, maar ze zijn niet voldoende. Het moet veel beter. Ik hoop dat de roep van de G7 luid genoeg klinkt om zaken te veranderen.'

Volgens experts is de belofte slechts 1 miljard dosissen te doneren een gemiste kans om de deal van de eeuw te sluiten. Het Internationaal Monetair Fonds berekende dat maar 50 miljard dollar nodig is om tegen april 2022 70 procent van de wereldbevolking in te enten, wat moet volstaan om de pandemie de baas te kunnen.

De Afrikaanse Unie kondigde in april aan dat ze de komende 15 jaar vijf vaccincentra in Afrika wil bouwen. Het plan is over 20 jaar 60 procent van de vaccins die op het continent gebruikt worden te produceren.

Die investering van amper 0,13 procent van het bruto binnenlands product van de G7-landen betaalt zich dubbel en dik terug. Naast de vele vermeden sterfgevallen zou het de wereldeconomie tegen 2025 9 biljoen dollar opleveren, een rendement van 17.900 procent. Volgens het IMF zou meer dan 40 procent van de winst naar rijkere landen gaan, dankzij de wereldwijde vraag naar hun producten en een sterker consumentenvertrouwen in eigen land.

Lokale vaccinproductie

Hoe mooi ook, het plan van het IMF is maar een tijdelijke noodoplossing. In de toekomst zijn structurele veranderingen nodig. 'In Afrika worden al wat vaccins geproduceerd, bijvoorbeeld tegen gele koorts in het Pasteur-instituut in Senegal', zegt van de Pas. 'Maar dat is nog erg beperkt. In de toekomst moet dat veel grootschaliger gebeuren.'

De Afrikaanse Unie kondigde in april aan dat ze de komende 15 jaar vijf vaccincentra in Afrika wil bouwen. Dat gebeurt in samenwerking met CEPI. Het plan is over 20 jaar 60 procent van de vaccins die op het continent gebruikt worden te produceren.

Ook het Duitse farmabedrijf BioNTech, bekend van het Pfizer-BioNTech-vaccin, en de Europese Unie willen in de Afrikaanse productiecapaciteit investeren, al gebeurt dat ook om opportunistische redenen. In één klap veegt het zo de vraag de patenten van de coronavaccins af te schaffen aan de kant.

Tot slot zijn afspraken nodig over hoe we een volgende pandemie aanpakken, zegt Debruyne. 'De wereld was niet genoeg voorbereid, al is er wel vooruitgang geboekt in vergelijking met de Mexiaanse griep in 2009. Twaalf weken nadat het eerste vaccin is goedgekeurd, hebben we ook aan ontwikkelingslanden kunnen leveren. We moeten al een plan van aanpak hebben voor de volgende crisis toeslaat. Als je de brandweer nog moet samenstellen op het moment dat het brandt, is het te laat.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie