Advertentie
reportage

‘Alles wat exotisch is, moet weg. De norm is nul’

©Rik Van Puymbroeck

Achi Wu is zijn naam en in Moorsel houdt hij café Tipken open. Het dorp verloor dit jaar ex-burgemeester Ilse Uyttersprot en uit zijn land ontsnapte het virus. Achi Wu kent Wuhan, hij studeerde er. ‘China en het Westen hadden hun kennis sneller moeten delen.’

Iemand zei: ‘Je schrijft wel weinig over de natuur waar je door wandelde.’ Mea culpa, inderdaad, ze is nochtans zo mooi.

Deze ochtend nog, vanuit Wetteren, pad door natte weiden en dan schurend langs de Schelde, waar het voetveer je naar Schellebelle kan overzetten. Dichtbij liggen de Kalkense Meersen, je loopt door het Heisbroek waar je de porseleinhoen en de bruine kikker zou kunnen zien, richting Uitbergen. Een oud bord van B.L.O.S.O., logo jaren 70, toont net leesbaar oefening 12: ‘Tweemaal veren in buigstand en dan springen tot zijwaartse spreidstand, de armen zijwaarts geheven.’ Je kijkt rond, geen mens te zien, het zou kunnen, maar zelfs jezelf zo bezig zien lijkt belachelijk. Bovendien sukkelt de niet-zo-geoefende wandelaar met een blaartje en vertrok hij deze ochtend na ondertussen 257.145 stappen als een kreupele. Vreemd hoe één klein open velletje op één klein teentje zoveel ellende veroorzaakt. Zoals één klein veertje een 53-jarige machine kan doen kraken. Springen in zijwaartse spreidstand is een slecht idee.

Het is bovendien oppassen, wat verderop in domein Berlarebroek, waar het ‘nat en venig’ is. De grauwe deken met van die regen die niet giet maar miezert en waarvan je zo nat wordt, weegt op de wandelaar. Schoonheid wordt verblind door een grijs gemoed. Sorry Berlare. Sorry Donk. Sorry reiger aan het water. Warme wortelsoep in De Kalvaar maakt wat goed, zelfs al klinkt ‘Das Leben tanzt Sirtaki’ uit de boxen en valt het opgevangen gesprek tussen twee tafels niet mee: ‘Wa peisde gij van diene corona? Belachelijk hé. Het is Wereldoorlog Drie, maar op een andere manier. Zegt dat ik het u gezegd heb.’

Rattenvanger Filip Meersman, Berlare ©Rik Van Puymbroeck

Zou één gesprek niet over corona gaan? Het is de plaag van het jaar. Laat dit verhaal maar over plagen gaan.

Terwijl wij in ons kot zaten, waadde Filip Meersman met lange lieslaarzen door vijvers in Oost-Vlaanderen. Telewerken zat er voor hem niet in. Hij heeft geen vijver in de tuin en dat is zijn job. Op zijn busje aan een plas in Berlare staat ‘RATO vzw. Rattenbestrijding Oost-Vlaanderen.’ Naar Filip is het even zoeken, maar daar loopt hij dan. Aan de rand en in het water, tussen grassen en planten, op zoek naar wat hier niet hoort. ‘Watersla zoek ik’, zegt hij. ‘Ja, ook voor mij is het de eerste keer. Het is een nieuwe exoot, je vindt het bijvoorbeeld veel in Brazilië, en het komt hier omdat mensen die een vijver hebben zulke planten aankopen in tuincentra. Maar dat gaat woekeren, ze knippen dat weg en gooien dat rond. Jammer.’

Dat corona mensen samenbrengt, heb ik even geloofd. Nu denk ik net het omgekeerde.
Filip Meersman
Rattenvanger

In twee zinnen linkt Meersman oude en nieuwe plagen: ‘Alles wat exotisch is, moet weg. De norm is nul.’ Dat geldt voor watersla, dat geldt voor corona, het geldt voor het werk waar hij 15 jaar geleden aan begon. Berlare is Hamelen niet, Filip heeft geen fluit, maar rattenvanger is dus wel zijn job. ‘Muskusratten, bruine ratten en zwarte ratten. We doen dat in opdracht van de gemeenten. Maar omdat er bijna geen muskusratten meer zijn, nemen we er werk bij. Zoals watersla weghalen, bijvoorbeeld. Of stadsduiven.’

We zijn in de streek waar muskusratten ooit gegeten werden. Nog niet zo gek lang geleden kon je in Baasrode, bij Dendermonde, muskusrat op restaurant eten. ‘Lekker’, glimlacht Filip. ‘Rood vlees, smolt op je tong. Ze noemen muskusratten ook waterkonijnen en er is een parallel. Ze kunnen tot drie nesten per jaar hebben, met telkens zeven jongen. Tel maar. Ze kweken als waterkonijnen. Maar het zijn exoten, oorspronkelijk kwamen ze uit Noord-Amerika, en ze richten veel schade aan door gangen onder dijken te graven. Dus moeten ze weg. Dat lukt goed. Aan de randen van de provincie, in Ronse en het Meetjesland, vind je er nog wat.’

©Mediafin

Kijken naar strontjes

Filip is uit het water gekomen. Zijn gele laarzen zijn gloednieuw, uit zijn waterdicht pak haalt hij wat tabak en rolt een sigaret. Zijn gsm trilt, zijn ogen blinken: ‘Speuren vind ik de max. Met mijn kano op het water en zo aan de kant kijken naar strontjes of voetsporen. Met die watersla moet je dat natuurlijk niet doen. Ooit was ik opvoeder, maar dit doe ik liever. Lockdown? Ik zou zot geworden zijn. (zijn arm maakt een wijde beweging) Gelukkig is dit mijn bureau: de volle natuur. Ik kon niet thuiswerken.’

Wat zou hij daar trouwens doen? Facebook smeet hij ‘eraf’, zegt hij. ‘Je wordt ernaartoe gelokt, maar je wordt compleet down van wat je er leest. Mensen hebben zulke uitgesproken meningen, maar ze staan niet open voor anderen. Dat corona mensen samenbrengt, heb ik even geloofd. Nu denk ik net het omgekeerde. Ook van de politiek verwacht ik niets meer. Een coalitie met zeven? Kom. Vroeger stemde ik Groen, maar nu stem ik al jaren ongeldig. Mijn inzicht dankzij 2020 is eenvoudig: ik zoek in mezelf naar iets goeds en geef dat door. Dat kan simpel zijn, hoor. Gewoon een goeiedag. Of een klapke als dit.’

Dag Filip met het grappig geknipte haar, de opvallende tattoos en de oorringen. Vang je ratten, duiven en watersla goed en het klapke deed inderdaad deugd. Filip vertelde nog over zijn grote hobby: re-enactments van Vikings, vaak in Denemarken, waarin hij houtsnijder speelt. ‘Er was dit jaar maar één treffen, in Nederland, zonder publiek.’ Filip kijkt uit naar 2021.

Met zijn woorden verdelgt hij de nevel aan de hemel en in ons hoofd en hart. Stappend naar Appels gaat er licht schijnen. Daar - zoals het spreekwoord zegt: ‘Vierde veer, goede keer’ - gaat de GR128 het water over en we nemen voorgoed afscheid van de Schelde. Andere wateren zullen komen. Ik maak een rekensom. 185 kilometer liggen achter me, nog 289 te gaan. Niet eens in de helft. Even achterom kijkend, terug over de Schelde, ligt wat voorbij is. Stel nu (stél) dat iemand zou zeggen dat verdergaan niet moet, maar dat ik enkel terug moet naar Kemmel. De gedachte bezinkt een moment en daar, eerst in hoofd en dan diep beneden in een zich omkerende maag, lijkt dat ondraaglijk. Zou onmogelijk lukken en dat is de levensles voor deze melancholicus: voor het eerst in mijn leven voelt vooruitkijken fijner dan terugblikken.

Afgeluisterde gesprekken

In mijn hoofd leg ik een plaatje op, een oud nummer van Paul Simon, het heet ‘Train in the Distance’. Weemoedig liedje, maar aan het einde zegt het ook dat: ‘The thought that life could be better / is woven indelibly / into our hearts and our brains.’ Zo gaat dat met liedjes: door Appels en langs Oudegem op weg naar Denderbelle staat het op repeat. Wat goed is, en al die dagen wandelen schermt je zelfs een beetje van de wereld af. Pas in café Bareelke komt hij weer binnen. Ook hier gaan de afgeluisterde gesprekken van vaste gasten, elk aan een tafeltje en hun pinten op anderhalve meter van elkaar, over corona. In het toilet een papier: ‘Beste leden v/d pronostiekclub wegens corona maatregelen zijn wij genoodzaakt onze jaarlijkse souper te verplaatsen naar latere datum wij houden jullie op de hoogte het bestuur.’ 2020 heeft geen interpunctie nodig, elke dag lijkt op de vorige.

‘Wat doe ik hier’ was een boek van Bruce Chatwin en het is een vraag voor Dendermonde. In het filiaal van Standaard Boekhandel ligt ‘Faudt Nieuws’ naast ‘Ze zijn ons vergeten’ van Peter Mertens en onder ‘’t Peirt zoals ik het beleefde’ van Jan Huyghe. Belangrijke boeken liggen samen in de stad waar anderhalve meter aanschouwelijk wordt met deze stickers: ‘Hou 1 peirt afstand’. Dat het Ros Beiaard op 24 mei na tien jaar niet buiten kon, leidde tot net zoveel tranen als het traditioneel doet als het wél buitenkomt.

Maar is Dendermonde niet meer dan dat paard? Nadenken helpt en met één telefoontje naar Mon Heuvinck spreken we morgenvroeg af in de Honky Tonk. Of dat een goed idee is? Mail naar Rik Van Cauwelaert, bekend om zijn liefde voor de muziek en de club. 13 minuten later antwoord: ‘De Honky Tonk! Ik kom daar al sinds mijn achttiende. En of ik Mon ken. (…) Helaas door corona ligt de activiteit daar stil. (…) Het is een van die jazzclubs waar de avonden en nachten altijd te kort zijn. (…) Je zal versteld staan als je verneemt wie daar allemaal is gepasseerd.’

Mon Heuvinck, Dendermonde ©Rik Van Puymbroeck

We zullen het geen plaag noemen, maar ooit, op een dag, werd Mon Heuvinck verrast door een virus. Jazz, heette het, en omdat er geen vaccin tegen bestond, besmette hij zijn drie broers. Met hun vieren maakten ze overigens wel kans om als de Vier Heemskinderen op dat Ros Beiaard te gaan zitten, maar ma en pa waren van Denderbelle en door die bloedbaan sneuvelde dat plan. Op de Dendermondse zuiverheid zijn ze streng.

Er klinkt al muziek in het Jazzcentrum, het huis vlak voor de stadsbunker waar de Honky Tonk Jazzclub sinds 1965 zit. Die vier Heuvincks hadden drie jaar eerder de Jeggpap opgericht, een dixielandachtige jazzband. ‘Ik speelde piano, maar een paar jaar later kwam Norbert De Taeye erbij en daar kon ik niet tegenop’, lacht Mon, 78 vandaag. Zo begon de geschiedenis en nu loopt Mon voor in dit huis door die geschiedenis. Wie hier allemaal kwam, mensenlief, hou u vast: Ray Charles, BB King, Charlie Watts (‘gene vriendelijke’), Fats Domino, Dee Dee Bridgewater, George Lewis (‘men beweert dat hij in Dendermonde een valling opdeed en daar later aan stierf’), Curtis Mayfield, Dana Gillespie (‘het lief geweest van Bob Dylan hé’), Leroy Jones (‘die ging in Dendermonde gewoon een pak frieten eten’), Toots natuurlijk. Al houden ze vooral van de grote New Orleans jazz: Lillian Boutté, Sammy Rimington, Wendell Brunious, Freddie Lonzo. Allemaal in de Honky Tonk.

Kleine zaal, grote namen

Grote namen in deze kleine zaal, waar we nu binnengaan en waar voorzitter Albert Braeckman aan het poetsen is. Op mensen als Mon en Albert draait zo’n club. Normaal kunnen ze, ‘met de barstoelen erbij’, 106 mensen zetten. Na de eerste lockdown, met afstand en zo, 48. ‘Aan het einde van een normaal jaar hebben we 4.000 euro winst’, zegt Albert. ‘Per optreden zo’n 400 euro. Drank inbegrepen hé. Maar de winst van vorig jaar is al lang op. In februari kochten we een nieuwe piano. Die kostte 5.000 euro. Normaal betaalden we die in twee jaar af. Maar 14 dagen na onze aankoop sloot corona alles. Van de cultuurraad krijgen we 530 euro coronasubsidie. Dat is iets. Hoeveel subsidie we anders krijgen? 269 euro. Voor een heel jaar.’

19 september was nog een mooie avond. Verjazz Combo, een Belgisch-Nederlandse band, kwam The Great American Songbook spelen. Een grotere band was onmogelijk, ook op het podium is anderhalve meter nodig. ‘Normaal hebben we dik twintig optredens per jaar, nu zijn we zeker de helft kwijt. Volgend jaar? Op 13 februari staat Dana Gillespie gepland, maar dat weten we nog niet. (hij overloopt de lijst) De Ginger Pig Jazzband zou op 21 november een laatste keer komen, die mannen zijn allemaal de 80 voorbij. Gaat dat volgend jaar nog lukken? The New Orleans Roof Jazzmen. Scotch, No Soda!’

De Ginger Pig Jazzband zou in november de laatste keer komen, die mannen zijn allemaal de 80 voorbij. Gaat dat volgend jaar nog lukken?
Mon Heuvinck
Oprichter jazzclub Honky Tonk

Gelukkig is jazz improviseren, maar op dat virus had niemand gerekend. Eén foto in de hall of fame valt op. Het is die van Manu Dibango, Kameroener, hier gespeeld, maar op 24 maart gestorven in Parijs. ‘Door corona’, zegt Mon. Wat zou een goed nummer zijn dat troost? Mon twijfelt niet. Hij gaat naar de computer, tikt www.youtube.com in en daarop ‘Ken Colyer Going Home’. ‘Daar begin ik elke dag mee’, zegt hij. Nu klinkt de muziek en Mons voet tikt zachtjes mee. Hij gaat rechtstaan, achter de stoel waar hij net zat. Duizenden keren gehoord, maar kijk naar die oogjes, dat opklarende gezicht en de jazz die doet wat jazz moet. Mon verzet zacht swingend een voetje op zijn tegel. Going Home. Haha, Mon lacht: ‘Jaja, een goed nummerke bij een jaar waarin we in ons kot moesten blijven.’

Op weg terug naar Denderbelle en dan via de sluis alweer een rivier over, dit is de Dender, stormt een keffende hond, type deurmat, op de wandelaar af. ‘Lady, kalm!’, roept het baasje. Er lopen wat honden rond in Vlaanderen en allemaal blaffen ze zich de ziel uit het lijf als je passeert. Verderop, een dag later, zal ik gewaarschuwd worden: ‘Binnen zonder bellen = buiten zonder ballen.’

Stilaan valt iets op. Het is half oktober, alle witte lakens zijn binnengehaald. Als er ergens iets hangt, is het een Vlaamse Leeuw. Gisteren nog, in Oudegem, aan een huis met daarvoor een tweedehands witte lijkwagen waar Begrafenissen Dezutter Nieuwpoort-Koksijde-Middelkerke ooit mee rondreed. Erop een sticker van het Vlaams Belang: ‘Niet mijn regering.’ Er is niemand thuis.

Vorig jaar in november hoorde ik een collega voor het eerst over corona vertellen. Nobody took it serious, zelfs niet in China.
Achi Wu
Uitbater café Tipken

Mespelare-Gijzegem-Herdersem, de pijlen zijn duidelijk, ze leiden naar Moorsel. Aan het eind van de zomer, voor een wandeling met robotchirurg Alex Mottrie, was haar foto aan vele ramen al opgevallen en deze woorden: ‘Ilse, bedankt.’ Op 4 augustus werd Moorsel wakker met slecht nieuws. Ilse Uyttersprot, van hier en ex-burgemeester van Aalst, was dood teruggevonden in haar appartement. 53 was ze geworden, en dat is jong om te sterven. Over Moorsel viel een doek van rouw dat daar enkele maanden later nog ligt. Haar vader Raymond was de laatste burgemeester van het dorp voor de fusie van 1976 met Aalst. Hij was pas 51 toen hij stierf, en nu heeft hij zijn eigen straat. Op de hoek van die Raymond Uyttersprotstraat en Moorsel-Dorp ligt café Tipken. Van buiten al zie je binnen een grote ingekaderde foto van zijn dochter. In de hoek een zwart rouwbandje.

Achi Wu, Moorsel ©Rik Van Puymbroeck

Ik vraag een koffie. Er is geen andere klant. De cafébaas ziet de rugzak en vraagt hoe ver ik nog moet. Hij komt erbij zitten, zet zijn mondmasker af en zo gaat een andere wereld open. ‘Mijn naam is Achi Wu’, zegt hij. ‘In 2008 kwam ik uit China naar Aalst. Ik kende er mensen en kon in een restaurant gaan werken. Dat deed ik tot onlangs. Op 3 september nam ik Tipken over. Ik houd ervan om met mensen te praten en op café kan ik dat beter dan op restaurant.’

Achi Wu dus, in Moorsel, tijdens een wandeling die over 2020 gaat, over het leven en over hoe corona dat bepaalde. Dan stap je binnen omdat een foto verwijst naar het lokale drama van dit dorp en kom je bij iemand die uit dat grote land komt waar dat kleine virus ontsnapte. ‘Vorig jaar in november, misschien al december, hoorde ik een collega voor het eerst over corona vertellen. Nobody took it serious, zelfs niet in China. Maar toen Wuhan en snel heel China in lockdown ging, had ik het gevoel dat Europa het nog altijd niet begrepen had.’

Achi Wu wel. ‘Ik zou eind januari naar China vliegen om het Chinees Nieuwjaar te vieren. Snel werd duidelijk dat dat niet kon, ik moest die vluchten annuleren. Maar in China werd natuurlijk wel veel gereisd, iedereen ging dan traditioneel naar huis, en zo reisde corona rond. Vanuit Wuhan.’

Delven naar een wonde

De naam valt: Wuhan. Je aarzelde toch wat. In februari vroeg de huisdokter nog grappend of ik ‘toch niet in China was geweest’. De diagnose was griep. Snel nadien lachte niemand meer. Nu vragen naar Wuhan is vragen naar stigma. Delven naar een wonde. Achi Wu knikt, zegt dat hij in Aalst door niemand scheef bekeken werd, maar verrast dan toch. ‘Ik ben geboren in de provincie Fujian en toen ik 20 was, ging ik in Wuhan studeren.’ In café Tipken in Moorsel kun je dus botsen op iemand die in Wuhan woonde. ‘Drie jaar studeerde ik er. Wuhan ligt op duizend kilometer van mijn geboortestad en is enorm groot. Er wonen 11 miljoen mensen en er is veel industrie. Optic-electronic, automobiel, ijzer en staal, farmaceutische bedrijven... Een moderne stad. Ik woonde er in een studentenhome en daar aten we ook. Zelf koken gebeurde niet.’

Zo kwam Wu nooit op de intussen beruchte seafood market waar het coronavirus ontsnapt zou zijn. Waarover Paolo Giordano schreef: ‘Men veronderstelt dat dit alles is gebeurd in China, op een markt in Wuhan waar levende exemplaren van verschillende wilde diersoorten dicht op elkaar gevangen zitten. (…) Hoe dan ook, velen hebben het verhaal van SARS-CoV-2 in een paar woorden samengevat: ‘In China eten ze heel enge beesten. Levend en wel.’ Wu schudt het hoofd. ‘In China geloven niet veel mensen meer in de voedingswaarde van wilde dieren en de regering verbiedt de handel erin zelfs. Maar je kan niet 100 procent uitsluiten dat er nog altijd mensen zijn die het kopen of verkopen. Wat bijzonder jammer is, is dat China en het Westen niet sneller hun ervaringen met het virus met elkaar gedeeld hebben.’

Hij haalt er zijn smartphone bij. Niet om berichten uit Wuhan te tonen, behalve met oud-medestudenten heeft hij geen contact met inwoners van daar. Hij toont Alipay, de betalingsapp van Alibaba, die ook gebruikt wordt om informatie door te geven over de pandemie. Voor ons onbegrijpelijk, maar hij legt het uit. Eerste lijntje: Hongkong, 165 besmettingen vandaag, 5.213 besmettingen in totaal, 105 doden, 4.943 genezen. ‘Je kan het aantal infecties live volgen.’ Betrouwbaar? Hij gelooft het wel. ‘Zelf ken ik overigens niemand die besmet raakte. De lockdown was een echte lockdown. Stay home was stay home. Hier zijn nog altijd mensen die het niet au sérieux nemen. Daar waren er in een grote stad drie besmettingen. Gevolg: iedereen werd getest en alles werd nagegaan. Waar ben je geweest, welke bus nam je, bij wie was je? Je kan dat controle van de overheid noemen, maar het werkte.’

Bubbels? Maakt niets uit. Vroeger kende iedereen Jef van Paul van Pierke, nu kent niemand elkaar. Voor mij is het goed zo.
Jean Van Buggenhout
Gepensioneerde

Zijn geannuleerde tickets naar China kreeg Wu door de vliegtuigmaatschappij volledig terugbetaald en nu is het wachten op betere tijden. Voorlopig zit het volgende Chinese Nieuwjaar bij zijn familie er voor hem niet in. ‘Het is duur en ik zou 14 dagen in quarantaine moeten. Dan wacht ik liever tot dit voorbij is. Ik mis hen.’

Aalst Carnaval dus maar? Hij glimlacht. ‘Ook dat is uitgesteld en dat maakt de mensen natuurlijk triest. Zelf heb ik er weinig mee, ik heb het niet met mijn opvoeding meegekregen. Maar het is zeker een enorm feest en ik vind het wel fantastisch om te zien hoe mijn vrienden ervan genieten. Ze zijn trots op hun stad.’

Aalst blijft even nazinderen in Meldert, waar het mooie Kravaalbos ligt en de passant wordt gewaarschuwd voor de vossenlintworm. Er wordt gevraagd om reekalfjes niet aan te raken, maar op de reiger in Berlare en een haas of vier na zag ik de voorbije tien dagen geen wild. Honden dus, ja, koeien, schapen en geiten natuurlijk en opvallend veel pony’s in tuin en weide. Wat doet een mens eigenlijk met een pony?

Zo verlaten we Oost-Vlaanderen en aan het venster van café In de Sportwereld in Mazenzele hangt een briefje: ‘Gesloten tot donderdag 22/10/20 wegens corona. Patricia positieve test, Rachel negatieve test maar 7 dagen quarantaine. Rachel.’ Rachel weet niet dat uitgerekend vandaag beslist wordt tot een nieuwe lockdown en dat heropenen voor veel later zal zijn. Wie hier al eens een droog worstje at of een Opalleke dronk, weet hoezeer Rachel in dit dorp gemist wordt. Iets verder leidt het pad langs een stal met daarop ‘’t Mazelhof’. Ga je toch weer aan een andere ziekte denken. Die oude kinderziekte, waar al lang tegen gevaccineerd wordt.

Vlaamse Leeuw

Middag in Mollem. Bierbron levert café Trapkes Op, buiten zie je een Vlaamse Leeuw hangen. Binnen sjaals, truitjes, blauw-zwarte vlaggen. Toen Patrick Kesteleyn dit café negen jaar geleden overnam, was hij al Club Brugge-supporter en hij was al Vlaamsgezind. Nogal hevig. Hij is van hier en als kind zag hij Club voor het eerst op het veld van RWDM. ‘Of we wonnen, weet ik niet meer. Wel dat Birger Jensen in de goal stond.’

Waarom moeten wij de spaarpot zijn van de Walen? Zien de politici niet dat de mensen bang zijn van de overlast die Brussel geeft?
Patrick Kesteleyn
Uitbater café Trapkes Op

De liefde was geboren en nu staat op zijn hand zelfs 1891 getatoeëerd. Dat is Clubs stichtingsjaar. Op het ingekaderde truitje de naam van ex-speler Eidur Gudjohnsen. ‘Eidur is in Brussegem opgegroeid, dat is een dorp verder. Toen ik scholier was, was hij miniem. (glimlacht) Maar hij maakte wel een schonere carrière.’

Vanuit Trapkes Op vertrekken voor elke match bussen met supporters. Ja, vertrokken. Patrick, 48 en tot hij het café runde aan de slag in de transportsector, mist normaal geen match. Maar dit jaar zag hij enkel de wedstrijden tegen Cercle en tegen Anderlecht. ‘Zelfs dat was anders. Je werd per bubbel gezet, niet op je vertrouwde plaatsen. Sinds de maatregelen kwamen ze in het café kijken. Maar ook weer per vier aan vaste tafels. Tijdens de bekerfinale tegen Antwerp kwam de politie controleren.’

Niets tegen Walen

Niet Club Brugge heeft ons binnengehaald, het was die leeuwenvlag. Patrick begrijpt dat en vertelt het bekende verhaal van de paplepel. Hoe hij als jonge gast al iets ging drinken in het café waar De Voorpost verzamelde en hoe hij altijd rechts stemde. ‘Al toen het nog Vlaams Blok was.’

Een paar dingen eerst: ‘In dit café komen net zo goed Anderlecht-supporters, geen probleem. En ik heb niets tegen Walen of tegen buitenlanders.’

Dan de maars: ‘Maar waarom moeten wij de spaarpot zijn van de Walen? Zien de politici niet dat de mensen bang zijn van de overlast die Brussel geeft? In Mollem gaat niemand naar Asse om te winkelen. Vroeger wel, maar er wordt meer Frans dan Nederlands gepraat. Dus gaat iedereen naar Merchtem. Ik noem mezelf niet racistisch. Iedereen is welkom. Als ze zich gedragen en als ze willen werken. Ik ken zelfs buitenlanders die voor het Vlaams Belang stemmen. Met 90 procent van hun standpunten ga ik akkoord. Alleen hun houding tegenover holebi’s vind ik te streng.’

Deze wandeling wil de temperatuur meten en in Trapkes Op is die de voorbije maanden gestegen. Na de verkiezingen van mei 2019 en toen er maar geen schot kwam in de regeringsvorming, hoopte Kesteleyn op nieuwe verkiezingen. Toen kwam de regering-De Croo. ‘Daar voel ik me door bedrogen. Iedereen spreekt over democratie, maar wat is een democratie waard als er een cordon sanitaire bestaat? Ik denk dat ze in Brussel niet meer weten wat er leeft. Zoals Brussel-Stad, dat nét zoals Antwerpen goed wist wat er in de zomer met corona gebeurde, maar niets ondernam. Het gevolg is dat Brussel een broeihaard werd en dat wij alles over ons heen kregen. Toen daar een avondklok ingesteld werd, vroegen ze 23 randgemeenten mee te doen. Enkel Vilvoorde en Asse deden dat. Drie kilometer verder, in Merchtem, was alles open. Waar denk je dat die jongeren naartoe gingen?’

Het is vrijdagmiddag en net als Rachel in Mazenzele weet Kesteleyn nog niet wat ’s avonds zal worden aangekondigd. Schrik heeft hij wel. ‘Sluiten om 23 uur was al lastig. Normaal komt de voetbalclub op donderdag na de training iets drinken. Maar die trainen tot 22 uur. Tegen dat ze er zijn, sluit ik. De premies van de eerste lockdown volstonden al niet, gelukkig heeft mijn vrouw een inkomen. Ze is nachtverpleegster in het woon-zorgcentrum Eyckenborch in Gooik. Zo kunnen we overleven.’

Ochtend in Zemst-Laar ©Rik Van Puymbroeck

Hoe ga je verder? ’s Ochtends, in Meise, koop ik onze eigen krant. ‘Horeca en sociaal leven in lockdown’, staat er en eronder in rode letters drie pijlers. Horeca dicht. Avondklok. Eén nauw contact. Om een vreemde reden mokert vooral die avondklok erin. Niet dat het zelf lastig wordt, integendeel, een man van middelbare leeftijd heeft zijn nachtrust nodig. Maar een avondklok was altijd voor oorlogen en dictators. Alleen is dit niet Aleppo en niet Noord-Korea. Schreven we plagen? De toestand is ernstig.

Toch gaat het leven door. Een koppel trouwt en rijdt in een met lintjes versierde Porsche het huwelijk binnen. Jean Van Buggenhout spit zijn moestuin om, wat hij te veel heeft aan andijvie, pompoenen, prei, wortels en kool verkoopt hij. Sinds zijn pensioen als VRT-beveiliger is dat nu zijn leven. Eigenlijk woont hij in Grimbergen, maar omdat hij hier wat ganzen heeft, mocht hij ook in april naar dit ‘tweede verblijf’. ‘Ik ben geen reisman, mijn reis brengt me gewoon elke dag naar hier. Bubbels? Maakt niets uit. Vroeger kende iedereen Jef van Paul van Pierke, nu kent niemand elkaar. Voor mij is het goed zo.’

Babyzalf

En ook deze wandeling gaat door. Dat de horeca sluit, is een vergissing. De reca sluit, alle hotels en B&B’s blijven open. 14 dagen gewandeld en met babyzalf en ontsmettingsmiddel die de apothekeres uit Wolvertem meegeeft, kan er niets gebeuren. In Zemst-Laar val ik op bed en ’s avonds zijn alle restaurants in de buurt volledig volzet. ‘Zelfs als ik vier restaurants had, had ik u moeten ontgoochelen’, zegt de man aan de andere kant van de reserveringslijn. Vilvoorde brengt redding. Met de taxi ben je daar snel. Aan een andere tafel eet een Vlaams Parlementslid van Groen, maar ik vraag niets. Het is voor iedereen het laatste zaterdagavondmaal.

Maar, Vilvoorde, met dit uitzicht op dat kanaal... Weten we nog wel dat dit rotjaar hier begon toen Frederik Vanclooster op Nieuwjaarsnacht verdween? Wij misschien niet meer, maar zijn ouders en zus zeker wel. Thuis ligt een bundel met gedichten die ze voor hem verzamelden en een maand later, bij het schrijven van deze letters, tik ik daaruit deze woorden van Luuk Gruwez over: ‘Het is onrechtvaardig dat het niet elke prins vergund is koning te worden. Maar laten wij ernaar streven, ook al zal het misschien een onmogelijke opdracht blijken, met onze woorden Frederik warm te houden.’

Voor zijn zus, zijn moeder en zijn vader begon de eeuwige avondklok al in de allereerste nacht van 2020.

Volgende week, deel 4: van Zemst naar Outgaarden.

Dwars door Vlaanderen en een rotjaar: wandeling langs de GR128 van Kemmel naar Voeren

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie