Belgisch gesteggel en privacyzorgen vertragen zoektocht naar corona-exit

Ruzie over een privacyvraagstuk doet de slaagkansen op de ontwikkeling van een Europese corona-app drastisch slinken. ©EPA

Het opsporen en testen van mensen die mogelijk besmet zijn geraakt staat centraal in de strijd tegen het virus. Interne Belgische verdeeldheid en problemen bij de ontwikkeling van een corona-app leiden tot vertraging.

De federale topministers en de minister-presidenten van de deelstaten buigen zich vrijdag op een vergadering van de Nationale Veiligheidsraad over de afbouw van de coronamaatregelen. Het is nog niet duidelijk of er al concrete beslissingen vallen. Maar het staat vast dat het opsporen en testen van potentieel besmette mensen centraal zal staan in de exitstrategie. ‘Op die manier willen we een nieuwe opstoot van het virus vermijden’, zegt de viroloog Steven Van Gucht.

De strategie van traceren en testen wordt toegepast door enkele Aziatische landen. Bij besmette personen wordt via apps en manueel opzoekwerk nagegaan met wie ze contact hebben gehad. Die mensen worden gecontacteerd en getest op het virus. Wie positief is, moet in quarantaine gaan.

2.000
Coronaspeurders
Vlaanderen, Brussel en Wallonië gaan op zoek naar 2.000 'contacttracers' die besmette personen moeten opsporen.

Zowat alle Europese landen, waaronder ons land, willen dat model overnemen. Deels moet dat gebeuren via een app die bijhoudt met wie een besmette persoon contact heeft gehad. Maar de overheid gaat ook op zoek naar 2.000 'contacttracers' die mogelijk besmette personen moeten opsporen. Dat is één speurder per 5.500 Belgen.

Staatsstructuur

Ons land loopt niet voorop bij het uitrollen van de exitstrategie. Andere landen staan verder. De Duitse bondskanselier Angela Merkel legde maandag uit hoe haar land mensen gaat traceren. De bondsregering schakelt per 4.000 inwoners één speurder in en er komen 150 mobiele teams die snel kunnen worden ingeschakeld als het coronavirus ergens oprukt. Anders dan in ons land staan die contacttracers klaar op het moment dat de maatregelen worden versoepeld.

Dat België wat achterophinkt, heeft deels met onze ingewikkelde staatsstructuur te maken. Voor het opsporen van potentieel besmette personen zijn de deelstaten bevoegd, het testen is een bevoegdheid van de federale overheid. Ze wijzen elkaar met de vinger voor wie verantwoordelijk is voor de vertraging. Maandag kon op een vergadering van de bevoegde ministers van de deelstaten eindelijk het startschot worden gegeven in de zoektocht naar de contacttracers.

Traag

Ook de keuze voor een corona-app verloopt traag, al is dat eerder een Europees dan een Belgisch probleem. Zo’n app registreert met wie een gebruiker in contact komt. Als iemand positief test op corona, moet die persoon dat aangeven in de app en worden alle contactpersonen automatisch gewaarschuwd. Die moeten zich dan uit voorzorg isoleren en zich snel laten testen. Om privacyredenen zou de app werken op basis van bluetoothverbinding en niet op basis van locatiegegevens, waardoor de app niet weet waar de gebruiker is geweest. 'Het is simpel. Met locatiegegevens werken betekent dat het resultaat onmogelijk anoniem te houden valt', stelt Bart Preneel, cryptograaf aan de KU Leuven.

Om de gebruikers te beschermen legde de Europese Commissie vorige week bijkomende regels op. Het gebruik van de app kan niet worden verplicht, de app moet de privacyregels respecteren en de gegevens moeten worden vernietigd eens er een vaccin is voor het coronavirus. De ontwikkeling van een Europese standaard voor dergelijke apps stond vrij ver, maar afgelopen weekend kwam er een kink in de kabel. Preneel, een van de trekkers van het Europese PEPP-PT-project, verliet zondag de samenwerking.

Er is grote discussie over de keuze of de gegevens over wie met wie contact heeft gehad enkel op de telefoons van de gebruikers of op een centrale server worden opgeslagen. ‘De Duitsers die achter het project zitten, kiezen voor die centrale aanpak, terwijl wij gewonnen zijn voor een decentraal systeem. Er kwamen ook persconferenties en briefings aan overheden waar wij buiten zijn gehouden. Het miste ook transparantie en goed bestuur’, zo verklaart Preneel zijn vertrek. 

Najaar

Ook in andere landen verloopt de zoektocht moeizaam. Zo organiseerde Nederland het afgelopen weekend audities met zeven kandidaten die een app kunnen ontwikkelen. Bij die oefening kwamen evenwel heel wat technische en privacyproblemen aan het licht, waardoor de Nederlanders het nog te vroeg achten om een keuze te maken. Een bijkomende voorwaarde om van de app een succes te maken is dat hij door een groot deel van de bevolking wordt gedownload en over de slaagkansen daarvan rijst twijfel.

De vrees is dan ook dat de afschermingsmaatregelen worden afgebouwd zonder dat de tracingaanpak op punt staat. Van Gucht roept daarom op om snelheid te maken. ‘Met de zomer in aantocht geeft het virus ons misschien nog enig respijt. Door het warme weer verspreidt het zich mogelijk minder snel. Maar in het najaar komt het zo goed als zeker terug en dan moet ons systeem op punt staan.’


Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie